De Duitse kunstscene is bedrogen

En dat is niet het enige: de collectie-Jäger blijkt ook nooit te hebben bestaan.

„We hebben nog nooit zo’n intelligente en lang durende misleiding meegemaakt.”

Het schilderij Rotes Bild mit Pferden (1914) van Heinrich Campendonk was vier jaar geleden bij de veiling ervan in Keulen zeer gewild. Het was kort daarvoor opgedoken in de collectie van een onbekende verzamelaar, Werner Jäger. Niemand had het schilderij ooit eerder gezien, maar kenners zagen er meteen een sleutelwerk van de in 1957 in Amsterdam overleden Duitse expressionist in. Het enthousiasme was groot, zelf een Duits museum bood mee. Veilinghuis Lempertz zag de prijs oplopen tot 2,9 miljoen euro – twee keer de verwachte opbrengst en een record voor de kunstenaar.

De blijdschap van de Duitse kunstwereld is inmiddels volledig omgeslagen. De Campendonk is een vervalsing. En over de echtheid van werken van onder anderen Ernst, Pechstein, Léger en Derain is eveneens grote onrust ontstaan. De collectie-Jäger blijkt nooit te hebben bestaan, maar is verzonnen door twee van zijn kleindochters om de indruk van een betrouwbare afkomst van de schilderijen te wekken.

Veilinghuis Lempertz zegt dat het zaak is dat de internationale kunstmarkt zich bezint op wat hier is gebeurd. „Snelle oordelen zijn misplaatst. We voelen ons, net als vooraanstaande collega’s, buitengewoon bedrogen en hebben nooit eerder zo’n intelligente en decennialang volgehouden misleiding meegemaakt.”

Argwaan over de echtheid van het werk van Heinrich Campendonk ontstond nadat de koper, het op Malta gevestigde bedrijf Trasteco van zijn Rotes Bild mit Pferden , het liet onderzoeken. Daarbij kwam aan het licht dat in de verf titaanwit zat, een stof die in 1914 nog niet als pigment werd gebruikt. Het titaanwit zat diep in de verflagen; het kon niet later aangebracht zijn.

De aanbieders van Campendonks Rotes Bild mit Pferden waren twee Rijnlandse zussen die het geërfd hadden van hun grootvader Werner Jäger. Dat zeiden ze althans. Werner Jäger (1912-1992) zou het doek in de jaren dertig bij de joodse kunsthandelaar Alfred Flechtheim hebben gekocht. De titel van het werk was sinds 1920 bekend van een beschrijving – zonder afbeelding – in een catalogus van Galerie Flechtheim uit Düsseldorf. De sticker van Flechtheim zat nog op achterkant.

De ongeveer veertigjarige zusters Helene B. en Jeannette S., zoals ze in de Süddeutsche Zeitung worden geïdentificeerd, waren goed bekend bij veilinghuis Lempertz. Al in de jaren negentig hadden ze multiples van Joseph Beuys bij het veilinghuis ingebracht. Ze kochten er zelf ook wel eens wat. In 2001 veilde Lempertz een gezicht met vrachtschepen op de Seine van Max Pechstein uit de collectie-Jäger.

Experts, onder wie de zoon van de kunstenaar, erkenden het als echt. Na de veiling hing het op belangrijke exposities en het zou opgenomen worden in de oeuvrecatalogus. Een andere Pechstein van de zusters kreeg een vergelijkbaar enthousiast onthaal.

Net als een schilderij van Max Ernst dat Christie’s in 2006 in Londen veilde. De werken waren vaak gebaseerd op bekende tekeningen van de meesters en hadden alle goede eigenschappen van hun werk. Bij veilingen brachten de schilderijen doorgaans vele tonnen op.

De twijfel begon pas toen dit voorjaar een specialist het etiket van Flechtheim achterop een schilderij uit de collectie-Jäger in een Museum in Duisburg bekeek. Een nogal plompe vervalsing, was zijn conclusie. Intussen zouden in totaal bijna dertig schilderijen verdacht zijn, die ook dat vervalste etiket hebben.

Veilinghuis Lempertz zegt op zijn website „het slachtoffer te zijn van een extreem slimme en wrede groep vervalsers” en wijst erop dat ook Christie’s in Londen en gerenommeerde kunsthandelaren in Parijs en Zwitserland werk uit de fictieve collectie-Jäger hebben gekocht. Want er is geen enkel bewijs dat Werner Jäger kunst bezat. Zijn twee kleinkinderen met huizen in Frankrijk en Freiburg, en de echtgenoot van één van hen – hij is mogelijk de maker van de schilderijen – zitten in Keulen vast op verdenking van oplichting in bendeverband. „Voor zolang het onderzoek dat nodig maakt”, zegt woordvoerder Pohlen van justitie in Keulen.

Lempertz zal de koper van de Campendonk alleen de opslag van enkele tonnen terugbetalen.