Platzak in Dublin

De financiële markten mogen dan in Brussel regelmatig worden afgeschilderd als een horde wilde wolven, dat ze bloed ruiken op de markt voor staatsobligaties, mag ze worden vergeven. Vrijdag greep de Europese Centrale Bank in met steunaankopen van Iers schatkistpapier toen de handel in deze staatsobligaties de effectieve rente daarop naar een hoogterecord dreef. Het renteverschil met Duitsland – een belangrijke maatstaf voor financiële stress binnen de eurozone – liep op tot meer dan 4 procentpunt.

Vanmorgen gaf Ierland met succes voor 1,5 miljard euro aan nieuwe staatsleningen uit, maar dat zegt niet veel. Er zijn altijd wel beleggers te vinden die een renteopslag van 4 procent afdoende vinden om het risico op Ierse obligaties te compenseren. Het gaat erom wat dat risico inhoudt.

Griekenland blijft het grootste probleem voor de eurozone. Maar ook Ierland bevindt zich, samen met Portugal, in het vizier van de financiële markten. Het Ierse begrotingstekort bedraagt dit jaar maar liefst 11,6 procent. Dublin bezuinigt volgens het boekje en voerde al een loonsverlaging van 15 procent voor de publieke sector door. Maar de ingrepen dreigen de economische groei zodanig te drukken dat het budgettaire probleem wellicht onvoldoende afneemt om het doel, een tekort van 3 procent in 2014, te bereiken.

Wat is de oplossing? Hier wreekt zich de dubbelzinnigheid van de eurolanden. In mei werd, op het vorige hoogtepunt van de euroschuldencrisis, een speciaal fonds opgericht waarin de eurolanden samen met het IMF het kolossale bedrag van 750 miljard euro reserveerden voor steun aan lidstaten in budgettaire nood. Dit stabiliseringsfonds verwierf gisteren de hoogst mogelijke kredietbeoordeling (AAA). Tegelijkertijd staan de grote eurolanden erop dat hun belastingbetalers er niet voor opdraaien als via dit fonds probleemlanden worden uitgekocht. Deze no bail out-clausule is bij de invoering van de euro ook zo vastgelegd.

Het stabiliseringsfonds voorziet, kortom, in tijden van nood wel in liquiditeit voor probleemlanden, maar lost het solvabiliteitsprobleem niet op. Dat blijkt. Bij een waterdichte garantie tot in de eeuwigheid tussen de eurolanden onderling zouden beleggers in staatsschuld immers te allen tijde worden uitgekocht. Waarom ontvangen zij nu dan een hoge Ierse rente voor een risico dat kennelijk niet bestaat?

De enige logische oplossing voor deze paradox is dat de schuld van probleemlanden alsnog wordt ‘geherstructureerd’. Dat kan in de vorm van het verlengen van de looptijd, lagere rentecoupons of gewoon een afstempeling. In Brussel wordt dan ook gewerkt aan een standaard draaiboek voor herstructurering. Het lijkt er steeds sterker op dat het stabiliseringsfonds er vooral voor bedoeld is om tijd te rekken, in de hoop dat bezuinigingen en economische groei het schuldprobleem van Ierland, Portugal en Griekenland afdoende verminderen. Dat is een gok. Dat het bijbehorende risico voorlopig zal worden weerspiegeld in forse renteverschillen binnen de eurozone, is niet meer dan logisch.