Chinees geld in Latijns-Amerika

Chinese conquistadores banen zich een weg door Zuid-Amerika, getuige de voorgenomen investering van 7 miljard dollar van twee Chinese staatsoliemaatschappijen in het Braziliaanse OGX en de gesprekken over een Chinees bod op een deel van de Argentijnse jointventure van BP, Pan American. Op een recentelijk gehouden beleggersforum vergeleek een Chinese manager het continent zelfs met Afrika. De koloniale vergelijking is doeltreffend, maar Zuid-Amerika zou wel eens een minder bevredigend El Dorado kunnen zijn.

De hedendaagse ontdekkingsreizigers zijn niet op zoek naar goud, maar naar de grondstoffen die China nodig heeft om zijn bevolking van 1,3 miljard mensen te voeden en huisvesten – vooral ijzer, koper, en landbouwgrond. Voorheen was de handel de uitverkoren manier om deze zaken te bemachtigen, terwijl de investeringen karig bleven. Brazilië heeft zijn handelsoverschot met China in vier jaar tijd zien verdrievoudigen naar zo’n 15 miljard dollar. Het koperrijke Chili heeft een zelfde patroon gevolgd.

Nu is er een inhaalslag met directe investeringen. China is dit jaar de grootste buitenlandse investeerder in Brazilië. De ooit om kapitaal verlegen zittende Latijns-Amerikaanse regeringen verwelkomen deze verandering: de Braziliaanse regering heeft bijvoorbeeld de rente twee maal zo hoog als de inflatie moeten houden. Venezuela en Brazilië hebben allebei olie aangeboden in ruil voor investeringen en kredieten. De Chinese oliemaatschappij CNOOC heeft in maart 3,1 miljard dollar betaald voor de helft van het Argentijnse olieveld Bridas.

De Chinese liefde voor Latijns-Amerika is voor een deel de weerspiegeling van het feit dat elders de barrières hoger worden. Canada, Australië en de Verenigde Staten hebben allemaal verdedigingslinies opgetrokken rond hun mijnbouw- en landbouwbelangen, of hebben gedreigd dat te zullen doen; de Verenigde Staten hebben een beschermingswal aangelegd rond het olierijke Irak. Latijns-Amerika en Afrika blijven daarentegen openstaan voor zakelijke overeenkomsten.

Maar de behoeften van Zuid-Amerika zijn anders dan die van Afrika. China heeft landen als Zuid-Afrika, Ghana, Kenia en Libië het hof gemaakt door havens en spoorwegen aan te leggen, omdat het zijn gebrek aan grondstoffen kan compenseren met deskundigheid op het gebied van de infrastructuur en overtollige arbeidskrachten. Maar Zuid-Amerika heeft die al genoeg. Dat verandert het beeld: landen als Brazilië zouden graag een groot deel van China’s buitenlandse valutareserves van 2.700 miljard dollar naar zich toetrekken.

Dit is een route die leidt tot het te veel betalen voor bezittingen. Neem OGX: het door de Braziliaanse miljardair Eike Batista gecontroleerde concern heeft nog geen druppel olie geproduceerd. Hoe meer beperkt verkrijgbare grondstoffen China voor veel te veel geld koopt, des te hoger de premies die verkopers ervoor zullen bedingen. Japan heeft deze les geleerd toen zijn beleggingsgolf in het buitenland culmineerde in krankzinnige biedingen op gewilde bezittingen als het Rockefeller Center en de golfbaan van Pebble Beach.

De Chinese conquistadores hebben een duidelijker strategisch doel voor ogen, maar ook zij zouden wel eens meer kunnen achterlaten dan ze weghalen.