Het lijkt een normaal boek

In de Reflex Art Galerie in Amsterdam is werk van Harland Miller te zien.

Hij schildert kaften zoals hij ze het liefste heeft: versleten, gescheurd en besmeurd.

Vergeelde, door de zon aangetaste pagina’s. Ezelsoortjes hier en daar. Een emotioneel berichtje van een vader op de binnenkant van een omslag. „Beste zoon, dit is een van de weinige bezittingen die ik nog heb van voor het huwelijk met je moeder. Look after it, won’t you, Love Dad.”

Oude, doorleefde boeken inspireren de Britse kunstenaar Harland Miller. En dan met name de omslagen. Zijn vader kocht ze met dozen tegelijk tweedehands op rommelmarkten. Zonder te weten wat hij precies in huis haalde. De verzameling herbergde de meest uiteenlopende genres, van crime noirs tot de meest volprezen klassiekers. „De inhoud van die dozen waren mijn eerste aanraking met kunst”, zegt Miller, geboren in het landelijke, afgelegen, Noord-Engelse Yorkshire.

En nu maakt hij ze zelf. Zowel de boeken – want hij is schrijver –, als de kaften – die hij schildert. In de Reflex Art Galerie in Amsterdam staan zijn nieuwste werken tot en met 15 november geëxposeerd, getiteld I’ll never forget what I can’t remember. De schilderijen hangen verspreid over drie locaties aan de Weteringschans. De vintage pop-art kaften hebben niet de gebruikelijke grootte, maar zijn opgeblazen tot lengtes van anderhalf à twee meter.

De kaften die hij schildert zijn gebaseerd op de omslagen van de Britse uitgeverij Penguin. Die kenmerken zich door twee gekleurde vlakken, met in het midden een witte strook waarin heel prominent de titel van het boek en de auteur staan. „Penguin begon in 1935 met het idee om goede boeken betaalbaar te maken voor de Britse arbeidersklasse. Logischerwijs werd er ook beknibbeld op het design”, zegt Miller.

Hij schildert ze zoals hij ze zelf het liefste heeft. Versleten, gescheurd en besmeurd. „Geleefd”, noemt hij ze zelf liever. Met een groot verschil: hij verzint zelf de titels. Soms geïnspireerd op de klassiekers van Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald of Edgar Allen Poe, maar meestal gebaseerd op alledaagse taferelen die Miller meemaakt. „Ik hoop dat sommige titels mensen laten glimlachen, wanneer ze bijvoorbeeld kijken naar Death. What’s in it for me?. Of melancholisch maken, zoals bij The international lonely guy. My story.”

Er schuilt geen dieper liggende gedachte in zijn werk, geeft Miller toe. „Althans, iedereen moet er zijn eigen invulling aan geven. Veel van deze titels zijn misschien ook wel hoofdstukken uit mijn leven”, zegt hij. „Als ik terugdenk aan de tijd dat ik de titel The international lonely guy bedacht voel ik meteen weer de neerslachtigheid van het eenzame reizen en het rondhangen in foute kroegen. Zo zal elke titel bij iedere aanschouwer een andere associatie opwekken.”

Zijn inspiratie komt overal vandaan. Zoals bij de titel 12 rounds with God. Ernest Hemingway. „Soms hoor ik flarden van gesprekken die me opeens aan het denken zetten. Zo hoorde ik in een kroeg aan een tafeltje naast me ‘12 rounds with God’. Fantastisch dacht ik, twaalf boksrondes met God. Uiteindelijk bleek ik het verkeerd te hebben verstaan. Bleek de quote nog veel banaler. Ik merk wel dat ik het zoeken naar perfecte titels in mijn dagelijkse leven niet zomaar naast me neer kan leggen. Het begint een soort tic te worden.”

Miller begon, omdat hij toen in Parijs woonde, met Franse boektitels. In stoffige boekwinkeltjes zocht hij naar mooi klinkende woorden. „Maar ik was bang dat het iets geks zou betekenen.” Daarom besloot hij zelf de titels te verzinnen. In het Engels. „Woorden werden steeds belangrijker in mijn werk.”

Opvallend zijn de potloodkrabbeltjes naast het schilderwerk. Het zijn nieuwe titels die voortvloeien uit het idee waar hij mee bezig was. „Je ziet hoe mijn gedachten zich vormden.”

Dat de boodschap of grap er niet te dik bovenop ligt, is het moeilijkst. „Komt de boodschap aan, of is it too obvious. Of maak ik het onnodig ingewikkeld?” Daarom exposeert hij ook de titels die het niet haalden, zoals And ass for you!. „Het laatste wat ik wil is dat de mensen denken dat ik een heel basic sense of humour heb”, lacht hij.

I’ll never forget what I can’t remember is t/m 15 nov. te zien in de Reflex Art Gallery, Amsterdam. Open: di t/m za van 10-18 uur en op afspraak. Inl: www.reflexamsterdam.com