Alleen God en je zeilmakkers mag u tutoyeren

Duitsland is een formeel land waar het ondenkbaar is om zomaar te tutoyeren. Cultuurhistorisch verankerd, zeggen experts. Maar er zijn (verwarrende) uitzonderingen.

Twee collega’s, beiden Duitse dagbladjournalisten die elkaar al jaren kennen, waren onlangs in debat over het thema integratie. De gemoederen liepen hoog op. „Aber Herr S., da irren Sie sich”. „Wirklich? Ach, Frau Kollegin, wissen Sie…”

Van tutoyeren was hier geen sprake. Duitsland is een formeel land. Veel formeler dan Nederland met zijn egaliteit en amicaliteit die al na een halve minuut maken dat het formele ‘u’ wordt ingewisseld voor het informele ‘jij’. Gevraagd of ongevraagd.

In Duitsland is het nog steeds ondenkbaar dat je (jawel, daar is het al) zomaar tutoyeert. We waren gewaarschuwd toen we hierheen kwamen. En toch hebben we eraan moeten wennen dat tutoyeren in dit land geen vanzelfsprekendheid is.

„Wollen wir uns duzen?” Voordat een Duitser dat aan iemand vraagt, zijn er meestal jaren van gemeenschappelijkheid verstreken. Het verwarrende is dat er uitzonderingen op deze regel zijn. Toen ik in Berlijn lid werd van een zeilclub, zei een bestuurslid trots: wij als zeilkameraden tutoyeren elkaar.

Ach, daarover was de Hollander verrast. De meeste leden kende ik helemaal niet. Een ouder en obscuurder clublid had ik maanden niet gezien toen we elkaar laatst weer eens ontmoetten. Hij zat aan z’n boot te klussen, we raakten in gesprek en ongemerkt sprak ik hem met u aan. Het gesprek liep snel dood. Waarom was me onduidelijk.

Toen ik een week later de steiger opliep, kwam een bestuurslid op me af en vroeg of „der Günther” (het oudere lid) en ik misschien ongenoegen hadden gehad. „Nee, geen sprake van, hoe kom je erbij?”

Het hoge woord was er snel uit: ik had Günther met u aangesproken en die had zich in wanhoop afgevraagd wat hij fout had gedaan en was naar een van de bestuursleden gestapt om raad te vragen.

Ook God wordt in de tweede persoon enkelvoud aangesproken. „Vater unser, der Du bist im Himmel”. De Duitse Ute Schürings spreekt haar verbazing erover uit dat dat in Nederland anders is. In haar kleine maar rake handboek Beruflich in den Niederlanden schrijft ze: „Tegen God wordt in Nederland ook nu nog door gelovigen u gezegd. Het is niet toegestaan hem te tutoyeren”. Duitsers vinden dat heel merkwaardig.

Voor familie geldt hetzelfde: altijd tutoyeren. Mijn tante in Berlijn, een eerbiedwaardige vrouw op leeftijd, spreek ik in het Nederlands met u aan. Toen we eens met haar kleinzoons zaten te eten en de conversatie in het Duits was, gebruikte ik ‘Sie’.

De verwarring was zo mogelijk nog groter dan op de zeilclub. Na afloop van het diner had de jongste kleinzoon geschokt aan zijn grootmoeder gevraagd of we ruzie hadden en of hij moest bemiddelen.

Dit zijn uitzonderingen. Voor het overige geldt dat je beter voorzichtig kunt zijn en haast per definitie moet siezen in Duitsland. Cultuurhistorisch is dat in het land verankerd, hoewel ook de Duitsers met hun tijd meegaan. Jongeren zijn sneller geneigd om jij te zeggen. Op het Duitse Facebook en Twitter wordt al bijna geen u meer gebruikt.

Ute Schürings probeert in haar boekje te verklaren waar die Duitse formaliteit en strakke hiërarchische regels vandaan komen. De Pruisische en Duitse burgers waren heel lang ondergeschikt aan de staat, schrijft ze, terwijl in Nederland altijd het omgekeerde het geval is geweest. Als je zo lang onder streng staatsgezag hebt moeten leven – in de DDR nog tot 21 jaar geleden – ga je vanzelf ‘u’ tegen iedereen zeggen.

Kun je in Duitsland een tutoyement terugnemen? Dat is meestal geen probleem. Mijn vrouw, die in een Berlijns koor zingt en daar per abuis de voorzitter was gaan tutoyeren, raakte gelouterd door latere ervaringen onlangs met de preses in gesprek en verontschuldigde zich voor haar impertinentie.

De voorzitter zei: „Ja, ik was verbaasd dat je me duzte, maar ik heb dat bij jou als Hollandse maar zo gelaten. Als je wilt kunnen we weer u tegen elkaar zeggen”. En zo geschiedde. In kameraadschappelijk overleg uiteraard.