De Millenniumdoelen: zijn al bijna gehaald / hebben nog een lange weg te gaan

Staat de wereld er echt zo goed voor als de VN ons willen doen geloven?

Tussenstanden zijn verraderlijk. „Kwestie van hoe je de cijfers laat spreken.”

Statistieken, nuances, mitsen en maren. Wie deze pagina ziet slaat waarschijnlijk liever snel om.

En dat is precies waarom de Millenniumdoelen in 2000 werden geformuleerd. De Verenigde Naties waren het zat, al die topvergaderingen over de toestand van de wereld. Genuanceerde rapporten die in de vergetelheid raakten, experts die elkaar monddood discussieerden.

Laten we, dachten de Verenigde Naties, uit de laatste top in Kopenhagen eenvoudige beloften destilleren. Acht doelen waar we relevante, méétbare indicatoren bij zoeken: alle kinderen naar school, half zoveel armoede in de wereld. Concrete doelen waar we tot 2015 aan kunnen werken.

De charme van die eenvoud bleek een uitkomst: eindelijk de wereld vereenvoudigd. Alle rijke landen in de Verenigde Naties beloofden jaarlijks 0,7 procent van hun Bruto Binnenlands Product aan de doelen te doneren.

Met diezelfde eenvoud presenteerde VN-chef Ban Ki-moon maandag de ‘tussenstand’ tijdens de VN-top in New York. „De wereld ligt op koers bij het bestrijden van extreme armoede.” En: „Alle acht doelen kunnen nog worden gehaald voor de deadline van 2015”. Natuurlijk bevat het bijbehorende VN-rapport tal van nuances. Maar je moet positief zijn, cynisme remt af, lijkt de boodschap.

Staat de wereld er echt zo goed voor als de Verenigde Naties ons willen doen geloven?

„Nee natuurlijk niet”, zegt de Belg Jan Vandemoortele, die als VN-medewerker in 2000 de Millenniumdoelen mede vormgaf. Vandemoortele pleit voor eerlijkheid: „We hameren op nationale gemiddelden. Maar wie naar de nuances kijkt, weet: we gaan de doelen nooit halen.” Michiel Keyzer, directeur van de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de Vrije Universiteit in Amsterdam: „Het is een kwestie van hoe je de cijfers laat spreken.”

Doel één: honger en extreme armoede in 2015 halveren ten opzichte van 1990. De tussenstand: we zijn er bijna. Maar wat nu als je de grafiek uitsplitst naar verschillende werelddelen? Dan blijkt het aantal mensen dat van minder dan 1,25 dollar per dag moet rondkomen, flink te dalen in opkomende economieën als China en India terwijl in Afrikaanse landen bezuiden de Sahara de armoede juist toeneemt. „De kloof wordt groter”, zegt Keyzer.

Grootste zwakte van de Millenniumdoelen vindt Keyzer de meetbaarheid. „Meet je de honger in calorieën, of in gewicht? Wat zegt ondervoeding als mensen blijven leven?” De Verenigde Naties kijken vooral naar voedselprijzen en naar koopkracht: overheidscijfers. Maar de werkelijkheid, zegt Keyzer, ligt ingewikkelder: „Niet overal zijn regeringscijfers even betrouwbaar. Bovendien kunnen lokale cijfers flink verschillen door overstromingen, ziekten.”

Tussenstanden, zegt Keyzer, zijn verraderlijk. „Vooral omdat er landen zijn waar een groot deel van de bevolking rond de armoedegrens leeft. In die landen kan de armoede of honger tijdens een intern conflict in korte tijd honderden procenten toe- of afnemen.”

En: mag je honger en armoede zomaar één doel noemen? „Afname van armoede kan honger ook bevorderen,” zegt Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking in Nijmegen. Hoebink wijst naar sommige delen in Afrika waar lang niet iedereen profiteert van de economische groei en de daarmee stijgende voedselprijzen. „Terwijl de armoede mondiaal daalt is het aantal hongerigen de laatste twee jaar met 94 miljoen toegenomen. En dat kan nog groeien door stijgende voedselprijzen.”

Zo’n ‘Ja, maar’-kanttekening kun je volgens Hoebink bij het hele Millenniumdossier plaatsen. „Als alle kinderen naar school gaan neemt de kwaliteit van het onderwijs af. Maatregelen tegen aantasting van de ozonlaag blijken te werken, tegelijkertijd neemt ontbossing dramatisch toe.”

Toch zijn deskundigen zeker niet pessimistisch over de meeste ontwikkelingen. ‘Afrika’ gaat in veel opzichten vooruit, al zal het de doelstellingen voor 2015 niet halen. En dat sommige werelddelen achterblijven zegt óók iets over de rest. Keyzer: „Kijk naar China, India en Brazilië. Die landen hebben fantastische vooruitgang geboekt. Niet door noodhulp, maar door een sterke regering die lage voedselprijzen en particulier grondeigendom bevorderde.”

De groei van deze economieën kan straks de redding zijn voor de ‘achterliggers’, denkt Keyzer. „Er blijven simpelweg minder landen over waar we een hulpplan voor moeten bedenken. En je hebt kans dat Afrika het centrum van lagelonenlanden wordt, zeker omdat China vergrijst.” Daar hebben de hongerende kinderen van nu weinig aan, beaamt hij.

Hét probleem van de Millenniumdoelen, zegt VN-veteraan Jan Vandemoortele: de rek is eruit. „We hebben de doelen gebaseerd op het optimisme uit de jaren tachtig en negentig. Maar de vooruitgang die we toen boekten, halen we niet meer. Natuurlijk: je kun de economische crisis de schuld geven. Maar de groei stagneerde al daarvoor.” Oorzaak is volgens hem de groeiende ongelijkheid binnen landen. „In veel landen merkt vijftig procent van de bevolking niets van vooruitgang.” De Verenigde Naties, meent Vandemoortele, kijken te veel naar getallen van „de nationale databazen” en te weinig naar lokale omstandigheden. „Al wordt dat wel langzaam minder.”

Aan die efficiëntie ontbreekt het ook bij Millenniumdoel nummer acht: meer samenwerking tussen rijke en arme landen, zegt Keyzer. „Landen zeggen soms wel tien keer een donatie toe. Of die ook echt komt trekken de Verenigde Naties onvoldoende na. Sommige landen maken zo tienmaal een goeie sier terwijl ze maar één keer betalen.”

Donaties blijven inderdaad ver achter. Alleen Denemarken, Luxemburg, Noorwegen, Zweden en Nederland maakten vorig jaar 0,7 procent van hun bbp over aan ontwikkelingslanden, blijkt uit het VN-rapport. Paul Hoebink: „De Verenigde Staten geven ondanks toezeggingen erg weinig. Italië misdraagt zich pas echt schandelijk met een bijdrage minder dan veel particuliere ontwikkelingsorganisaties.”

Toch zijn de Verenigde Naties in hun rapport over donorgelden redelijk mild. Dat is direct ook de zwakte van zo’n grote organisatie, zegt Hoebink. „Alles wat de VN zeggen kan niet anders dan in diplomatieke statements. Je kunt het ze niet kwalijk nemen: wijzen ze met de vinger naar Italië, dan ontstaan er al snel een diplomatieke rel.”

De Verenigde Naties móéten de Millenniumdoelen wel positief brengen, zegt Keyzer. „In de publieke opninie hebben de VN al een slecht imago: het ontbreekt hen aan besluitvaardigheid en het is een logge, bureaucratische organisatie die veel geld kost. Dat imago zal Ban Ki-Moon niet verder willen verslechteren door te stellen dat het geld aan de ontwikkelingslanden weggegooid is.”

Waar we met de Millenniumdoelen écht staan? Jan Vandemoortele: „We hebben nu 40 procent van de weg afgelegd, maar dat heeft ons wel 70 procent van de tijd gekost. We hebben dus nog 60 procent af te leggen in de resterende 30 procent van de periode tot 2015. Dat is de realiteit.” Tijd om de doelen tussentijds bij te stellen vindt hij het nog niet: „Pas ná 2015.”

De Millenniumdoelen positief brengen, het is ook volgens de bedenker Jan Vandemoortele onontkoombaar. Zelfs als je weet dat ze hoogstwaarschijnlijk niet haalbaar zijn? Het gaat niet om de doelen zelf. Het gaat, vindt hij, om de driving target approach: de moed erin houden. Anders vervallen we in cynisme en pessimisme. „Dat wilden we met de Millenniumdoelen nu juist voorkomen.”

Kijk voor infographics over Millenniumdoelen op nrcnext.nl

Met medewerking van Dick Wittenberg.