Duel met Vitesse is grootse zaak in Emmeloord

Flevo Boys 0 Vitesse 6

Ruststand 0-2. 8. Aissati 0-1, 15. Aissati 0-2, 49. Barazite 0-3, 65. Nilsson 0-4, 81. Stevanovic 0-5, 85. Barazite 0-6. Scheidsrechter: Van Sichem. Toeschouwers: 3.250.

Het duurt zeker nog twee uur voor de wedstrijd tussen Flevo Boys Emmeloord en Vitesse begint, maar de tientallen meters rood-wit lint rondom het parkeerterrein van sportpark Ervenbos verraden veel: hier staat wat groots te gebeuren. „Parkeren kan niet zomaar vandaag”, waarschuwt vrijwilliger Harm Nieuwenhuis bezoekers. „Voor de eerste rijen heb je een parkeerkaart nodig. Dat moet nu eenmaal als er een betaaldvoetbalclub op bezoek komt.”

Voor het eerst sinds 2006 trof Flevo Boys, een ploeg uit de topklasse, gisteren een tegenstander uit de eredivisie. De ploeg staat in de competitie in de middenmoot en trekt gemiddeld zo’n 800 toeschouwers. Maar met Vitesse als tegenstander in de tweede ronde van het KNVB-bekertoernooi komen 3.250 toeschouwers naar het sportpark.

Het contrast tussen Flevo Boys en Vitesse is al duidelijk voordat één speler het veld heeft betreden. De spelers van de door de vermogende Georgiër Merab Jordania overgenomen club uit Arnhem stappen met grote koptelefoons op hun hoofd uit de bus, de meeste voetballers van Flevo Boys komen gezamenlijk op de fiets.

„Wat een gedoe”, verzucht pr-man Evert Onink. De afgelopen uren is hij alleen maar bezig geweest met de KNVB en producent Endemol. „Je moet als vereniging ineens aan allerlei eisen voldoen. Dat begon al bij de camera, die ze recht voor ons scorebord wilden neerzetten. En er waren problemen met het licht voor het sponsorbord; de lichtinval moest precies goed zijn, dus hebben we dat bord verplaatst naar de gang van de kleedkamers.”

Onink krijgt weer een telefoontje. Of er nog kaarten zijn voor vanavond? „Ik kan beter een bandje inspreken”, grinnikt hij. „Ik heb al zeker vijftien keer moeten vertellen dat ze snel naar de kassa moeten komen. Het wordt een vol sportpark, dat is zeker.”

Iedereen met een belangrijke functie, krijgt een naamkaartje en een witte blouse bedrukt met sponsornamen. Everts vrouw Marianne is gastvrouw. „Maar alleen vandaag hoor, normaal laat ik alles wat met voetbal te maken heeft aan mijn man over.” Tot aan de nacht voor het duel werkte Marianne nog aan de logo’s op de blouses. „Ik heb een eigen naaistudio, dus heb ik die blouses gemaakt. Iedereen in functie krijgt vandaag zo’n blouse, zelfs de omroeper.”

„Als Flevo Boys maar niet over zich heen laat lopen”, zegt Wieger (49) uit Emmeloord. Samen met zijn vrienden Peter en Albert staat hij al tien jaar voor de ramen van de kantine. „Dit zijn toch de wedstrijden waar je het als supporter voor doet. Bij duels met Spakenburg komen soms 1.500 mensen opdagen. Maar als er een eredivisieclub langskomt, loopt het hier pas echt vol.”

Zelfs als Flevo Boys bij rust tegen een 2-0 achterstand aankijkt, blijft Wieger vol vertrouwen. „We worden in ieder geval niet weggespeeld”, klinkt het optimistisch. Als Flevo Boys-verdediger Pieter Westra bij een 0-3 stand voor de tweede keer een gele kaart krijgt en naar de kant moet, beseffen de supporters dat er dit jaar geen verrassing inzit. Er wordt nog gesmeekt om een penalty, gejuicht om een schot op doel, maar het geloof dat Vitesse „te pakken is”, ebt weg.

Waar de spelers van Vitesse na afloop van de wedstrijd geïnterviewd worden voor het sponsorbord, staat Marco van der Heide van Flevo Boys een beetje teleurgesteld bij de kleedkamer. „Ja, die eerste kans”, herinnert de middenvelder zich. „Al na vier minuten. De bal kwam een beetje achter me, dus probeerde ik hem met mijn hak nog op doel te krijgen. Net over, jammer.”

De eindstand (0-6) doet Van der Heide weinig. „We speelden met tien man zelfs nog met drie spitsen, om toch die ene goal voor het publiek te scoren. En ach, 4-0 of 6-0 maakt dan ook weinig meer uit.”

Van der Heide heeft genoten van de wedstrijd. „Flevo Boys is geen grote vereniging en als je dan voor meer dan 3.000 toeschouwers mag voetballen, is dat een heerlijk gevoel. Ik moest bij de warming-up al glimlachen en die lach is, zelfs na zo’n nederlaag, nog altijd niet van mijn gezicht verdwenen.”