Hoe moedig ben jij in zo'n benarde situatie?

Waarom zijn we zo gefascineerd door de 33 Chileense mijnwerkers?

Enge nieuwsbeelden zijn aantrekkelijk omdat ze de routine doorbreken.

Het is 1972 als er een vliegtuig neerstort in het Andesgebergte. De inzittenden moeten 72 dagen overleven op 4000 meter hoogte. Van de 45 mensen overleven 16 mannen, ondermeer omdat ze besluiten het vlees van de overledenen op te eten.

Over deze gebeurtenis verschenen verschillende films en boeken, waaronder de documentaire Stranded van de Uruguayaanse regisseur Gonzola Arijon waarin hij de overlevenden aan het woord liet. De film stelt de groepsdynamiek centraal, vertelt de regisseur in een interview. Andere films hadden de nadruk op het kannibalisme gelegd, en daar was het hem niet om te doen.

Ook al is de filmmaker in zijn opzet geslaagd – de film laat vooral zien wat de gebeurtenis met het leven van de mannen heeft gedaan –, je bent als kijker toch sterk geboeid door de summiere details die de mannen loslieten over hun beslissing om mensenvlees te gaan eten. Zou iemand zijn moeder opeten, en zo niet, wat betekende het voor hem wanneer hij wist de anderen een hapje van haar hadden genomen? De integere houding van de filmmaker ten spijt, is dit het huiveringwekkende element dat het verhaal zo fascinerend maakt.

Wat is toch die fascinatie? Het is dezelfde fascinatie als die voor de 33 Chileense mijnwerkers die sinds 5 augustus bijna 700 meter onder de grond vastzitten na de instorting van een mijngang. Volgens reddingswerkers maken ze het naar omstandigheden goed. De reddingsactie kan nog maanden in beslag nemen, tot die tijd krijgen ze via een schacht van vijftien centimeter doorsnede capsules met voeding, medicijnen en communicatiemiddelen. Eén van de boren van de redders bereikte onlangs een werkruimte op 630 meter diepte.

Niet alleen waargebeurde verhalen, ook in fictie – films, boeken – is grote veelheid aan situaties en scènes te vinden waarin de grenzen van het menselijk incasseringsvermogen worden opgezocht. Neem Uma Thurman die als The Bride in Tarantino’s Kill Bill levend wordt begraven en zich tot bloedens toe een weg naar buiten vecht, of Amerikaanse explosievenopruimers in Irak in de film The Hurt locker die zenuwslopende reddingsacties uit moeten voeren.

Situaties waarin mensen in een ondraaglijke positie worden gebracht fascineren ons. We volgen het nieuws op de voet bij natuurrampen, aanslagen, ontvoeringen of andere grote ongelukken. Volgens psycholoog Frank Farley van de Temple University in Philadelphia zijn mensen geïnteresseerd in het ongewone en bizarre omdat ze het niet kennen, en omdat ze deze situaties moeilijk kunnen begrijpen. Farley meent verder dat mensen verschillen in de mate waarin ze aangetrokken worden door spannende situaties.

De zogenaamde thrillseeking persoonlijkheden hebben een bovengemiddelde voorkeur voor situaties met een onzekere uitkomst die door de meeste mensen als huiveringwekkend worden ervaren. Deze mensen genieten van de fysieke sensaties die met angst gepaard gaan, vertelt Farley in een interview met MedecinNet.com. Hij deed onderzoek naar mensen met een voorliefde voor achtbaanritjes. „Er is bijna niets, zelfs seks niet, dat dezelfde overweldigende lichamelijke sensaties kan oproepen.”

Maar ook de bankzitters die het bungeejumpen en diepzeeduiken aan anderen overlaten, kunnen geboeid zijn door een verhaal over een vastgelopen onderzeeër of een ruimteschip met pech. De Amerikaanse communicatiewetenschapper Glenn Sparks deed onderzoek naar reacties op angstaanjagende beelden in de media. Volgens hem is de aantrekkingskracht van enge films of nare beelden in het nieuws voor een deel te verklaren met het simpele feit dat het de dagelijkse routine doorbreekt. Weer eens iets anders dus. Bovendien ervaren mensen, vooral mannen, een gevoel van trots wanneer ze een enge film hebben uitgezien omdat ze de angst hebben doorstaan.

Een andere verklaring voor onze fascinatie voor situaties waarin mensen op de proef worden gesteld is de vraag wat we zelf zouden doen. Een voorbeeld. In de berichtgeving over de Chileense mijnwerkers was te lezen dat een voorman, ene Mario Gomez, zich lijkt te hebben ontpopt tot de leider van de groep. Hij schreef een rustige brief waarin zelfs een grapje stond, en een kritische noot richting het mijnbedrijf: het was tijd om te moderniseren – een understatement gezien de middeleeuws aandoende arbeidsomstandigheden in de mijnen.

Dit soort details zetten je aan het denken: hoe zou ik reageren? Schuilt er in mij ook zo’n sterk leidersfiguur, of hoor ik bij degenen die lijdzaam afwachten? Zou ik mensenvlees eten als dat mijn enige kans op overleving was, zelfs al was het van een familielid? En wat zou ik doen wanneer ik naast een terrorist zat: zou ik me dan net zo heldhaftig bovenop hem werpen zoals de Nederlandse Jasper Schuringa onlangs deed?

Dat zijn spannende en wezenlijke vragen waarin je je moraliteit en je moed ter discussie stelt. Zaken waar je in het dagelijks leven, tijdens het vergaderen en de dagelijkse boodschappen, zelden bij stil staat.