'Portugal moet vroeg of laat om hulp vragen'

Portugal moet steeds meer rente betalen op nieuwe leningen. Het land zal ,,binnen enkele weken” om hulp vragen, wordt voorspeld.

Portugezen zullen Kerstmis dit jaar waarschijnlijk soberder vieren dan normaal. In reactie op de oplaaiende onrust over de Portugese overheidsfinanciën liet de regering in Lissabon gisteren doorschemeren aanvullende bezuinigingen voor te bereiden. Het schrappen van de traditionele eindejaarsbonus wordt daarbij veel genoemd als mogelijke maatregel.

De regering van de socialistische premier José Sócrates is gedwongen tot extra ingrepen, nu ze haar begrotingsvoornemens voor dit jaar dreigt te gaan missen. Dit voorjaar stelde ze zich als doel 2010 af te sluiten met een tekort van 7,3 procent van het bruto binnenlands product (terug van 9,3 procent in 2009). Maar gisteren werd bekend dat het verschil tussen uitgaven en inkomsten deze zomer niet is gekrompen, maar juist is opgelopen.

Tot nu toe weet Portugal bij elke obligatie-uitgifte nog het beoogde bedrag op te halen. Maar door alle onrust ligt de prijs die het betaalt steeds hoger en ook de vraag houdt niet over. De afgelopen dagen gonsde het in Lissabon daarom al van de geruchten dat de regering spoedig buitenlandse hulp zal moeten inroepen. Drie oud-ministers van Financiën spraken vrijdag in de krant Diário de Notícias hun ongerustheid uit. Als de situatie niet verandert, voorspelden ze, zal de regering „vroeg of laat” bij het Internationaal Monetair Fonds moeten aankloppen.

Minister Fernando Teixeira dos Santos van Financiën wees de waarschuwingen van zijn voorgangers van de hand. Hij herhaalde dat 90 procent van de staatsschuld voor dit jaar al is gefinancierd. Teixeira suggereerde dat de drie politieke motieven hadden: allen zijn lid van of loyaal aan de PSD. Deze rechts-conservatieve oppositiepartij roept de socialistische minderheidsregering al maanden op veel strenger te bezuinigingen. Met dit soort „alarmisme”, zei hij, zouden ze de rente willen opjagen om zijn regering onder druk te zetten.

Hoe het ook zij – na het bekend worden van het nieuws over het oplopende tekort, gisteren, konden ook regeringsfunctionarissen en socialistische politici niet langer ontkennen dat extra ingrepen nodig zijn.

De staatssecretaris van Financiën belast met begrotingszaken zei dat „al het noodzakelijke” zal worden gedaan om de oorspronkelijke voornemens te halen. De socialistische partijbons Joel Hasse stelde dat wanneer niet wordt gesneden in de overheidsuitgaven Lissabon „binnen enkele weken” een beroep zal moeten doen op het EU-noodfonds.

Of de regering hiermee ook op de middenlange termijn aan vertrouwen wint, blijft echter sterk de vraag. Sinds het uitbreken van de Griekse schuldencrisis, eind vorig jaar, geldt Portugal al als de ‘volgende dominosteen’ die om zou kunnen vallen. Na de hulpbelofte aan Griekenland (in februari), het akkoord over een vangnet voor de euro (in mei) en de presentatie van de stresstests van Europese banken (in juli) ebde de onrust over Portugal steeds weg.

Maar nooit duurden deze rustpauzes langer dan een paar weken, en steeds stabiliseerde de rente zich op alweer een hoger niveau.

Het illustreert dat de ongerustheid over Portugal allang niet meer alléén de relatief hoge staatsschuld en begrotingstekort betreft. De hoge schuldenlast van bedrijven, banken en burgers is óók een zorg van investeerders. Evenals het feit dat de economie van het land al een decennium amper groeit en door alle bezuinigingen later dit jaar waarschijnlijk terug zal vallen in een recessie.

Het werkelijk probleem is dat Portugal de afgelopen jaren aan concurrentiekracht heeft verloren ten opzichte van veel andere eurolanden. Om competitiviteit te herwinnen, zijn grote investeringen en ingrijpende hervormingen nodig. Een deel ervan is de afgelopen jaren in gang gezet. Maar het kost vaak jaren voordat ze wat opleveren. En het geld om nieuwe door te voeren raakt nu snel op.