Slikken we 's nachts als we slapen spinnen door?

Marieke Nijboer-van Beek uit Gouda gruwelt haast bij de gedachte dat ze spinnen inslikt terwijl ze slaapt. Dat wordt haar tenminste wijsgemaakt. „Maar is het echt waar of een broodje-aapverhaal? En is er ooit onderzoek naar gedaan?”

Wetenschappers sluiten niet uit dat het wel eens voorkomt. Maar we slikken geen acht spinnen per jaar door hoor, zegt de Belgische spinnendeskundige Koen van Keer. „Dat is een fabeltje.” Van Keer schreef in 2001 het boek In de herfst komen ze binnen. Zin en onzin over spinnen. „Het is ook nog nooit ergens gerapporteerd.”

En, vertelt hij, spinnen weten absoluut wanneer ze gevaar lopen, in iemands mond kruipen zou dus „zelfmoord” zijn. De poten van de spin bevatten zeer fijne haren waarmee geluidsgolven en luchtverplaatsingen – zoals tijdens onze ademhaling – worden waargenomen. Mocht het ooit gebeuren dat we toch een spin verorberen, dan is volgens Van Keer de kans het grootst dat het gaat om de huisspin. Te herkennen aan zijn lange poten. Die komt het meeste voor in Nederlandse huishoudens.

Wij mensen zijn warmbloedig, spinnen daarentegen koudbloedig. Nog een belangrijk argument waarmee Van Keer de spinnenfabel te lijf gaat. „Je moet het zien als een druppel op een gloeiende plaat. Spinnen gaan echt niet voor hun lol op ons zitten”, zegt hij. „Zet in de winter maar eens een spin op je hand en je zult zien dat hij in paniek raakt en spastische neigingen vertoont.”

Ook Filip Lardon, hoofddocent geneeskunde en biomedische wetenschappen verbonden aan de Universiteit van Antwerpen, bestrijdt het verhaal. „Acht spinnen per jaar? Dat is ronduit belachelijk.” Het is in ieder geval niet gebaseerd op wetenschappelijke kennis, schrijft Lardon op ikhebeenvraag.be. Op deze website kunnen bezoekers een vraag stellen die door een wetenschapper wordt beantwoord. Spinnen kruipen volgens Lardon niet graag in iemands mond. Mocht dat wel gebeuren dan zal dit niet onopgemerkt blijven door onze tong die het insect uit reflex weg zal duwen. Lardon verwacht dat we in ons leven meer vliegjes zullen binnenkrijgen tijdens het fietsen dan spinnen in onze slaap.

Wie heeft dit fabeltje de wereld in geholpen? „Dat is niet te achterhalen. Dit soort verhalen ontstaan uit zowel angsten als fantasieën”, aldus spinnendeskundige Van Keer. Zo kent hij een ander fabeltje waarin wordt beweerd dat spinnen ’s nachts je oor in kruipen en zich al etend een weg banen naar de hersenen. „Ook grote onzin natuurlijk.”

Sjoerd Scholten