Bioshape trekt spoor van vernieling

Bioshape uit Neer had grootse plannen met biodiesel uit Tanzania, maar stevent nu af op een bankroet – een spoor van omstreden houtkap, gedupeerde boeren en misleide geldschieters achterlatend.

Een groot plan voor de productie van schone energie in Nederland, gelanceerd door het in Neer gevestigde bedrijf Bioshape, is verworden tot een voorbeeld van controversieel misbruik van natuurlijke rijkdommen in Afrika. Bioshape verkeert nu in surseance, na 7 miljoen euro te hebben verkwist aan een biobrandstofproject in Tanzania dat nooit van de grond is gekomen.

In 2006 huurde de onderneming in het zuidelijke district Kilwha 80.000 hectare kustland om jatropha curcas (‘purgeernoot’) te verbouwen, een struik waarvan de zaden olie bevatten die kan worden gebruikt voor de productie van milieuvriendelijke brandstof.

Bioshape wilde de zaden van Tanzania naar Nederland exporteren en de bio-olie gebruiken voor de productie van elektriciteit, warmte en autobrandstof (biodiesel), op een minder vervuilende manier dan met de traditionele fossiele brandstoffen olie en gas.

Maar uiteindelijk had het geld dat door grote investeerders als handelsbank Kempen & Co. en stroom- en gasleverancier Eneco op tafel was gelegd, geen ander resultaat dan dat er tropisch regenwoud werd gekapt en plaatselijke boeren werden onteigend.

Nog geen enkel jatropha-zaadje is naar Nederland verscheept, en het ambitieuze netwerk van raffinaderijen en elektriciteitscentrales dat door Bioshape was bedacht, is nooit gebouwd. „Ons falen is het gevolg van het feit dat de Nederlandse regering in 2006, precies op het moment dat we zijn gestart, haar financiële steun voor op biobrandstoffen gebaseerde duurzame energieprojecten heeft opgeschort”, zegt Bioshape-directeur Wilbert Hermans. „We hadden dus te weinig geld om ons initiatief voort te zetten.”

Dorpsbewoners

De zaken lijken vanaf het allereerste begin verkeerd te zijn gegaan. „Bioshape is erin geslaagd land te verkrijgen met behulp van lokale autoriteiten, die de regels over de huur van land doorbraken”, legt Stanislaus Nyembea, een expert van de organisatie Lawyer Environmental Action Network, uit.

De dorpsbewoners gebruikten hun vruchtbare lapjes grond om voedsel te verbouwen, voornamelijk maïs en fruitbomen, en om brandhout te verzamelen. Ze gingen er uiteindelijk mee akkoord hun land in ruil voor een eerlijke vergoeding af te staan.

„Slechts 40 procent van de door Bioshape betaalde vergoedingen is naar de boeren gegaan. De rest ging naar het districtskantoor, dat plaatselijke dorpen had overgehaald om aan de deal mee te doen”, zegt Nyembea. „Ik mag officieel niet zeggen dat het een geval van omkoping was, maar het districtskantoor had geen legitiem recht om een deel van het bedrag in ontvangst te nemen.”

Directeur Hermans reageert: „We hebben in totaal 490.000 euro aan de lokale autoriteiten gegeven, die dit geld onder de dorpelingen moesten verspreiden. We weten niet wat er daarna is gebeurd.”

Daarnaast heeft het bedrijf in februari dit jaar zijn activiteiten en betalingen aan plaatselijke werknemers opgeschort wegens de financiële crisis die is begonnen toen de grote investeerder Eneco zijn belang van 35 procent terugtrok. „In 2008 zijn we tot de slotsom gekomen dat het management van Bioshape te veel van ons verschilde in zijn visie op de activiteiten: hierbij speelden zowel economische als duurzaamheidscriteria een rol”, aldus Cor de Ruijter, persvoorlichter van Eneco.

Als gevolg hiervan hebben de dorpelingen niet alleen vrijwel elke kans verloren om landbouw te bedrijven en in hun levensonderhoud te voorzien, maar is ook de werkgelegenheid verdwenen die Bioshape hun had beloofd om de grond in bezit te kunnen krijgen.

Aandeelhouders

Behalve de plaatselijke boeren werden ook de aandeelhouders misleid doordat gedane beloften niet werden nagekomen. Bioshape had aangekondigd dat de plantage aan het eind van het eerste jaar duizend hectare zou meten, maar het hele proces is vertraagd door extra kosten.

„De raad van bestuur van het bedrijf was bang dat de aandeelhouders zich zouden terugtrekken uit de onderneming”, aldus Annick Miya-Verstraelen, voormalig hoofd van de afdeling Duurzaamheid en Toezicht van Bioshape.

„In november 2008, toen ik al niet meer voor het bedrijf werkte, kwam ik erachter dat op de website van Bioshape stond dat de proefplantage 350 hectare zou meten, terwijl het in werkelijkheid nog niet eens 100 hectare was. Ik heb onmiddellijk de aandeelhouders van deze discrepantie op de hoogte gesteld. Ik geloof dat de raad van bestuur heeft besloten een grotere oppervlakte te noemen om de aandeelhouders ervan te overtuigen hun beleggingen vast te houden of zelfs uit te breiden.”

Directeur Hermans: „We hebben gewoon een fout gemaakt. Nadat we de gps-meting hadden verricht, beseften we dat we ons in het aantal hectares hadden vergist.”

Maar Miya-Verstraelen houdt staande: „Er werden regelmatig aangepaste rapporten over de omvang van de plantage naar de raad van bestuur in Nederland gestuurd, dus er was geen vergissing mogelijk.” Deze krant beschikt over kopieën van deze rapporten.

Houtkap

Het proefvlak, dat door Bioshape in Kilwha is vrijgemaakt, bestaat nog steeds. De purgeernootstruiken staan zonder water en drogen langzaam uit. Maar de bomen, die werden omgehakt om plaats te maken voor de plantage, zijn verdwenen.

Wat is er met de bomen gebeurd? Ook dat is nog een mysterie. „We moesten een manier vinden om het hout te gebruiken”, zegt directeur Hermans. „We sloten dus een deal met een bedrijf uit Arusha in Noord-Tanzania, genaamd Artiff, dat een deel ervan heeft gekocht.” Artiff is het bedrijf van Chris Pilley, de vriend van de dochter van Cor Vaes, een van de managers van Bioshape, die de e-mails van deze krant nooit heeft beantwoord.

Artiff maakt meubels en exporteert ze naar Nederland. Het bedrijf heeft zijn hoofdkantoor op hetzelfde adres als Bioshape in Neer. Volgens het vertrouwelijke bedrijfsplan, waarvan deze krant een kopie heeft gekregen, verwachtte het bedrijf via de houtverkoop een winst van 4,9 miljoen euro te zullen boeken en wilde het dit geld gebruiken om het biobrandstofproject te subsidiëren.

In 2009 heeft REM, een Britse organisatie die het gebruik van natuurlijke hulpbronnen wereldwijd in de gaten houdt, een onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat Bioshape illegaal hout heeft gekapt en verkocht.

Plaatselijke autoriteiten hebben bevestigd dat de houtkap zonder voorafgaande toestemming heeft plaatsgevonden. Het bedrijf heeft de vergunning pas gekregen en de noodzakelijke royalty’s pas aan de overheid afgedragen, nadat de houtkap was ontdekt.

REM drong erop aan Bioshape ter verantwoording te roepen voor zijn illegale activiteiten. „Ik heb sindsdien geen contact meer gehad met de plaatselijke autoriteiten. Ik betwijfel of zij tot daden zijn overgegaan”, zegt Sam Lawson, REM-onderzoeker.

Directeur Hermans zegt: „We hebben alles legaal gedaan, er is geen enkel bewijs voor deze beschuldigingen.”

Milieu

De directeur van Bioshape lijkt niet te weten dat er met de milieurapportage over zijn project is gesjoemeld. Deze milieurapportage is verplicht gesteld door zowel de Tanzaniaanse overheid als de Europese richtlijn voor de Promotie van Duurzame Energie, en moet worden uitgevoerd voorafgaand aan de implementatie van elk project dat het ecosysteem zou kunnen schaden.

Het onderzoek werd gedaan door de Tanzaniaanse consultancyfirma Environmental Management Consultants (EMAC). Een van de auteurs die in het document worden genoemd, is Canisius Kayombo, een eminent botanicus die verbonden is aan het Nationaal Herbarium in Tanzania en uiteindelijk weigerde mee te werken aan het onderzoek.

Kayombo heeft deze krant een kopie gegeven van een officiële klacht die hij aan de bevoegde autoriteiten heeft gestuurd, de National Environmental Management Council, die het onderzoek niettemin goedkeurde.

Volgens een door het Wereld Natuur Fonds in 2009 gepubliceerd onderzoek vermeldt de milieurapportage niet dat de vergunning van Bioshape het Namateule/ Namatimbili Forest, een van de ecologisch belangrijkste kustgebieden in Tanzania, omvat, waardoor risico’s optreden voor bedreigde diersoorten.

Het onderzoek wijst er ook op dat de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, die door de milieurapportage wordt geclaimd en die door de Europese richtlijn wordt geëist, niet wordt ondersteund door enig wetenschappelijk bewijsmateriaal.

„Om de gaten in de milieurapportage te dichten, hebben we in 2007 en 2008 opdracht gegeven tot twee aanvullende onderzoeken naar biodiversiteit en koolstofdioxidevervuiling”, zegt Jan Paul van Soest, voormalig president-commissaris van Bioshape.

„Op grond van de Strategic Impact Assessment die door Aid Environment is uitgevoerd, hebben we besloten de inheemse bossen te sparen, die 50 procent van het gehuurde land in beslag namen, terwijl de CO2-analyse van CE Delft aangaf dat ons project een nettoafscheiding zou opleveren die nog beneden de Europese norm lag.”

Nieuwe investeerders

De laatste en belangrijkste vraag luidt of de mensen in Tanzania van het project zullen profiteren. Bioshape had besloten geen fabrieken in Kilwha neer te zetten, wegens de hoge kosten. Dit is in tegenspraak met de lokale belangen. Het gebruik van plaatselijk geproduceerde biobrandstoffen zou een besparing hebben opgeleverd op de olie-import, die geherinvesteerd had kunnen worden ter stimulering van de landbouw en de voedselproductie in een land waar velen nog steeds ondervoed zijn.

„Het blijven kopen van dure fossiele brandstoffen voor onze binnenlandse economie en het tegelijkertijd produceren van biobrandstoffen voor de export is niet rationeel”, concludeert Kassim Kulindwa, econoom aan de universiteit van Dar-es-Salaam, de hoofdstad van Tanzania.

Ondanks de lange lijst dubieuze praktijken van Bioshape in Tanzania heeft een aantal potentiële nieuwe investeerders uit Nederland, Engeland, de Verenigde Staten en Italië belangstelling getoond voor een overname van de activiteiten.

„Hun namen kunnen op dit moment niet onthuld worden, omdat we nog geen overeenkomst met een van deze partijen hebben bereikt”, zegt Hanneke Lamers, advocaat bij Boels Zanders, de juridische firma die is belast met het afwikkelen van het faillissement van Bioshape.

Vertaling: Menno Grootveld