Een gebrek aan licht

Ik keek op tv naar de Prinsjesdag-rituelen, voornamelijk omdat ik benieuwd was naar de juichende Oranje-fans en de activistische hoedjes. Ook wilde ik graag weten of koningin Beatrix in haar Troonrede weer iets zou zeggen als ‘twitter’ of misschien wel ‘het komt de sociale cohesie van de maatschappij niet ten goede als mensen elkaar zomaar ontvrienden’.

Aangezien Lady Gaga met haar vleesjurk en dito hoedje het fenomeen ‘statement-outfit’ anderhalve week geleden weer van nieuwe glans voorzag, keek ik extra uit naar de Prinsjesdag-hoeden. Net als bij Gaga hoefde de gedachte niet eens heel erg duidelijk te zijn (‘ik draag een jurk van vlees omdat we zonder onze principes immers enkel een stuk vlees zijn’), maar de hoed zelf zou moeten overdonderen. Ik hoopte op een hoofddeksel in de vorm van een glow-in-the-dark kerncentrale en wellicht een enorme muts van Afghaans schaap.

Het aantal statement-hoedjes viel helaas tegen, de zwarte koksmuts van Marianne Thieme met de tekst Fish Free Friday leek haast de enige. Wel was er een groepje hoeden speciaal in het kader van de Internationale Dag van de Vrede gemaakt. Het was mooi om te zien dat het thema ‘vrede’ voor een paar kunstenaars leek te betekenen: in alle vrede carnaval mogen vieren.

De hoed van Sabine Uitslag, een zwarte punthoed die omwonden leek met gekleurde vilten vlaggetjes zou niet misstaan in Oeteldonk. Misschien is dat op een bepaalde manier ook wel te interpreteren als het tegenovergestelde van oorlog.

De traditionele vredessymbolen kwamen ook langs: op de (vrij geweldige) hoed van Helma Neppérus zaten twee parmantige witte duiven geplakt. Vreemd genoeg maakte dit de hoed niet romantisch of sacraal, maar eerder het mysterieuze hoofddeksel van een kruidenvrouwtje. Misschien lag het aan de zwarte stof van de hoed. Of aan de duiven, die eruitzagen alsof ze gevonden waren in de kerstuitverkoopbak van het tuincentrum.

Maar het vreemdste statement van de dag was natuurlijk: de waxinelichthouder. Wat is daar gebeurd? Hoe kwam de man tot deze specifieke keus? Barstte hij spontaan in woede uit toen hij de koets zag en was hij toevallig net daarvoor naar de Xenos geweest? Besloot hij die ochtend iets naar de koets te gooien, en speurde hij vervolgens zijn woonkamer rond („de afstandbediening heb ik nog nodig… in die plantenpot zit nu net een jong stekje… hee, ik vergeet toch altijd waxinelichtjes te kopen, deze waxinelichthouder is prima!”) Of was het misschien toch een statement? Iets over een gebrek aan licht? In duisternis gehulde zaken? Meer sfeerverlichting op straat?

Misschien wordt het hoeden-statement van volgend jaar wel een bouwhelm.

Renske de Greef