Even belachelijk als briljant

Vorige week bezocht ik een lezing van Bret Easton Ellis, waar hij in een interview twee dingen zei die me bijzonder blij stemden: dat hij Toy Story 3 de beste film van 2010 vond en dat hij voor dit optreden zo zenuwachtig was dat hij om zichzelf te kalmeren het spelletje Angry Birds op zijn iPhone ging spelen.

Natuurlijk vond ik het gegeven dat hij zo zenuwachtig was charmant, maar ik was ook blij om te horen met wélk spelletje hij zijn nervositeit probeerde te bedwingen. Aha! Bret en ik spelen hetzelfde spelletje op onze telefoon! Dichter bij innige liefde zullen we waarschijnlijk niet komen.

Het samen spelen van het spelletje Angry Birds is jammer genoeg wel een wat magere vorm van zielsverwantschap, aangezien zo’n 7 miljoen mensen het wereldwijd als app hebben gedownload. Angry Birds is een soort fenomeen. Het is de nummer 1 in de iPhone Paid App Ranking in Amerika en Engeland, maar ook in bijvoorbeeld Niger, Vietnam en Nederland. Ik speel het nu een maand en wordt sindsdien regelmatig door mijn vriend teruggevonden op een bank in een verder aardedonkere huiskamer, terwijl het telefoonscherm mijn gezicht verlicht en ik herhaaldelijk „sterf, groen varken, stérf” mompel.

In het spel moet je verschillende soorten boze vogels tegen een gebouw aan katapulteren, om zo de daarin verschanste groene varkens en het liefst ook al het andere te vernietigen: het is even belachelijk als briljant. Het wordt een puzzel genoemd (de gebouwen zijn gemaakt van verschillende materialen of storten soms op een onhandige manier in elkaar) maar het lijkt mij toch voornamelijk te gaan om: HAHAHAAAA! KAPOT! Er schuilt iets intens bevredigends in een boos kijkende, plompe vogel tegen een muur van glas aan te schieten, waarna alles rinkelend breekt op het hoofd van een geniepig opgesteld varken en hem daarmee elimineert. Gezien de wereldwijde populariteit is deze behoefte vastgelegd in ons genoom, en hebben we waarschijnlijk de hele oertijd doorgebracht met vadsige vogels tegen grotten aan werpen.

Weer eens verslaafd zijn aan een spelletje is enigszins vreemd. Het roept prangende filosofische vragen op als: ik heb net drie uur Angry Birds gespeeld, zijn deze uren nu verspild? Had ik ze nuttiger moeten besteden? Met bijvoorbeeld nadenken over wereldvrede? Wat is vrede eigenlijk? Kennen de Angry Birds vrede? Enzovoort. Een ernstig AB-verslaafde vriend belde me angstig op: „Ik blijk héél erg goed in dit spel. Wat als iedereen maar één talent heeft? En dit dus mijn talent is? Wat dan, Renske, wat dan?”

Op een gegeven moment zullen de vogels wel weer naar de achtergrond verdwijnen, waarna de wereld een nieuwe lievelingsapp omarmt. Als die tijd aanbreekt, kan ik voor mijn geestelijke connectie met Bret gelukkig heel vaak Toy Story 3 gaan kijken.

Renske de Greef