Energie uit zon en wind levert juist geld en banen op

Het huidige energieregime gaat ten koste van welvaart. Hard nodig is een transitie, stellen Jan Rotmans, Derk Loorbach en Jan-Coen van Elburg.

De stelling dat een economisch model of een technische rekensom ons kan laten zien of wij moeten investeren in duurzame energie, is misleidend. Wanneer een nieuw kabinet hierin zou geloven, is het zelfs gevaarlijk. Lomborg en Giling (beiden op de Opiniepagina, 13 september) vegen de dynamiek, impact en complexiteit van de energietransitie zo onder het tapijt. Vooruitschuiven van duurzame investeringen miskent de te doorlopen innovatiecycli en negeert de wijze waarop het fossiele regime in stand wordt gehouden.

Lomborg redeneert vanuit een regime waarbij een vervuilingsheffing ten koste gaat van welvaart. Waar nieuwe kern- en kolencentrales worden gesubsidieerd. Waarin een olieramp in Amerika of kernafval lekkende zoutmijnen in Duitsland extra bnp opleveren. Zo wordt slechts speelgeld verschaft aan duurzame R&D, terwijl miljarden worden uitgegeven aan schoonmaakoperaties. Is dat slim?

De transitietheorie leert ons dat het gebruik van fossiele brandstoffen dusdanig is geïnstitutionaliseerd dat de doorbraak van alternatieven onnodig duur en traag is.

Terwijl het voor particulieren fiscaal onmogelijk is om ook maar een kilowatt stroom te leveren aan de elektrische auto van de buren, worden industriële grootverbruikers in Nederland zwaar bevoordeeld via belastingvrijstellingen. Wereldwijd gaat tienmaal zoveel subsidie naar de fossiele energieproductie als naar duurzame bronnen. Zo wordt de toegangsdeur van groene innovaties tot de markt dichtgegooid.

Op technisch vlak is het goed te weten dat de partijen die zijn begonnen met windmolentjes van niks, nu in staat zijn een vermogen van 7 MW per windmolen te realiseren. In Denemarken groeit het marktaandeel van windenergie naar 30 procent in 2012. De ontwikkelingen in zontechnologie zijn in Duitsland losgekomen, omdat innovatie via een consistent systeem bij de burger is gebracht. In Nederland leunen we op een wispelturige subsidiepot.

Lomborg en Giling pleiten voor instandhouding van het huidige systeem. Risicovol, inconsistent en kostbaar. Subsidiepotjes voor dubbelglas en groene R&D zullen de barrières niet slechten. Consistent kiezen voor energietransitie levert echter geld, banen en een schoner milieu op.

Jan Rotmans is hoogleraar transitie en transitiemanagement aan de Erasmus Universiteit. Hij is directeur van de Dutch research institute for Transitions (DRIFT).Derk Loorbach is verbonden aan DRIFT en Erasmus Universiteit.Jan-Coen van Elburg is verbonden aan de Erasmus Universiteit en adviesbureau RebelGroup.