Voorspoed en crisis

Het kan verkeren met de economie. Lees de Troonrede.

„Onze economie toont groeikracht en mogelijkheden.” (1990)

„1992 wordt geen gemakkelijk jaar, internationaal noch nationaal. Onze economie krijgt nu te maken met een terugslag zoals die zich eerder in andere landen heeft voorgedaan”. (1991)

„Voor het eerst sinds heel lang stijgt nu ook in Nederland de werkloosheid weer. De situatie is alarmerend.” (1993)

„De huidige ontwikkelingen zijn bemoedigend.” (1996)

„De vooruitzichten voor 1998 zijn gunstig.”(1997)

Ook in 1999 zal de werkgelegenheid toenemen, zij het minder spectaculair.” (1998)

„De Nederlandse economie is sterk en veerkrachtig.” (1999)

„Aan het begin van deze 21ste eeuw beleeft ons land een periode van economische voorspoed.”(2000)

„Dankzij de inzet van zeer velen staat Nederland er nu in menig opzicht beter voor.” (2001)

„De economische groei is vanaf het midden van vorig jaar bijna tot stilstand gekomen; de werkloosheid loopt weer op.” (2002)

„De teruggang van de economie is in Nederland in alle scherpte voelbaar geworden.” (2003)

„Gesteund door het beginnende herstel van onze economie, creëert dit hernieuwd vertrouwen en nieuw perspectief.” (2004)

„De eerste resultaten van het beleid worden langzaam merkbaar.” (2005)

„Ons land staat er sterk voor.” (2006)

„Ons land heeft veel dat hoop geeft en vertrouwen. De economische vooruitzichten zijn gunstig.” (2007)

„Dankzij de inspanningen van de afgelopen jaren staat de Nederlandse economie er relatief goed voor.” (2008)

„De wereldwijde financiële en economische crisis heeft ook Nederland hard geraakt.” (2009)

„Lange tijd en wereldwijd zullen de gevolgen van de financieel-economische crisis voelbaar blijven.” (2010)