Scholten betuigt spijt voor schade

Willem Scholten, de voormalig directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, vindt het spijtig dat mensen en bedrijven geschaad zijn door zijn handelen in het vermeende Havenschandaal. Hij ontkent dat hij als ambtenaar is omgekocht.

Dat bleek gisteren bij zijn slotwoord voor de rechtbank Rotterdam waar hij de afgelopen weken terecht stond voor vermeende omkoping. Hoewel de 66-jarige Scholten volhoudt niet door zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen te zijn omgekocht en daartoe geen valse contracten heeft opgemaakt, betuigde hij aan het eind van de behandeling van zijn strafzaak die vijf dagen in beslag nam spijt tegenover mogelijke gedupeerden . „Het spijt me dat ik mensen verdriet heb gedaan en schade heb berokkend.”

Scholten zei dat hij niet de enige was die zijn baan door het Havenschandaal is kwijtgeraakt. „Veel mensen in mijn omgeving hebben moeten vertrekken, tot en met mijn chauffeur.”

In augustus 2004 kwam aan het licht dat Scholten het Havenbedrijf in het geheim voor ruim 180 miljoen euro garant had laten stellen voor leningen aan het wankele RDM-concern van zijn vriend en klant Joep van den Nieuwenhuyzen. Dat jaar ging RDM grotendeels failliet, waardoor aanvankelijk de gemeente Rotterdam (als eigenaar van het Havenbedrijf) maar uiteindelijk drie banken voor tientallen miljoenen schade hebben geleden.

Het Openbaar Ministerie vermoedt dat Scholten in ruil voor die garanties ruim 1,2 miljoen euro aan steekpenningen van Van den Nieuwenhuyzen heeft aangenomen. Ook heeft hij in enige tijd gratis gebruik kunnen maken van een appartement van de zakenman in Antwerpen. De geheime contracten achter de garantstellingen zouden deels zijn geantedateerd. Justitie eiste vorige week 3 jaar onvoorwaardelijke celstraf.

Gisteren stelde Scholtens advocaat Peter Baauw in zijn pleidooi dat het OM geen harde bewijzen van omkoping en valsheid in geschrifte heeft maar slechts „vermoedens en drogredeneringen”. Vermoedens die het Openbaar Ministerie vervolgens heeft „omgekat” tot bewijs.

Scholten herhaalde in zijn slotwoord dat hij „geen omgekochte ambtenaar is”. Uit vele door hem afgeslagen aanbiedingen van het bedrijfsleven om van baan te veranderen moet blijken dat hij niet voor het grote geld ging, maar hart voor de haven had.

Hij erkent „inschattingsfouten” gemaakt te hebben door te geloven dat het RDM-concern door zijn hulp overeind kon worden gehouden. „Ik geloofde heilig in de maakindustrie. RDM was een icoon van de Rotterdamse haven. Ik kon het niet accepteren dat die zou verdwijnen.” Het steunen van particuliere bedrijven middels leningen en financieringen waren in zijn jaren bij het Havenbedrijf niet uitzonderlijk. „De gemeente heeft voor wel hogere bedragen woningcorporaties geholpen.”

De voormalige topambtenaar hield gisteren eveneens vol dat de 1,2 miljoen euro die RDM op zijn Zwitserse bankrekening had overgemaakt bedoeld was voor een ander, een Egyptische adviseur van RDM. Scholten: „Justitie zegt dat ik daar meer dan twee ton aan heb overgehouden. Nou, ik heb dat niet in m’n zak zitten.” 

De rechtbank doet op 15 oktober uitspraak.