Wereldwijd onderzoek naar Jeroen Bosch

Hoe werkte de schilder en tekenaar Jheronimus Bosch die leefde tussen 1450 en 1516? Dat is wat de zeven wetenschappers van het Bosch Research en Conservation Project de komende zes jaar zullen onderzoeken. Gisteren waren ze voor het eerst bij elkaar in Den Bosch. Hoogleraar kunstgeschiedenis Jos Koldewij van de Radboud Universiteit Nijmegen leidt het onderzoeksteam met onder anderen curator Pilar Silva van het Prado Museum in Madrid, curator Maryan Ainsworth van het Metropolitan Museum of Art in New York en hoogleraar conservering en restauratie Anne van Grevestein van de Universiteit van Amsterdam.

Den Bosch betaalt het onderzoek naar de werkwijze van de Bossche kunstenaar grotendeels. In 2016 herdenkt de stad dat Jheronimus Bosch 500 jaar geleden stierf. Dan worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd in een tentoonstelling in het Noordbrabants Museum.

Hoe gaat het wetenschappelijk team te werk? Het zal foto’s nemen van de 45 schilderijen en tekeningen die Bosch naliet. Daarbij maakt het gebruik van de modernste technieken: infrarood, röntgen, macrofotografie. Om alle werken te kunnen fotograferen reist het team van Berlijn naar Washington en van Venetië naar Wenen. Zestien steden in tien verschillende landen doet het aan. Alle foto’s zet het in een database, klaar voor analyse.

Onderzoeksleider Jos Koldewij: „We weten dat Jeroen Bosch aan de ene kant van de Markt in Den Bosch woonde. Aan de andere kant van de markt runde hij een familiebedrijfje: zijn atelier. Maar hoe werkte hij daar? Werkte hij met een vast team? We hopen dat we antwoorden vinden op dat soort vragen.”

Want je moet niet denken dat de kunstenaar een enorm drieluik in zijn eentje maakte, vertelt Koldewij. „Hij was geen geniale eenling.” De meester tekende voor. Daarna gingen assistenten en leerlingen aan de slag. Aan het eind nam de meester dan weer de details voor zijn rekening. Koldewij: „Ten slotte zette Jeroen Bosch zijn naam op het paneel.”

Koldewij: „De moderne technieken maken het bijvoorbeeld mogelijk op foto’s de bovenste verflaag van de onderste te onderscheiden. Ook kunnen we zien hoe verfstrepen lopen en we kunnen ondertekeningen zichtbaar maken.”

Door de foto’s van het werk van Jheronimus Bosch minutieus te bekijken hoopt het onderzoeksteam te kunnen onderscheiden welke penseelstreken door de meester zelf zijn gezet. Door een drieluik uit Madrid met een drieluik uit Luik te vergelijken willen de onderzoekers te weten komen of hij steeds door dezelfde mensen werd geassisteerd.

Bijzonder aan het Bosch Research & Conservation Project is dat wetenschappers van bijvoorbeeld het Louvre in Parijs kennis delen met wetenschappers van het Städelsches Kunstinstitut in Frankfurt. Koldewij: „Meestal bestudeert elk museum de eigen collectie. Nu verzamelen we inzichten om gezamenlijk antwoord te vinden op de onderzoeksvraag.”