De ggz-employee die een dossier lekte

Mag een moeder wier dochter is aangerand op haar werk in een zorginstelling het dossier van de dader inzien en daar thuis over vertellen?

De Zaak. Een 13-jarig meisje wordt op een verjaardagsfeestje onzedelijk betast door een man. De ouders zien van aangifte af op voorwaarde dat de man, een familielid, zich laat behandelen. De moeder ontdekt enige tijd later dat de man zich daar niet aan houdt. Zij is namelijk werkzaam als secretaresse bij een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, waar de man zich had gemeld. Een collega vertelde haar dat er alleen een intakegesprek was geweest. Dat controleert de moeder door in het elektronisch patiëntendossier (EPD) te kijken. Zij vertelt haar echtgenoot dan dat de man zich inderdaad niet aan de afspraak hield. Daarop doen de ouders alsnog aangifte. Het Openbaar Ministerie stelt vervolging in.

De kwestie. Tijdens de strafzaak komt uit dat uit het EPD van de verdachte is gelekt. En wel door de moeder van het slachtoffer. De advocaat van de verdachte dient daarop een klacht in bij de zorginstelling. Die roept haar ter verantwoording. Zij erkent dat zij tweemaal in het dossier keek en haar man daarover inlichtte. De zorginstelling schorst haar en wil haar op staande voet ontslaan. Zij wil haar baan houden.

Hoe bepleiten de partijen hun zaak? De zorginstelling vindt dat de secretaresse haar geheimhoudingsplicht schond. Zij handelde in strijd met de wet en het privacyreglement, uitsluitend voor privédoeleinden. Ook de collega die haar inlichtte, treft een ernstig verwijt. Dat de secretaresse geen naam wil noemen, rekent de werkgever haar ook aan. Ook vindt de zorginstelling dat ze reputatieschade leed doordat een regionale krant erover schreef.

De secretaresse zegt dat ze in een emotionele opwelling handelde, in het belang van haar dochter en andere kinderen. Zij heeft alleen haar man verteld wat ze in het EPD las. Die informatie vindt zij ook niet vertrouwelijk. Ze heeft haar teammanager verteld dat ze in het EPD had gekeken toen ze aangifte deed. Van reputatieschade is geen sprake omdat de krant de naam van de zorginstelling niet noemde. En ze werkt al 27 jaar voor de zorginstelling.

Hoe oordeelt de kantonrechter? Die wil de aanranding niet bagatelliseren, maar laat van haar argumenten weinig heel. Als werknemer heeft zij gefaald. De privacy van patiënten is een wezenlijk belang van de instelling en van de samenleving. Ieder die zich bij de geestelijke gezondheidszorg meldt, moet op geheimhouding kunnen vertrouwen. „Men moet zich immers niet geremd voelen” hulp te zoeken uit angst dat het uitlekt. Of het een lange, een korte behandeling of een intakegesprek was, maakt voor de rechter niet uit. Achteraf je teammanager informeren, maakt inzien evenmin toelaatbaar. „Iedere informatie uit het EPD is immers vertrouwelijk. Het kan niet zo zijn dat individuele werknemers van een zorginstelling kunnen bepalen welke informatie al dan niet vertrouwelijk is.” De secretaresse handelde „zeer ernstig verwijtbaar” en is haar baan kwijt.

Folkert Jensma

Reageren via nrc.nl/rechtenbestuur