Cohen moet afstand nemen van links

De PvdA moet niet blijven polariseren, nu de stemmen in het midden voor het grijpen liggen. Laat de partij geen ‘links blok’ vormen, meentMarcel ten Hooven.

Vanuit machtspolitiek oogpunt heeft CDA-fractieleider Maxime Verhagen een prestatie van formaat geleverd, door zich na de verpletterende verkiezingsnederlaag van de christen-democraten toch aanmerkelijke invloed aan de formatietafel te verwerven. Van meer dan één kant is hem lof toegezwaaid voor deze ‘strategische meesterzet’. Maar daarmee is de politieke betekenis van Verhagens manoeuvres geduid vanuit een beperkt, om niet te zeggen ‘Binnenhofs’ blikveld.

Want van ruimere afstand bezien, lijkt Verhagen eerder een zelfmoordrecept voor het CDA te hebben uitgeschreven, door de vertrouwde middenpositie van de partij in de waagschaal te stellen. Verhagen voelt nattigheid. In een brief bezwoer hij de partijleden dat het CDA zich als ‘centrumpartij’ niet kan vinden in het stempel ‘rechts’ om het politieke karakter van het kabinet in wording aan te duiden. Maar dat is vooralsnog niet meer dan een bezweringsformule, bedoeld om de verscheurende spanning te temperen die de stug volgehouden keuze voor regeringssamenwerking met de PVV in eigen kring veroorzaakt.

Van die spanning getuigde Herman Wijffels deze week, met zijn kritiek dat de CDA-top alles en iedereen die het beoogde kabinet in de weg staat ‘met grote klappen’ opzij schuift. De koers van Verhagen en de zijnen markeert hoe het CDA van karakter dreigt te veranderen: van een ideologisch gefundeerde christen-democratische partij in een groepering op de rechtervleugel die de huik naar de wind laat hangen en, als de omstandigheden daarom vragen, de gedoogsteun van populisten inroept. Ook oud-voorzitter Marnix van Rij signaleerde op 20 september in deze krant dat zijn partij de macht thans belangrijker acht dan de inhoudelijke profilering. Het karakter van middenpartij spreekt niet alleen uit het concrete beleidsprogramma, waarop Verhagen telkens weer vraagt te wachten, maar ook uit een politieke attitude. Een middenpartij moet de stabiele, rustige factor in de turbulente politiek zijn, waarop kiezers hun vertrouwen kunnen stellen als hoeder van politiek fatsoen en rechtstatelijke kernwaarden. Dat vertrouwen staat op het spel als het CDA gemene zaak maakt met een partij, de PVV, die andersdenkenden niet met tegenargumenten maar met schofferen bestrijdt, en die een grote groep burgers op grond van hun geloof tot de tweede rang wil degraderen. De politieke betekenis van de formatie van 2010 is dan ook dat het politieke midden dreigt leeg te raken, met als gevolg dat zich een tweedeling in de Nederlandse politiek tussen rechts en links voltrekt. Die tendens werd ook zichtbaar in de uitspraak van kandidaat-premier Mark Rutte (VVD) dat een regeerprogramma in de maak is waarbij ‘rechts Nederland’ zich de vingers zal aflikken. Hij gaf daarmee te kennen het premierschap als een vooruitgeschoven post van zijn partij te beschouwen, niet als een ambt waarin hij alle Nederlanders dient. Wim Kok was de laatste die, bij zijn aantreden in 1994, zei premier van alle Nederlanders te willen zijn.

Het politieke midden kan dus braak komen te liggen. Vanuit het landsbelang geredeneerd is er behoefte aan een partij die stem geeft aan de kiezers die het ruwe klimaat van politieke en maatschappelijke polarisatie beu zijn. Tot haar kern teruggebracht is de democratie een vreedzame manier van omgaan met verschillen. Daarin vervult een middenpartij die tegenstellingen probeert te overbruggen een sleutelrol. Dat geldt zeker in een bestel als het Nederlandse waarin niet, anders dan in het Angelsaksische, één meerderheidspartij de dienst uitmaakt, maar een telkens wisselende coalitie van verschillende partijen.

Met haar zetelaantal en haar langdurige bestuurlijke ervaring lijkt de PvdA de eerst aangewezen partij om in de leemte te voorzien. Vooralsnog toont D66-leider Alexander Pechtold zich evenwel meer van die kans bewust dan zijn PvdA-collega Job Cohen. Met de opmerking dat hij niet wil bijdragen aan het verscherpen van de tegenstellingen, reageerde Pechtold afhoudend op suggesties uit kringen van PvdA en GroenLinks om een blok tegen ‘rechts’ te vormen.

De PvdA torst een belast verleden met zich mee. In de jaren zestig en zeventig poogden de sociaal-democraten met hun polarisatiestrategie een tweedeling in de Nederlandse politiek tussen links en rechts te bewerkstelligen. Dat zit de PvdA nog altijd in de genen. Niet ten onrechte hebben PvdA- politici de naam altijd het onderste uit de kan te willen halen. Ze hebben weinig oog voor het belang de eigen wensen wat te matigen omwille van een goede verstandhouding met politici van andere huize.

Wim Kok heeft vanaf zijn aantreden als PvdA-leider in 1986 geprobeerd op dit vlak corrigerend op te treden, door met rapporten als Bewogen beweging en Schuivende panelen een matigingsproces in de partij op gang te brengen. Het lokkende voorbeeld van de lonende middenpositie van het CDA was niet vreemd aan deze wending in de PvdA. Na zijn confrontatie met het PvdA-kader over de WAO-bezuinigingen in 1991, en zeker na zijn aantreden als premier, heeft Kok evenwel weinig tot geen aandacht meer besteed aan de partij.

Het leiderschap van zijn opvolger, Wouter Bos, was te wispelturig om een stevige koers naar de middenpositie mogelijk te maken. De ene keer zong hij de lof van het compromis, de volgende keer riep hij op tot feller polariseren. Job Cohen heeft, nu het CDA de weg kwijt is, een uitgelezen kans dat karwei van Kok af te maken en de PvdA naar het midden te manoeuvreren.

Mits met wat meer brille en diepgang gebracht, kan zijn eigen politieke verhaal over de noodzaak van samenbinden het fundament voor die strategische inzet bieden. Maar bovenal geldt dat hij de politieke durf moet opbrengen zich teweer te stellen tegen partijgenoten die brood zien in een ‘links blok’.

Marcel ten Hooven is freelance journalist. Hij was eerder (politiek) redacteur bij VN en Trouw.