'Voortaan kunnen we Grieken tot orde roepen'

Vandaag stemde het Europees Parlement in met strenger toezicht op financiële instellingen. „Regering hebben veel laten schieten.”

Handelaren bij Ierse banken die enorme risico’s nemen om hoge bonussen te krijgen? De Griekse toezichthouder die niet ingrijpt als zijn regering hedge- trucs uithaalt met een Amerikaanse zakenbank, waardoor de begroting er mooier uitziet? Het Europees parlement keurde vanmiddag met overweldigende meerderheid een nieuw systeem van Europese financiële supervisie goed, om deze wantoestanden te voorkomen. „Als we dit systeem eerder hadden gehad, hadden we de Ierse bankbubbel en de Griekse schuldencrisis niet mee hoeven maken”, zegt de Spaanse conservatieve Europarlementariër José Manuel García-Margallo y Marfil.

Regeringen en europarlementariërs hebben een veldslag gevoerd om dit van de grond te krijgen. García-Margallo speelde als onderhandelaar een sleutelrol. „Crisissen kun je niet voorkomen,” zegt hij. „Maar met Europese toezichthouders kun je ze beter en eerder bestrijden dan met alleen nationaal toezicht. Voortaan worden de Griek en de Ier door hun Europese collega’s tot de orde geroepen.”

Jaren geleden, toen banken internationaler werden, stelden europarlementariërs al Europees toezicht voor. Maar regeringen wilden geen pottenkijkers. De crisis veranderde dat. Begin 2009 kwam Jacques De Larosière, voormalig Frans bankier en IMF-topman, met het voorstel om niet één Europese opper-toezichthouder te creëren, maar de drie bestaande overlegorganen van nationale toezichthouders (voor banken, financiële markten en verzekeraars) meer macht te geven. Ook moest er een ‘Risicoraad’ komen die macrotrends zoals de Ierse of Spaanse bubbels tijdig moest signaleren. De Larosière beaamde dat dit „niet revolutionair” was. Toch schoten regeringen het voorstel vol gaten. Vooral de Britten en Duitsers wilden de macht bij hun nationale toezichthouder houden. García- Margallo (Madrid, 1944), een voormalig belastinginspecteur die sinds 1994 europarlementariër is voor de Partido Popular, vertelt dat „regeringen, vooral conservatieve, het Larosièrevoorstel zo uitkleedden dat zelfs conservatieve parlementariërs zeiden: dit kan zo niet.”

U was het vaker eens met socialistische collega’s dan met conservatieve regeringen.

„We sloten zelfs akkoorden met de Groenen! Het parlement mag sinds het Lissabonverdrag meebeslissen. De meeste fracties hebben substantie teruggeëist. En gekregen.”

Wat, bijvoorbeeld?

„De drie toezichthouders, voor banken, verzekeraars en financiële markten, krijgen meer macht over nationale toezichthouders dan veel regeringen wilden. Voor kleine bankjes hoeft dit niet, maar grensoverschrijdende banken krijgen grensoverschrijdend toezicht. Er komt een resolutiefonds voor banken die te groot zijn om failliet te gaan. We hebben ook gedaan gekregen dat de ECB-voorzitter de Risicoraad voorzit. Vooral de Britten wilden dat niet.”

Welke concessies heeft het parlement gedaan?

„Regeringen hebben véél meer laten schieten dan wij. Ze hadden onze goedkeuring nodig, anders konden de toezichthouders niet op 1 januari 2011 beginnen.”

Wilde het parlement niet alle toezichthouders in één stad hebben?

„Ja. Maar ze blijven in Frankfurt, Londen en Parijs. Voor ons was dit geen breekpunt. We krijgen wel een coördinatiemechanisme, dus ons idee is toch opgepakt.”

Dat toezichthouders een regering niet kunnen dwingen in noodsituaties een systeembank financieel overeind te houden, is toch een stevige concessie?

„Nee. Als een bankgigant bijna omvalt, komt die regering heus wel in actie. Daar heeft ze op het laatste moment geen Europese toezichthouders voor nodig. Zo gaat het toch al twee jaar? De Britten hebben dit punt gescoord en venten dat uit in de City, maar in de praktijk is dit een beetje een pyrrusoverwinning.”

Regeringen en de Europese Commissie clashten over de vraag wie mag beslissen of er een noodsituatie is.

„Ja. Regeringen hebben dit gewonnen. Alle instituties hebben gevochten als leeuwen. Het Lissabon-verdrag is vaag over wie wat mag doen. Zo krijg je gevechten. Dit waren geen domme machtsspelletjes. Ze gingen om een fundamentele vraag: krijgen we een intergouvernementeel proces, waarbij regeringen alles beslissen zonder enige controle, of een democratisch Europees proces? Voor ons, parlementariërs, was het belangrijk dat wij overal in gekend worden. Benoemingen, nieuwe regels, volmachten voor toezichthouders – wij eisen democratische controle. De vraag was substantieel: houden we supervisie nationaal maar met een tandje meer, of doen we de ‘real thing’? Het parlement wil het laatste. Dat Duitsland unilateraal naked shortselling verbiedt, dat Ierland eenzijdig zijn depositostelsel nationaliseert – dat mag niet meer gebeuren. Het destabiliseert heel Europa.”

Hadden deze gevechten voor u symbolische waarde?

„O ja! Regeringen kunnen niet meer over ons heen walsen.”

Kunnen toezichthouders het extra werk aan?

„Ze moeten mensen aannemen, vooral nationaal. Supervisie gaat werken zoals Mededinging of Douanezaken: nationale autoriteiten passen Europese wetgeving toe. Ook in Londen, Parijs en Frankfurt zijn extra mensen nodig. Regeringen buigen zich over de kosten.”

Lukt dat, nu iedereen bezuinigt en burgers willen besparen op alles wat ‘Europees’ is?

„Als Europees toezicht onvoldoende middelen krijgt, maken wij daar een groot schandaal van. Overheden hebben dertien procent van het Europese bbp gestoken in het overeind houden van de financiële sector. Der-tien! Óf we geven een fractie hiervan uit aan beter toezicht om dit te voorkomen, óf we gaan dit nog een keer meemaken. De keus lijkt mij simpel.”