De advocaat

Mevrouw de president, leden van de rechtbank,

iedereen heeft recht op zijn mening, maar wat mijn geleerde opponent u voorschotelt, tart iedere verbeelding.

Als er iemand binnen de Kerk tijdig heeft ingegrepen om het misbruik door een kleine minderheid in te dammen, dan is het wel mijn cliënt, de eerbiedwaardige Joseph Ratzinger.

Ik noem u zijn hervorming van het kerkelijk recht ‘de gravioribus delictus’ uit juli dit jaar, waarin de verjaringstermijn voor misbruik werd verlengd. Ook breidde de paus toen de reikwijdte van deze bepaling uit tot andere seksuele delicten, zoals kinderpornografie en misbruik van geestelijk gehandicapten. Benedictus XVI is een hervormer, die de fouten van het tijdperk Johannes Paulus II onder ogen ziet. De zaken die hem bereikten heeft hij met wijsheid en moed behandeld. En met de bereidheid tot vergeving, inderdaad. Maar is dat niet juist een kernwaarde van de kerk?

Een RK-zwijgplicht bestaat niet – de associatie met de omerta van de maffia door de klager is onjuist en ongepast. Al in 2001 schreef mijn cliënt, toen nog kardinaal, een apostolische brief waarin hij alle leidinggevenden in de wereldkerk verplichtte alle misbruikzaken aan hem te melden. Het kerkelijk recht moet zijn loop hebben.

Zijn suggestie om de paus nu voor de rechter te dagen is behalve ongeloofwaardig ook kwetsend. Cliënt is staatshoofd van een soevereine staat die diplomatieke betrekkingen onderhoudt met 178 landen en aangesloten is bij de Verenigde Naties. Aan zijn immuniteit voor strafvervolging twijfelde niemand, althans tot publicatie van deze klacht. De gedachte om de paus voor het ICC in Den Haag te brengen is even vergezocht als het vervolgen van George Bush sr. voor zijn inval in Irak.

Zijn klacht is een juridische scherts, die hooguit de gedachten over internationale rechtsorde en aansprakelijkheid van staatshoofden scherpt. Hoe geordend en onderhoudend opgeschreven ook, de klacht staat buiten de politieke realiteit.

Inderdaad, de Heilige Stoel heeft tal van VN-verdragen ondertekend en geratificeerd, als ware het volledig lid van de VN. Geen enkele andere lidstaat heeft daar ooit tegen geprotesteerd. Integendeel, de Katholieke Kerk is medevormgever van de internationale rechtsorde en heeft daarin een waardevolle morele rol.

Zo is de Heilige Stoel bijvoorbeeld ondertekenaar van tal van wapenverdragen, hoewel het geen militaire divisies heeft. Vaticaanstad is een bijzonder soort staat, maar dat heeft mijn cliënt nooit verzwegen. Het is in ieder geval niet weg te zetten als een uit de hand gelopen golfterrein danwel een ‘paleis met tuingronden en bijgebouwen’. De territoriale aanspraken op soevereiniteit gaan ook veel verder terug dan 1929.

Het verdrag van Lateranen mag evenmin worden afgedaan als een opportunistische afspraak waarbij steun voor de fascisten werd geruild tegen internationale prioriteit voor de katholieke missie in de wereld. Ik wijs u bovendien op artikel 24 van dit verdrag, waarin Vaticaanstad expliciet belooft politiek neutraal te blijven ‘to all temporal disputes between states’. De kerk heeft zich hier nauwgezet aan gehouden.

Mocht u beslissen de paus immuniteit te ontzeggen, dan waarschuw ik voor de gevolgen.

Als westers staatshoofd is de paus in een unieke positie om op het internationale toneel te bemiddelen bij conflicten tussen katholieke landen. Een neutrale ‘stem van het geweten’ ten bate van de mensenrechten, in het bijzonder die van het kind, is in het internationale verkeer van onschatbare betekenis. Met 800 miljoen gelovigen is de kerk een positieve invloed in de wereld.

De suggestie van de klager om Vaticaanstad voortaan als ‘paria-staat’ te behandelen, de EU-ambassadeurs terug te roepen of tenminste de pauselijke nuntius in de hoofdsteden ter verantwoording te roepen, tekent het politieke karakter van de klacht.

Even onjuist is de oproep om de Heilige Stoel uit het verdrag voor de rechten van het kind te zetten. Dat verdrag bevat inderdaad de plicht om misbruik te onderzoeken. Juist daarom heeft mijn cliënt in 2001 de kerkautoriteiten gewezen op de plicht de kerkrechtelijke procedure te volgen. Dat deze procedures geheim zijn, is in het belang van de waardigheid van alle betrokkenen.

Het is duidelijk dat de bezwaren van de klager tegen de stellingname van de kerk over celibaat, seksualiteit en aids zijn analyse onevenwichtig maakt. De paus is oprecht in zijn afschuw van het kindermisbruik. Er is geen geloofwaardige aanwijzing dat het Vaticaan de verantwoordelijken heeft aangemoedigd of beschermd.

Zijne heiligheid de paus is overigens onfeilbaar en kan niet ter verantwoording worden geroepen.

Tenminste, niet op aarde.