Ultieme necrologie van de Dode Witte Man

Tirza Regie: Rudolf van den Berg. Met: Gijs Scholten van Aschat, Sylvia Hoeks, Johanna ter Steege. Openingsfilm Nederlands Filmfestival. Vanaf 30 september in de bioscoop *****

Jörgen Hofmeester is een held van onze tijd. Zijn gehele werkzame leven bij een uitgeverij stond in het teken van zijn liefde voor de grote literatuur, totdat het virus van rendementseisen en ‘opleuken’ ook zijn werkplek bereikt en hij van de ene op de andere dag mag vertrekken. Overbodig geworden.

Als echtgenoot was hij dat al, want zijn vrouw is ervandoor gegaan met een oude jeugdliefde. Pas echt onverdraaglijk voor Hofmeester is dat hij als vader overbodig wordt wanneer zijn jongste dochter en oogappel, Tirza, klaar is met school en uitvliegt, op reis naar Namibië met haar nieuwe vriendje. Tot overmaat van ramp is dat ook nog een Marokkaan.

Nog middenin de economische crisis komt de film van regisseur Rudolf van den Berg, naar de roman Tirza van Arnon Grunberg, misschien wel op een nog beter getimed moment dan het bekroonde boek vier jaar geleden. De connotaties van Tirza zijn eigentijds, al doen de verwijzingen naar hedgefunds en 11 september enigszins geforceerd aan. Maar boek en film zijn ook een soms geestige, maar vooral heel wrange update van een groot thema uit de Russische literatuur van de negentiende eeuw: dat van de overtollige mens.

„Even geen Dostojevski meer, pap”, kapt dochterlief haar erudiete vader af, wanneer hij weer eens een greep wil doen in zijn citatentrommel. Hofmeester gelooft in de canon en de Dode Witte Mannen, maar hij is bij leven zelf al een Dode Witte Man. Hij is het symbool van een elite die te gronde gaat aan de eigen middelmatigheid.

In de roman klinkt steeds milde spot door terwijl we Hofmeester na een kookcursus bezig zien met zijn kunstig vervaardigde sushi en sashimi. In de film is dat anders: acteur Gijs Scholten van Aschat – hier op zijn best – maakt meer een mens van Hofmeester: onaangenaam bij vlagen, zeker, maar toch: een man met de beste bedoelingen, een goede man. Sylvia Hoeks hoeft als Tirza maar weinig te doen (die illusie weet ze tenminste te wekken) om te intrigeren, want zij is een actrice van wie de camera houdt. Enigszins onbevredigend is haar rol wel, maar dat komt doordat we Tirza alleen te zien krijgen door de verwrongen, ook seksueel geladen blik van haar pa.

Scenarioschrijver en regisseur Van den Berg heeft de structuur van Tirza drastisch omgegooid. Hij laat de film grotendeels in Namibië afspelen, en vertelt de voorgeschiedenis in flashbacks. Die zijn niet alleen perfect gedoseerd, maar ze hebben ook een dramatische functie. Ze trekken de kijker mee in het web van angsten en wanen, herinneringen en hallucinaties van Hofmeester. Een hoogstandje in de vaak onderschatte kunst van het scenarioschrijven.

Daarmee is niet gezegd dat de film visueel tekortschiet, want Van den Berg buit zijn exotische locaties maximaal uit, met soms overweldigende beelden, zeker wanneer Tirza zich ontpopt tot roadmovie en Hofmeester de woestijn inrijdt, op zoek naar Tirza, die in Namibië maar niks van zich laat horen. De hele vergeefsheid van Hofmeesters bestaan komt samen in een sublieme scène, waarin hij een zeehond redt van een aanstormende hyena.

Hij heeft gezelschap van kindprostituee Kaisa, gespeeld door de 9-jarige Keitumetse Shanice Matlabo. Ze speelt haar aandoenlijk en had iets meer streetwise moeten overkomen. Ook zij is, met miljoenen anderen, een overtollig mens.

Regisseur Van den Berg heeft gezegd dat hij een film met een „geheim” wilde maken, met „iets onzegbaars”. Dat is hem gelukt. Tirza is een film die je kunt zien en herzien. En dan nog een keer kunt bekijken. Het Nederlands Filmfestival heeft eindelijk weer eens een openingsfilm die deze eervolle plek echt verdient.