Groei economie spekt staatskas

Het begrotingstekort slinkt volgend jaar met 11 miljard naar een gat van 24 miljard euro. Hoofdoorzaak: de belastinginkomsten.

VVD-leider Mark Rutte, formeel nog even leider van de grootste oppositiepartij, was gistermiddag lovend over de maatregelen die het overgebleven demissionaire kabinet van CDA en ChristenUnie aankondigde. Van de 18 miljard euro die een volgend kabinet wil bezuinigen, is nu nog maar 16 miljard nodig, was zijn redenering. Het vertrekkende kabinet heeft immers op de valreep voor een paar stevige saneringen in de overheidsfinanciën gekozen: ambtenaren leveren volgend jaar 1 miljard euro op hun salaris in. Daarnaast worden de budgetten voor inburgering en kinderopvang de komende jaren versoberd en gaan de premies in de zorg omhoog.

De bezuinigingen remmen de economische groei af. Tegelijkertijd trapt het kabinet op het gaspedaal door voor ruim 300 miljoen euro de vennootschapsbelasting te verlagen en voor 200 miljoen euro woningbezitters tegemoet te komen. Ook de inkomstenbelastingen gaan iets omlaag.

Het rompkabinet komt met een paar opmerkelijke lastenverzwaringen voor de burger. Omdat de opbrengst van boetes tegenvalt, zal de hoogte van de verkeersboetes in 2012 met 20 procent worden verhoogd. En omdat de recessie tot meer studenten leidde, wordt er gekort op de kinderopvang om dat onverwachte gat op de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) te dichten. „Leraren en leerlingen ontzien in de onderwijsbegroting”, luidde de pr van het ministerie gisteren. Tegelijkertijd worden nog niet aangesproken potjes bij onderwijs gebruikt om het begrotingstekort terug te dringen.

In de berekening van de inkomenseffecten worden lang niet al deze maatregelen meegenomen.

Maar ook bij een optimistische berekening is het voor het eerst sinds begin jaren tachtig dat de koopkracht van een alleenverdiener met een modaal inkomen en kinderen er twee jaar op rij op achteruit gaat: dit jaar en volgend jaar.

Deze ombuigingen en inkomensdalingen eisen bijna vanzelfsprekend de aandacht op in de Haagse politieke arena. Toch komt veruit het grootste deel van de verbetering van de overheidsfinanciën op het conto van de economie zelf. Met de bezuinigingen worden vooral de uitgaven onder controle gehouden. De inkomsten stijgen in 2011 naar verwachting met 11 miljard euro naar 225 miljard euro. Dát maakt het leeuwendeel uit van de terugdringing van het begrotingstekort. De economie groeit dit jaar met 1,75 procent en volgend jaar met 1,5 procent. Het vertaalt zich, zo is de verwachting, in fors hogere inkomsten uit vennootschapsbelasting en dividendbelasting.

Het vertrekkende kabinet kent meer meevallers waar de politiek geen rol van betekenis speelt. De gasbaten vallen volgend jaar ruim 2 miljard euro hoger uit en de rentelasten vallen mee door de sterk gedaalde rente. In zekere zin springen de overheidsfinanciën bijna net zo hard omhoog als ze eerst vielen. De laatste twee jaar kampte het Rijk juist met sterk dalende belastinginkomsten en gasbaten.

Over de loonontwikkeling in Nederland zijn de geluiden tegenstrijdig. In de Troonrede wordt gerept van „ons relatief hoge loonkostenniveau”. De vraag is waar die uitspraak op is gebaseerd. De arbeidsinkomensquote, de totale som van lonen als percentage van het bruto binnenlands product, is de afgelopen tien jaar niet zo laag geweest als in 2010. En volgend jaar zal dit cijfer wederom dalen. Dat is goed nieuws voor de economie, want hoe lager de lonen, hoe meer er als winst overblijft voor het bedrijfsleven. Dat is positief voor de investeringsbereidheid van ondernemers.

Zouden de zorgen over te hoge loonkosten gedreven zijn door politieke motieven? Bijvoorbeeld om het land voor te bereiden op een loonmaatregel?

Het Centraal Planbureau (CPB) neemt in zijn analyse ruim de tijd om te beargumenteren dat de arbeidskosten in de Nederlandse industrie sinds 2000 nauwelijks meer zijn gestegen. Ergo: er is geen sprake van een slechte concurrentiepositie waardoor loonbevriezingen of -verlagingen verantwoord zouden zijn. Sterker, de economen uit Scheveningen constateren dat de arbeidskosten in Zuid-Europa veel harder zijn gestegen dan in Noord-Europa. Dat moet ongedaan worden gemaakt en dat kan door een kostendaling in Zuid-Europa, door een kostenstijging in Noord-Europa of door een combinatie daarvan, suggereert het CPB plagerig. Hoezo loonmatiging?

En het toekomstige kabinet krijgt van het CPB ook een waarschuwing: volgend jaar is de economische groei lager dan dit jaar. Voor een groot deel is dat het gevolg van bezuinigingen. „Een snellere teruggang zet het herstel onnodig onder druk.”