Lernout en Hauspie veroordeeld voor fraude

De vier topbestuurders van het failliete West-Vlaamse spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie werden gisteren veroordeeld tot celstraf wegens fraude.

Het leek op een technologisch wonderverhaal, maar het bleek een fabeltje en eindigde in een juridische nachtmerrie. Gisteren sprak de Gentse rechtbank zich uit over de zaak Lernout & Hauspie (L&H), een van de grootste financiële strafprocessen in België. De vier topbestuurders van het failliete West-Vlaamse spraaktechnologiebedrijf werden schuldig bevonden aan fraude. Dertien van de overige 17 verdachten, waaronder Dexia en KPMG, werden echter vrijgesproken.

Slagers, kruideniers, landbouwers en restauranthouders uit Ieper en omstreken staken hun geld in het ‘volksaandeel’ Lernout & Hauspie, dat in 1995 een notering kreeg op de beurs. Dat spraak de relatie tussen mens en computer zou verbeteren, was het cement en de fundering van het bedrijf. Zelfs Microsoft en Intel kochten aandelen. Jo Lernout en Pol Hauspie, de twee oprichters, groeiden uit tot Belgische iconen. Hun Flanders Language Valley, een cluster van technobedrijfjes rond L&H, was een kleine van het Amerikaanse Silicon Valley.

Maar het was een luchtspiegeling. L&H was niets meer dan een geoliede geldmachine die, zo bleek uit het gerechtelijke onderzoek, „creatieve en betwistbare constructies bedacht om snel omzet te kunnen genereren” en de koers op te vijzelen. De drie spilfiguren van het bedrijf, Jo Lernout, Pol Hauspie en medebestuurder Nico Willaert, speelden volgens de rechter een „sleutelrol” in een „fraude van uitzonderlijke omvang” en handelden daarbij „zonder schuldbesef”. Ze sloten valse verkoopcontracten en maakten „het vertrouwen van de aandeelhouders op schaamteloze wijze ondergeschikt aan persoonlijke ambities”.

In de assissenzaal van het oude justitiegebouw in Gent las de rechter gisteren fragmenten uit het arrest van 2.100 pagina’s voor. De drie topfiguren krijgen een celstraf van vijf jaar, waarvan twee jaar voorwaardelijk, en een geldboete van 24.789 euro. Ook bestuursvoorzitter Gaston Bastiaens, een oud-bestuurder van Philips en Apple, werd veroordeeld tot vijf jaar cel, waarvan drie jaar voorwaardelijk.

Accountant KPMG werd vrijgesproken. Het kantoor, dat de boeken van L&H sinds de oprichting controleerde, werd door het OM verweten de fraude oogluikend te hebben goedgekeurd en hulp te hebben verstrekt bij de fictieve omzetboekingen. Commerciële overwegingen gaven daarbij de doorslag. Rode vlaggen werden moedwillig genegeerd.

De rechter volgt die redenering niet. KPMG en zijn partner William Van Aerde werden „opzettelijk onwetend gehouden” door de bestuurstop van het bedrijf, aldus het arrest. „Het is de eerste maal in de Belgische rechtsgeschiedenis dat een rechter zo duidelijk vaststelt dat een accountant is misleid”, zegt advocaat Jozef Lievens die KPMG verdedigt. Toch kreeg Van Aerde een geldboete omdat hij volgens de rechter „op bepaalde ogenblikken onzorgvuldig” heeft gehandeld.

Ook de Belgisch-Franse bank Dexia werd vrijgesproken. In de periode 1998-1999 verleende Artesia (nu Dexia) drie kredieten aan een netwerk van vijftien taalbedrijven om licentievergoedingen voor spraaktechnologie aan L&H te betalen. Dit leverde een dubieuze omzet op van 16 miljoen dollar in het tweede kwartaal van 1999. Volgens het parket waren die bedrijfjes niet onafhankelijk: zij werden gefinancierd met stromannen die, zo blijkt uit het onderzoek, weinig risico liepen doordat zij hun investering konden terugkopen van L&H.

Dexia kon enkel vervolgd worden voor het derde krediet, omdat de Belgische wet op de aansprakelijkheid van de rechtspersoon pas in juli 1999 in werking trad. Die kredietlijn van 20 miljoen dollar werd destijds aan Jo Lernout, Pol Hauspie en Nico Willaert persoonlijk toegekend, omdat het eerst door het kredietcomité van Artesia was geweigerd. De rechter vond dat Dexia op basis van die feiten niet schuldig kon worden bevonden aan „mededaderschap” aan de fraude.

Het arrest is een opdoffer voor de vele duizenden gedupeerde beleggers in de zaak. „De vrijspraak van de twee belangrijkste actoren, KPMG en Dexia, heeft ons erg onaangenaam verrast”, zegt Ivo Mechels van de consumentenvereniging Test-Aankoop, die samen met het adviesbureau Deminor circa 13.300 voormalige aandeelhouders van L&H vertegenwoordigt. Voor die beleggers werden ruim 10.000 klachtendossiers met burgerlijke partijstelling ingediend, omdat er in België geen collectieve schadeclaims mogelijk zijn. De totale schadevergoeding beloopt 290 miljoen euro.

„Kennelijk is België er nog niet aan toe om grote partijen, zoals banken of accountantbureaus, veroordeeld te krijgen in financiële strafzaken”, vindt ook Bernard Thuysbaert, partner bij Deminor. In de VS leidden collectieve procedures wel tot resultaat. KPMG betaalde in 2004 al 115 miljoen dollar in een schikking met beleggers die aandelen L&H op de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq hadden gekocht. Dexia volgde drie jaar later met 60 miljoen dollar. „Het is moeilijk om beleggers uit te leggen dat dit wel in de VS mogelijk is, maar niet hier”, aldus Thuysbaert.

In de civiele procedure hoopt hij alsnog de nodige schade op KPMG te kunnen verhalen. „Uit onze informatie blijkt dat de veroordeelde vennoot verzekerd is bij de accountant. Dit opent mogelijkheden.”

Dat buitenlandse commissarissen en adviseurs van L&H met rust werden gelaten door het parket, laat een zure nasmaak bij gedupeerden. Eén ervan is de voormalige Philips-bestuurder Roel Pieper, die in 2001 opstapte als president-commissaris bij het in surseance verkerende L&H. Kort daarna nam hij in de pers KPMG op de korrel. „De architect in het geval van Enron was Andersen, bij L&H was dit KPMG.” Maar die woorden trok Pieper nadien snel weer in.