De eerste Toupim maakte ik voor een zieke vriendin

Naam: Sylvia Holstijn

Leeftijd: 47 jaar

Studie:Toneelschool NYC

Eigen bedrijf: Toupim: product dat haarverlies camoufleert. De naam Toupim is een combinatie van toupet en Pim (de bijnaam van Sylvia).

Hoe ben je op het idee gekomen?

„Ik kom uit de tv- en theaterhoek, ik maakte producties en acteerde. Toen ik eind 20 was zat ik in een muziektheatertrio: de Synopsisters. Een bijzonder clubje dat nooit echt is doorgebroken. In 2003 werd een van het trio, Gerieta, ziek. Kanker. Na de chemokuur droeg ze een pruik. Dat ding was heel ouwelijk, tuttig, kriebelend. Je zag zo dat het een pruik was, ze was herkenbaar als kankerpatiënt. Gerieta vroeg me daar wat op te bedenken. Zo maakte ik het eerste gekke dingetje, wat nu een Toupim is: een haarband met echt haar aan de rand waar je een pet over draagt.

„Ze legde er een paar vlechtjes in. Mensen trokken eraan en zeiden: Wat zit je haar leuk! Zo’n simpel idee. Het verschoof niet, viel niet af en jeukte niet. Mensen zagen niet dat ze eigenlijk helemaal kaal was. Ze heeft ’m een half jaar gedragen.”

Wanneer maakte je je eerste pruik?

„Na haar dood ben ik in de wereld van de patenten gedoken. Het simpele idee bleek nog niet te bestaan. Ik wilde het idee verkopen met het patent erop, want ik zag de zakenwereld nou niet als mijn voorland. Dat bleek zo makkelijk niet. De pruikenwereld is conventioneel, dit veel goedkopere alternatief voor de pruik zagen ze als bedreiging. Ik moest een keuze maken: leg ik het idee in de kast? Dan heeft niemand er wat aan, er zit immers patent op. Of zet ik het bedrijf op en kijk ik of vrouwen ermee geholpen zijn? Dat laatste ben ik gaan doen. Ik merk dat vrouwen die geconfronteerd worden met kanker en aan de chemo moeten vooral opzien tegen het haarverlies. Je wordt afschuwelijk ziek, maar het kaal worden is vaak het heetste hangijzer.”

Ben je succesvol?

„Het bedrijf groeit langzaam, ik verkoop zo’n honderd tot tweehonderd Toupims per jaar. Voor elk pruikje dat ik verkoop, kan ik weer haar kopen. Het haar dat bedoeld is voor hair extensions trek ik eindeloos uit elkaar en vogel ik vervolgens weer in elkaar. Maar nu is er een omslag. Ziekenhuizen willen een sample om het als alternatief aan vrouwen te tonen. Bovendien heb ik nu een internationaal patent.”

Ben je gelukkig in je werk?

„Toen Gerieta overleed waren de Synopsisters voorbij. Vorig jaar werd ook Odette, de tweede Synopsister, het zusje van Gerieta, ziek. Ze heeft nooit een Toupim kunnen dragen. Ik realiseer me dondersgoed hoe eindig het leven is. Dit was het voor hen, klaar, streep eronder. Terwijl ik ervan uit ga – hoop te kunnen gaan – dat ik nog van alles kan doen. Ik had nooit gedacht dat ik ondernemer zou worden. Ik vond het niets voor mij, maar ik geloof echt in het product. Toch vraag ik me wel eens af, maak ik niet liever theater?”

Hoe inspireert het werk je?

„Ik ben als enige overgebleven van dat unieke clubje. Dat is onlosmakelijk verbonden met dit product en de levensfase waarin ik nu zit. De dood van Odette en Gerieta én hun levens, en de creativiteit die we hadden met de Synopsisters zijn een enorme drijfveer.

„Ook mijn klanten inspireren me. Zo schrijft iemand me met het verzoek om een bepaald model met daaronder de zin ‘ik weet het pas drie weken’. Dan schrijf ik terug dat ik het model op voorraad heb met een persoonlijke noot, zoals: ik ga hard voor je duimen. En dat doe ik dan ook echt. Dat contact zal minder worden nu het bedrijf groeit. Ik ben niet de vriendin van die vrouwen. Daar zitten ze ook niet op te wachten. Ik kan me wel vriendelijk opstellen.”

Wat wil je bereiken?

„Ik wil de Toupim zo goed mogelijk op de markt zetten en proberen zoveel mogelijk vrouwen wereldwijd te bereiken. Maar als er iets anders verzonnen wordt – dat kan heel goed, mensen verzinnen prachtige dingen – en de Toupim wordt ingehaald , dan is dat ook goed.”

Laura van der Wal