Wát een openingsfilm

Vandaag begint het Nederlands Film Festival. Tirza is de openingsfilm.

Gijs Scholten van Aschat is hier op zijn best. Je kunt de film zien, herzien en herzien.

Jörgen Hofmeester is een held van onze tijd. Zijn gehele werkzame leven bij een uitgeverij stond in het teken van zijn liefde voor de grote literatuur, totdat het virus van rendementseisen en ‘opleuken’ ook zijn werkplek bereikt, en hij van de ene op de andere dag mag vertrekken. Overbodig geworden.

Als echtgenoot was hij dat al, want zijn vrouw is ervandoor gegaan met een oude jeugdliefde, op zoek naar passie. Pas echt onverdraaglijk voor Hofmeester is dat hij als vader overbodig wordt, wanneer zijn jongste dochter en oogappel, Tirza, klaar is met school en uitvliegt, op reis naar Namibië met haar nieuwe vriendje. Tot overmaat van ramp is dat ook nog eens een Marokkaan.

Nog middenin de economische crisis komt de film van regisseur Rudolf van den Berg, naar de roman Tirza van Arnon Grunberg, misschien wel op een nog beter getimed moment dan het bekroonde boek vier jaar geleden. Maar hoe eigentijds de connotaties van Tirza ook zijn – de verwijzingen naar hedgefunds en 11 september doen zelfs enigszins geforceerd aan – boek en film zijn ook een soms geestige, maar vooral heel wrange update van een groot thema uit de Russische literatuur van de negentiende eeuw, dat Hofmeester met zijn boekenpassie natuurlijk op zijn duimpje kent: dat van de overtollige mens.

„Even geen Dostojevski meer, pap”, kapt dochterlief haar erudiete vader af, wanneer hij weer eens een greep wil doen uit zijn citatentrommel. Hofmeester leeft met het standsbesef van iemand die gelooft in de canon en de Dode Witte Mannen, maar hij is bij leven zelf al een Dode Witte Man. Hij is het symbool van een elite die ten gronde gaat aan zijn eigen middelmatigheid.

In de roman klinkt steeds milde spot door, terwijl we Hofmeester na een kookcursus bezig zien met zijn kunstig vervaagde sushi en sashimi, of met precies goed gebakken sardientjes. In de film is dat anders: acteur Gijs Scholten van Aschat – hier op zijn best – maakt meer een mens van Hofmeester: onaangenaam bij vlagen, zeker, maar toch: een man met de beste bedoelingen, een goede man. Sylvia Hoeks hoeft maar weinig te doen (die illusie weet ze tenminste te wekken) als Tirza om te intrigeren, want zij is een spectaculair geval van een actrice van wie de camera houdt.

Enigszins onbevredigend is haar rol wel, maar dat komt omdat we Tirza alleen te zien krijgen door de verwrongen, ook seksueel geladen blik van haar pa. Op de vraag wie deze Tirza nu eigelijk is, kan onder de vertroebelde omstandigheden moeilijk een antwoord komen. Maar een tikje frustrerend is het wel.

Scenarioschrijver en regisseur Van den Berg heeft de structuur van Tirza drastisch omgegooid. Van den Berg laat de film grotendeels in Namibië afspelen, en vertelt de voorgeschiedenis vervolgens in flash backs. Die zijn niet alleen perfect gedoseerd en goed getimed, maar ze hebben ook een dramatische functie. Ze trekken de kijker mee in het web van angsten en wanen, herinneringen en hallucinaties van Hofmeester. Een hoogstandje in de vaak onderschatte kunst van het scenarioschrijven.

Daarmee is niet gezegd dat film visueel tekort komt, want Van den Berg buit zijn exotische locaties maximaal uit, met soms overweldigende beelden, zeker wanneer Tirza zich ontpopt tot roadmovie en Hofmeester de woestijn in rijdt, op zoek naar Tirza, die in Namibië maar niks van zich laat horen. De hele vergeefsheid van Hofmeesters bestaan komt prachtig samen in een scène, waarin hij een zeehond wil redden van een aanstormende hyena.

Hij vertrekt naar de woestijn in het gezelschap van kindprostituee Kaisa, gespeeld door de 9-jarige Keitumetse Shanice Matlabo. Ze speelt haar aandoenlijk, misschien iets té. Ze had wellicht iets meer streetwise moeten overkomen, gezien de harde omstandigheden waarin ze moet zien te overleven. Maar haar vaste zinnetje waarmee ze welvarende witte toeristen aanspreekt, en dus ook Hofmeester, snijdt de kijker op den duur door de ziel: „Do you want company, sir?”

Ook zij is, met miljoenen anderen, een overtollig mens. Hofmeester pepert dat haar in, als hij heeft gedronken: „Feitelijk ben je al dood.” Gelukkig verstaat ze geen Nederlands.

In de persmap zegt regisseur Rudolf van den Berg dat hij een film met een „geheim” heeft willen maken, met „iets onzegbaars”. Dat is hem gelukt. Tirza is een film die je kunt zien en herzien. En dan nog een keer kunt bekijken. Het Nederlands Film Festival heeft eindelijk weer eens een openingsfilm die deze eervolle plek echt verdient.

Tirza

Regie: Rudolf van den Berg. Met: Gijs Scholten van Aschat, Sylvia Hoeks, Johanna ter Steege *****