De stilte in de VVD

De voormalige politiek leider van de VVD, Joris Voorhoeve, heeft na 35 jaar zijn lidmaatschap van de partij opgezegd. De reactie in de VVD was er overwegend een van zwijgzaamheid en onverschilligheid. Partijleider Mark Rutte noemde het jammer, maar zei ook dat deze scheiding er al een tijd zat aan te komen. En dat was het dan.

Voorhoeve was Tweede Kamerlid voor de VVD, lijsttrekker, fractieleider, minister van Defensie. Hij gaf leiding aan de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD.

Rutte heeft gelijk met zijn constatering dat Voorhoeves afscheid van de VVD niet verrassend is. Vorig jaar bleek hij, uit onvrede over de standpunten over het buitenlands beleid van zijn partij, ook lid te zijn geworden van D66.

Niettemin is de stilte die in de partij tot nu toe is gevolgd als reactie op zijn vertrek pijnlijk. En symptomatisch voor het vrijwel ontbreken van debat over de reden van Voorhoeves wrevel: de voorgenomen samenwerking met de PVV. Met een partij die bewust discrimineert en er opvattingen over minderheden, vrijheid van drukpers en vrijheid van godsdienst op nahoudt, die liberalen een gruwel moeten zijn.

Tenminste, de liberaal die de Beginselverklaring van de VVD onderschrijft. De partij „beschouwt de individuele vrijheid, zowel in geestelijk als in materieel opzicht, als het hoogste goed. Ieder mens heeft recht op vrijheid van meningsuiting en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, integriteit van het eigen lichaam en zelfbeschikking”. Aldus opgetekend door Mark Rutte, 28 augustus 2008.

Het verkiezingsprogramma Orde op zaken voegde daar dit jaar aan toe: „De VVD staat voor een samenleving waarin iedereen meedoet – ongeacht geloof, ras of afkomst. De VVD sluit niemand uit. Bij de VVD staat niet je afkomst maar je toekomst centraal. Niet je geloof maar je gedrag. Niet de groep maar het individu.”

Dat zijn principiële opvattingen, maar de betekenis ervan wordt een stuk geringer als ze voor het dagelijks handelen in de politiek geen consequenties blijken te hebben. De gretigheid waarmee de VVD de onderhandelingen over het sluiten van een pact met de PVV heeft voortgezet, duidt niet op enige twijfel daarover. Terwijl beide partijen weliswaar de V van vrijheid in hun naam dragen, maar, althans in theorie, stevig van opvatting verschillen over de reikwijdte daarvan.

De schaarsheid aan dissidentie in de VVD doet doods aan. Oud-minister Winsemius fronst weleens de wenkbrauwen, voormalig Tweede Kamervoorzitter Weisglas protesteert het duidelijkst en, jawel, er is een raadslid in Rheden, Bas Geerdink, boos opgestapt wegens het verbond met de PVV.

Maar verder? Deze Prinsjesdag is hoogstwaarschijnlijk voorlopig de laatste met een premier van CDA-huize als leider van een kabinet. Hoewel zij in het verleden enkele keren meer zetels verwierf bij Tweede Kamerverkiezingen, is de VVD dit jaar voor het eerst in de geschiedenis de grootste van Nederland. Terecht zoekt de partij de macht. Maar te hopen is dat die macht haar niet verblindt.