In Hilversum zijn de overblijfmoeders op

Hoe meer ouders werken, hoe lastiger ze traditionele schooltijden vinden. Andere Tijden ijvert voor betere aansluiting van lestijd op werk en kinderopvang.

Tijdens de middagpauze staan er geen ouders aan het hek. Op de Bavinckschool in Hilversum heeft de grote middagpauze plaatsgemaakt voor een snelle boterham in de klas. De overblijfmoeders waren op.

Elke dag zitten de kinderen van groep 1 tot en met groep 8 van acht tot twee op school, ook op woensdag. Niemand gaat naar huis tussen de middag. De Bavinckschool heeft sinds vorig jaar een ‘vijfgelijkedagenrooster’, met alleen nog korte pauzes.

Er waren zeker onderwijskundige redenen om andere lestijden in te voeren: meer rust en regelmaat voor de kinderen. Maar de Bavinckschool kan ook simpelweg niet genoeg overblijfouders werven om de kinderen op een verantwoorde manier te laten overblijven. „Het is uit noodzaak geboren”, vertelt directeur André Lammers.

Een belangrijke verklaring is dat meer vrouwen zijn gaan werken. Daardoor blijven meer kinderen in de middagpauze over en zijn er minder overblijfouders beschikbaar.

Cijfers van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) illustreren de trend. Bedroeg de ouderparticipatie in basis- en middelbaar onderwijs in 1995 nog omgerekend 2.300 volle banen, tien jaar later was dat gedaald naar 1.700. En de afname heeft zich volgens de vereniging voortgezet. VOO-directeur Rob Limper wijst op de jongste drempelverhoging: overblijfouders moeten sinds dit jaar een verklaring omtrent het gedrag overleggen. Wie zo’n verklaring aanvraagt bij de gemeente, betaalt 30 euro. Dat vinden veel ouders te veel geld en moeite.

Inmiddels telt Nederland vijftig scholen met lestijden die afwijken van het traditionele rooster. Verenigingen van schoolbestuurders verwachten dat komend schooljaar nog zo’n vijfhonderd scholen (op een totaal van zevenduizend) een alternatief lesrooster invoeren. De meeste zullen hierbij kiezen voor het model van de Bavinckschool.

„We moeten de lesdagen aanpassen aan de eisen van de moderne tijd”, zegt Joop Vlaanderen, teamleider bij VOS/ABB. Deze vereniging van openbare scholen maakt zich, met enkele kinderopvangorganisaties, in de initiatiefgroep Andere Tijden sterk voor alternatieve lesroosters. Andere Tijden vindt dat de lestijden van Nederlandse basisscholen niet goed passen bij de werktijden van ouders. Daardoor hebben kinderen soms opvang voor, tussen en na schooltijd nodig. Die versnippering is niet goed voor kinderen, aldus de initiatiefgroep. Veel prettiger zou het bovendien zijn voor werkende ouders als scholen eerder begonnen en een continurooster hanteerden dat zou aansluiten op de buitenschoolse opvang.

Omschakelen naar een alternatief rooster is niet zonder problemen. De vrije woensdagmiddag, die op de Bavinckschool is weggevallen, is bij uitstek een moment voor buitenschoolse activiteiten. „Op woensdag heeft mijn dochter om twee uur hockey”, vertelt een moeder.

Gjalt Jellesma, voorzitter van de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang (BOinK, ook lid van Andere Tijden), betwijfelt of bekorting van de lunchpauze, zoals op de Bavinckschool, goed voor kinderen is. Volgens hem zijn ze juist gebaat bij langere schooldagen, met een lange gezamenlijke lunch in het midden. „Kinderen hebben een bepaald leerritme, ze werken beter op bepaalde tijden. Ik vraag me af of kinderen na zo’n korte lunch nog wel zo veel leren. Het klinkt als iets te veel economie en iets te weinig kind.”

De kosten van overblijven zijn voor rekening van school en ouders. Ouders krijgen geen tegemoetkoming voor tussenschoolse opvang, waar de overheid buitenschoolse opvang wel financieel ondersteunt. Wat Jellesma betreft wordt ook de tussenschoolse opvang opgenomen in de Wet kinderopvang, waardoor er geld voor vrij zou komen.

Nu is volgens directeur Lammers van de Bavinckschool een korte lunchpauze de enige realistische optie. Een langere schooldag is financieel niet haalbaar.

Toch blijkt twintig minuten lunchpauze niet voor elk kind genoeg. „Sommige kinderen eten wat langzamer dan andere”, vertelt Claudia Eeken, juf van groep 1 en 2. Ook daar is wat op gevonden. De langzame eters beginnen vijf minuten voor de lunchpauze alvast met hun boterham.