Tulpenboomherfstgeel

De herfst is gisteren officieel begonnen. Nu de bladeren geel gaan worden staat Onno Blom stil bij de tulpenboom en de herfst, en hoe belangrijk die waren voor Jan Wolkers, die in 2007 overleed. Blom werkt aan een biografie van de schilder en schrijver.

‘De herfst is het einde,’ dichtte Jan Wolkers. ‘De nerven kleuren in het weefsel zwart, / We wisten niet dat doodgaan kon gebeuren.’

In de herfst van 2006, een jaar voor zijn dood, begon Wolkers aan een schilderij van twee bij twee meter, waarvan hij wist dat het zijn laatste zou worden. Door de tergende pijn in zijn gewrichten en de ontstekingen aan zijn voeten kon hij niet langer het trapje voor het doek op en neer om zo’n groot oppervlak te kunnen bestrijken.

„Ik ga het hele doek te lijf”, zei hij tegen mij in zijn atelier op Texel, toen de verf op het schilderij nog nat was. „Het moet allemaal één niveau hebben. En dat is moeilijk, want als je dertig bent, raas je heen en weer voor het doek, klim en spring je erin. Nu moet ik dat allemaal heel bedachtzaam doen. Dat zie je ook wel aan dit schilderij: het heeft iets bedachtzaams.”

De laatste twintig jaar van zijn leven schilderde Wolkers dezelfde, monochrome doeken. Hij was daarmee begonnen nadat hij tijdens een reis naar New York was overvallen door een sneeuwstorm. In het late najaar van 1987 liep hij in Manhattan over straat en keek omhoog naar de dwarrelende sneeuw die in de ramen van de wolkenkrabbers werd weerspiegeld. Onmiddellijk dacht hij: dat moet ik schilderen.

Eenmaal thuis, op Texel, schilderde hij een doek van zes aan elkaar bevestigde panelen vol dotjes, streepjes en veegjes in verschillende tinten wit. In de jaren daarna experimenteerde hij eindeloos met hetzelfde procedé. Hij schilderde op verschillende formaten, met verschillende aantallen panelen, probeerde talloze verschillende kleuren uit – waarin de hei, de lucht en de zee van Texel tot inspiratie dienden – en varieerde met de kracht, richting en dikte van de toetsen die hij met zijn penseel op het doek zette.

De schilderijen zijn geen afbeelding van de werkelijkheid, maar vormen de consequentie van wat Wolkers voelde en dacht en hebben een mysterieuze, meditatieve kracht. ‘Gedachtelandschappen’ noemde Wolkers ze.

Al die schilderijen zijn begonnen met de keuze van de kleur. „Zo was het ook met dit doek”, vertelde Wolkers, terwijl hij zijn hand liefdevol liet zweven vlak boven het oppervlak van zijn gele schilderij. Het was een teder gebaar, alsof hij de poes aaide. „Uit één kleur, dat moest het worden. Anders was de opzet natuurlijk anders geweest. Ik wilde één stralend doek maken. Je weet nooit of je, als je aan zo’n doek werkt, het einde haalt.”

Het werd juist déze kleur, dit verzengende geel, wegens het seizoen. Wolkers begon aan het schilderij op het moment dat de bladeren van de tulpenboom, waarvan de takken als het waaiden tegen het glazen dak van zijn atelier tikten, dezelfde, diep gele kleur hadden. Bovendien, vond Wolkers: „Geel is de kleur van de vergankelijkheid, van de dood.”

Als jongen werd Wolkers al aangetrokken door de geheimzinnige kracht die van een tulpenboom uitging, die vlak bij zijn ouderlijk huis in Oegstgeest, in het bos van Kasteel Oud-Poelgeest stond. Daar doolde hij rond met verf, penselen en schetsboek. In 1943, zeventien jaar oud, maakte hij een aquarel van de boom in exact dezelfde kleur als zijn laatste doek.

‘In de herfst leek het bladerdak wel een sprankelende branding van een fijnzinnig raadselachtig cadmiumgeel’, schreef Wolkers in het essay De bretels van Jupiter.

De tulpenboom, Liriodendron tulipiferum, is Wolkers zijn hele leven lang blijven begeleiden. De boom was gegroeid uit een stek van de tulpenboom die Hermanus Boerhaave in de zeventiende eeuw in Oud-Poelgeest had geplant. Wolkers had de stek voor zijn tulpenboom gekregen van de hortulanus van de Hortus Botanicus aan het Rapenburg in Leiden. Ook die was afkomstig van de tulpenboom die door Boerhaave was geplant.

Zo zitten de dood en de jeugd, einde en begin, verstopt in het geel. „Het is geen puur geel, ik doe altijd wat rood erbij en een likje roze. Het spel met de eerste verflaag en de bovenste laag zorgt ervoor dat er constant beweging in het doek zit.” Wolkers stapte naar voren, met zijn neus bijna op het schilderij, en weer terug, om de dieptewerking van het doek te ervaren. Het was een drift. Hij schermde met zijn penseel op het doek. Achteraf was hij zelf verbluft over het resultaat. „Dit doek is duizelingwekkend. Zoals de sterrenhemel me, als ik ’s nachts staar naar het uitspansel, doet duizelen.”

Na zijn dood werd de as van Wolkers begraven onder de tulpenboom in zijn tuin. Nog geen twee weken later begon de stam van de boom te bloeden. Inktzwart.

Deze zomer kocht Museum De Lakenhal in Leiden Wolkers’ gele doek. Boerhaaves tulpenboom in de Leidse Hortus, meteen onder de poort links, begint vanaf vandaag op kleur te komen.