De alcohol liet de vonk overslaan

Een gelovige buurt komt in opstand tegen de drinkende bezoekers van drie nieuwe kunstgalerieën in Istanbul.

Ooggetuigenverslag van een bloedige alcoholrazzia.

De avond begint met gegniffel. De kunst binnen is provocerend – als dat maar goed gaat. De galerie heet Non en ligt in de wijk Tophane in Istanbul, een conservatieve wijk van gelovige Turken. In de galerie lopen hooggehakte en kortgerokte vrouwen met plastic bekers punch langs het werk van kunstenaars die de grenzen verkennen van wat wel en niet mag in Turkije.

De grondlegger van de moderne republiek, Mustafa Kemal Atatürk, ligt er op zijn kop, als een omgevallen engel met gouden vleugels. ‘I didn’t do this, you did’, luidt de tekst. Een verwijzing naar het referendum van 12 september, toen een meerderheid van de Turken stemde voor verandering van de oude grondwet die in de geest van Atatürk werd geschreven. Een manshoog beeld in de vorm van een reusachtige komkommer draagt een boerka vol kijkgaten. Het mausoleum van Atatürk is nagebouwd in miniatuur, op zijn kop gezet en draagt nu minaretten. Als dat maar goed gaat.

Dan wordt er buiten geschreeuwd. Een groep van twintig mannen bereikt de bezoekers van de galerie die inmiddels een flink deel van de stoep buiten hebben bezet. „Wat staan jullie hier te drinken”, wordt gegild. Iemand reageert: „Ga toch weg.” Dat is het startsein. Er wordt meteen geslagen. Het bezoek stuift uiteen. Vrouwen struikelen over hun hoge hakken. Mannen worden tegen de grond geslagen. Een jongen met lang rastahaar spuit een bus pepperspray leeg op het galeriebezoek. De Nederlandse documentairemaakster Maartje Gerretsen krijgt de volle laag. Haar vriendin krijgt een klap op haar hoofd. „Weg hier”, zeggen ze.

De groep mannen rent de heuvel op, naar de volgende galerie. Daar hangen foto’s van vrouwen die hun hele lijf aan de fotograaf laten zien. Alles mag en niets mag in Turkije. De voordeur wordt ingetrapt. Bij een derde galerie aan de overkant gaat de voorruit aan diggelen.

De buurtpolitie laat lang op zich wachten. Als de eerste agenten arriveren, wordt er weer geslagen en geschopt. De agenten trekken de vechters uit elkaar, maar niemand wordt gearresteerd. Het buurtprotest tegen het alcoholgebruik lijkt de goedkeuring te hebben van de politie.

De kapper aan de overkant, armen demonstratief over zijn buik, zegt: „We hebben ze gewaarschuwd. We willen niet dat ze hier op straat drinken. Dat kunnen ze binnen doen. Onze zusters en moeders lopen op straat. Wij hebben er last van.” Is het protest georganiseerd? De kapper knikt. Wat vindt hij van de kunst binnen? „Ze doen maar. Maar ze moeten niet drinken, ik vind dat ook niet kunnen.”

Zo schuren in Istanbul twee mentaliteiten tegen elkaar. Verder op de heuvel, in de cafés langs de drukke winkelstraat Istiklal, wordt tot diep in de nacht gefeest en gedronken, alle nachten van de week. In Tophane kunnen ze de muziek van de cafés horen. Maar dit is hun wijk. Investeerders trekken de omliggende straten binnen, veranderen vervallen huizen in luxeappartementen. De armen raken hun buurt kwijt. De komst van de galerieën in Tophane ziet de buurt als de eerste klaroenstoot van een nieuwe invasie. Om de kunst is het de aanvallers eigenlijk niet te doen.

„Ik snap het wel”, zegt Kaan Kimsekalp, met bloed op zijn voorhoofd, achter zijn oren en op zijn overhemd. „Wij komen hun buurt binnen, terwijl zij niet naar de plekken kunnen waar wij gaan. Onze scholen, onze nachtclubs zijn onbetaalbaar. Maar hier binnen in de galerie spelen we wel met hun symbolen. Ik begrijp dat dit woede oproept.”

Baris Berker, medewerker van galerie Non, veegt het glas bij elkaar. „Nu hebben we een groot probleem”, zucht hij. Twee werelden leven hier langs elkaar. De alcohol op straat liet de vonk overslaan. „Moet de tentoonstelling sluiten? Dat moeten we maar zien.” Als de galeriehoudster aangifte doet, toont de hoofdagent weinig medelijden. „Jullie waren toch gewaarschuwd niet te drinken?” Boven zijn hoofd hangt een zwart-wit portret van Atatürk. Kaarsrecht aan de muur.