'Een uitnodiging tot megalomanie'

In Hamburg wordt de elegante Elbphilharmonie maar duurder en duurder. Pas over ruim twee jaar – aanzienlijk later dan gepland – kunnen hier concerten worden gegeven.

Hamburg krijgt een nieuw concertgebouw. Het is niet te ontlopen. De Elbphilharmonie ligt als een gestrande windjammer op de fundamenten van een voormalig pakhuis aan de Elbe. Het dak zit er op, het pannenbier is gedronken – en de kosten stijgen met de dag. Zelfs voor het steenrijke Hamburg begint de volkomen uit de hand gelopen begroting te knellen.

In Carl’s Brasserie, pal naast de Elbphilharmonie, kijkt de geboren Hamburger Egon Weber eerst naar de schepen op de rivier en dan naar het concertgebouw in wording. „We zijn er trots op. Hamburg kan niet klein bouwen”, zegt hij. Maar de hoge kosten zijn pijnlijk. „Vergeet niet dat stad en haven groot zijn geworden door Noord-Duitse zuinigheid.”

Pas over ruim twee jaar – aanzienlijk later dan gepland – kunnen hier concerten worden gegeven. Uiteraard klassiek van de Philharmoniker Hamburg onder leiding van Simone Young, maar ook jazz en pop. Voor het zover is, zullen de stadsbestuurders zich moeten verantwoorden voor een budgetoverschrijding die de honderd procent te boven gaat. De begrote 95 miljoen euro werd 115 miljoen. Daarna waren de kostenstijgingen niet meer bij te houden. Nu moet Hamburg voor zijn nieuwe muziektempel 323 miljoen betalen. Oorzaak: aanvullende, niet begrote bouweisen en technische tegenvallers.

Op het Hamburgse stadhuis wordt gefluisterd dat de hoofdrolspelers in dit financieel-culturele drama alleen nog maar via hun advocaten met elkaar communiceren. Het Zwitserse architectenbureau Herzog & De Meuron, aannemer Hochtief uit Essen en burgemeester en wethouders zouden niet meer on speaking terms zijn.

De burgemeester die de bouw aanvankelijk enthousiast aanstuurde, de christen-democraat Ole von Beust, gaf een maand geleden te kennen dat hij de politiek voor gezien houdt. De Elbphilharmonie als zijn problematische nalatenschap – door de Hamburgers gekscherend ‘Ole’s mausoleum’ genoemd – is nu de zorg van z’n opvolger Christoph Ahlhaus. Die kreeg meteen kritiek te verduren omdat hij de problemen niet in z’n toespraak noemde. Oppositieleider Michael Neumann snijdend: „Wat doet Ahlhaus? Hij zwijgt.”

De moeilijkheden met de begroting werpen een schaduw over de Elbphilharmonie. Los daarvan staat vast dat Hamburg een bijzonder concertgebouw krijgt. Het is met zijn 110 meter een van de hoogste panden van de stad. Door het golvende dak en de gevel van gewelfde blauw-glazen panelen, die herinneren aan de zeilen van een zeilschip, wekt het een maritieme en elegante indruk.

De bovenbouw staat op een hoog bakstenen fundament van een voormalig pakhuis. Het pand maakt alles in z’n omgeving klein – behalve de Elbe. Aan de overkant van de rivier worden bij de firma Sasol olie en chemicaliën overgeslagen. Mammoettankers meren af in een omgeving die niets intiems heeft en waar grootte de maatstaf is. In die zin valt de Elbphilharmonie nauwelijks op.

Ook van binnen wordt het concertgebouw bijzonder. Wie de moeite neemt om een blok verder te lopen, kan in het zogeheten Elbphilharmonie Paviljoen ervaren hoe de concertzaal eruit zal zien. In een modelbouw van 1:10, die gebruikt is als akoestisch proefstation, kun je rondkijken en je verbazen over de gekozen opbouw van de zaal met zijn 2150 zitplaatsen.

„De concertzaal is opgezet volgens het principe van een wijngaard die op een helling ligt”, vertelt een paviljoensmedewerker. Een treffende vergelijking: het glooit en golft in de zaal op schaal. Verantwoordelijk voor de akoestiek is de gerenommeerde Japanse geluidstechnicus Yasuhisa Toyota, die overal ter wereld innovatief maar uiterst kostbaar geluidswerk aan muziekzalen heeft verricht.

De Elbphilharmonie is meer dan een concertgebouw. Hamburg zou Hamburg niet zijn als de ambities daarbij waren gebleven. De opdracht aan de Zwitserse architecten luidde: ontwerp een „multifunctioneel woon- en cultuurcomplex”.

Volgens critici was dat een uitnodiging tot megalomanie en kostenoverschrijdingen. Het westelijke deel van het gebouw, waar de Elbphilharmonie het hoogst is, herbergt tientallen luxeappartementen. Aan de oostzijde komen een vijfsterrenhotel, een openbare plaza en congres- en wellnessruimtes.

Toen de bouwopdracht werd gegeven, was van een krediet- en eurocrisis nog geen sprake. In Hamburg kon de groei niet op. „Nu zou je zeggen: geef ons een concertzaal en laat die toeters en bellen maar zitten. Dat zou een boel geld schelen”, zegt bezoeker Egon Weber.

Maar Hamburg zit vast aan dit miljoenen vretend ‘totaalconcept’, dat een nieuw symbool voor de stad moet worden. Die gedachte schoof de Zwitserse architect Pierre de Meuron laatst geïrriteerd terzijde. „Symbolen bouw je niet. Die ontstaan in de hoofden van mensen.”