Advies: Leiden moet meewerken aan sneltram

Leiden moet meewerken aan de aanleg van de RijnGouwelijn (RGL) over zijn grondgebied, ook al is de gemeente tegen die sneltram. Dat adviseert een commissie onder leiding van senator Boele Staal, in een vanochtend gepresenteerd rapport. De gemeente, die zelf om het advies had gevraagd, kan volgens de commissie niet onder bestuursafspraken met de provincie uit.

„Dat is juridisch niet haalbaar en bestuurlijk niet nodig en niet wenselijk”, zegt Staal.

De RGL moet van Gouda via Alphen aan den Rijn en Leiden naar Katwijk en Noordwijk gaan rijden. De lijn wordt in fases aangelegd en moet eind 2015 klaar zijn. Met het totale project is 574 miljoen euro gemoeid. De grootste betrokken gemeente, Leiden, ziet echter geen heil in de RGL.

Het college denkt dat het openbaar vervoer in de stad verbeterd kan worden door het treinspoor tussen Leiden en Utrecht te verdubbelen. Ten onrechte, vindt Staal: „Daarmee voldoe je niet aan de behoefte aan een regionale oost-westgerichte ov-verbinding.”

De provincie Zuid-Holland, verantwoordelijk voor bovenlokale infrastructurele projecten, heeft al laten weten via een ‘inpassingsplan’ Leiden te dwingen mee te werken. Staal adviseert de gemeente om met de provincie in gesprek te gaan over de „inpassing” van de RGL. Hij verwacht dat de provincie de gemeente tegemoet zou willen komen als Leiden toenadering zoekt.

De aanleg van de RGL aanvechten bij de bestuursrechter is volgens de commissievoorzitter een „onbegaanbare weg”. Leiden zou alleen bij „zwaarwegende recente ontwikkelingen” de bestuursovereenkomst met de provincie kunnen ontbinden. De ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar bieden daar volgens de commissie echter „onvoldoende juridische grond” voor.

Het Leidse stadsbestuur heeft aangekondigd zijn definitieve standpunt over de RGL te bepalen aan de hand van het rapport van de commissie. Het college komt volgens een gemeentewoordvoerder op 5 oktober met een reactie.