Advies: taal niet apart in Grondwet opnemen

De Raad van State is tegen het voornemen van het kabinet om in de Grondwet vast te leggen dat het Nederlands de officiële taal is van Nederland en dat de overheid het gebruik van deze taal bevordert.

Het kabinet nam in februari dit jaar het besluit om te waarborgen dat mensen met de Nederlandse tal „te allen tijde” terecht kunnen in Nederland. Het kabinet achtte het van belang „dat het gebruik van de Nederlandse taal niet in de verdrukking komt als gevolg van de internationalisering en pluriforme samenstelling van de bevolking”. Zo wint in het bijzonder de Engelse taal terrein, schreef het kabinet in een toelichting.

Volgens de Raad van State staat het „niet ter discussie dat de taal van Nederland het Nederlands is”. Daarom hoeft „een speciale taalbepaling strikt beschouwd niet te worden opgenomen” in de Grondwet. Volgens de Raad kent de Grondwet „klassieke grensrechten die betrekking hebben op fundamentele vrijheden van burgers tegenover de overheid”. Een speciale taalparagraaf in de Grondwet „past niet in deze karakteristiek”, vindt de Raad.

Het kabinet wilde ook een bepaling over het Fries in de Grondwet opnemen. In dat geval kunnen ook de Engelse taal en het Papiaments niet achter kunnen blijven, zo adviseert de Raad van State aan het kabinet. Het benedenwindse eiland Bonaire en de bovenwindse eilanden Sint Eustatius en Saba, waar behalve Nederlands ook Engels en Papiaments worden gesproken, behoren per 10 oktober tot Nederland.

Indien in de Grondwet toch een algemene taalbepaling wordt opgenomen, dan adviseert de Raad hieraan een regeling over de officiële taal (de taal in het verkeer tussen overheid en burger) toe te voegen. De Raad adviseert in dit verband niet te spreken van een klassiek grondrecht. „Klassieke grondrechten kennen een lange wordingsgeschiedenis en hebben betrekking op fundamentele vrijheden van burgers tegenover de overheid. De voorgestelde bepaling over het Nederlands als de officiële taal in Nederland past niet in deze karakteristiek”.

Het advies van de Raad van State is begin vorige maand uitgebracht en werd gisteren openbaar gemaakt.