De thrill van 't mijntoerisme

Terwijl de mijnwerkers in Chili nog onder de grond zitten, gaan elders in Zuid-Amerika toeristen vrijwillig en uit nieuwsgierigheid de mijnen in.

Dirk-Jan Zom bezocht de mijnen in Potosi in Bolivia. ‘Ik had geen minuut langer willen blijven.’

Eindelijk is er licht aan het eind van de tunnel, wat een opluchting. De tour door de mijn is ten einde. Een groep Engelse jongens feliciteert elkaar, iedereen geniet van het daglicht.

In de Boliviaanse stad Potosi kun je als toerist de mijnen bezoeken, dit doen naar schatting ongeveer 70.000 reizigers per jaar. Het lijkt op ramptoerisme, maar is te begrijpen. De vaak arme inwoners van de stad bleven na het uitputten van de zilvermijn zoeken naar mineralen. Toen de mineraalprijzen in 1986 kelderden, begonnen ze toeristen rond te leiden. Het is een belangrijke bron van inkomsten geworden.

Net als in Chili zijn dit particuliere mijnen. Mensen werken hier vaak op eigen verantwoordelijkheid, veiligheidsmaatregelen zijn grotendeels afwezig. Toeristen laten zich er niet door afschrikken. Het lijkt soms zelfs alsof de onveiligheid een extra reden is om de excursie te doen.

Beneden is het warm, tot veertig graden. De gangen zijn soms zo nauw dat je alleen tijgerend verder kunt, de ladders zijn krakkemikkig. Door de grote hoogte en het aanwezige stof is ademhalen moeilijk. En overal is duisternis, alleen de lamp op je helm biedt zicht. Het is drie verdiepingen onder de grond dan ook vooral zaak positief te blijven denken. Zoals gids Pedro zegt: „Je kunt niet naar binnen als je angst hebt.”

Misschien is het die thrill die mensen zoeken onder de grond. Mijnen zijn gevaarlijk. Je weet dat je door die extreme omstandigheden een ervaring gaat krijgen en dat je bij terugkomst een verhaal hebt. Daarom is Potosi berucht onder de reizigers. De tour is niet leuk, het is het onvoorstelbare ervaren: dat hier mensen en soms zelfs kinderen werkzaam zijn.

De terugtocht door steile gangen omhoog is zwaar, de hitte is drukkend en het zuurstofgebrek nijpend. Dan eindelijk de uitgang. „Ik had hier geen minuut langer willen blijven”, zegt een Engels meisje. We zijn twee uur beneden geweest. Ontzag is er voor de Boliviaanse mijnwerkers, die soms wel een etmaal in de mijn blijven.

In Chili moeten ze waarschijnlijk nog wekenlang onder de grond wachten. Wat zullen zij blij zijn, als ze straks het daglicht weer kunnen zien.

Door Dirk-Jan Zom