Bij de VVD

Eerst de zure appel, daarna het zoet. Joris Voorhoeve was nét uit de partij gestapt, een feit dat gisteravond moeilijk te loochenen viel op de VVD-bijeenkomst in café de Heeren van Aemstel in Amsterdam. „Wat vindt u ervan?” vroegen de gespreksleiders meteen na de aftrap aan hun gast, senator Uri Rosenthal, tevens oud-informateur.

„Het is altijd jammer wanneer wij leden verliezen”, zei Rosenthal droogjes. Het klonk alsof niet zijn voormalige partijleider, maar zijn tabakswinkelier zijn lidmaatschap had opgezegd. „Ik heb het niet op dubbellidmaatschappen”, lichtte hij nog toe, „en als hij kiest voor D66 betreur ik dat, maar het is beter dan er tussen blijven hangen. Je zag al een tijd dat hij een kant opging die haaks stond op de koers van de VVD.”

Joris exit.

Nu zou je een levendige discussie hebben kunnen verwachten over de motieven van Voorhoeve, en of er misschien inderdaad enige reden voor ongerustheid was over de samenwerking van de VVD met de PVV – maar niks. De namen van de PVV en Wilders zijn de hele avond amper meer gevallen. Bij de VVD moeten ze dat gedoe bij het CDA met die van gewetensnood vervulde dissidenten wel erg belachelijk vinden. Achteraf denk ik wel eens: waarom heeft de VVD Wilders destijds eigenlijk laten gaan, als ze het nu zo gezellig met elkaar kunnen hebben?

Rosenthal moest een uurtje vullen, en dat is nog best veel als je niet wilt spreken over de formatie en andere heikele onderwerpen, zoals het proces tegen Wilders. Aan de bar begon enig rumoer te ontstaan, toen hij tergend lang uitweidde over de zegenrijke arbeid in de Eerste Kamer, waar hij fractievoorzitter is. „Men wordt baldadig”, riep iemand bezorgd.

Gelukkig is er altijd nog „de veiligheid van Nederland”. Hoe gaat het daarmee, vroegen de gespreksleiders. Niet goed, dat werd snel duidelijk. Rosenthal wilde zich beperken tot concrete zaken. Daarop begon hij omstandig een reportage na te vertellen die hij die ochtend in de Volkskrant had gelezen over het politiewerk in de Duin- en Bollenstreek. De verslaggever was mee geweest naar De Grent, een beruchte uitgaansstraat in Noordwijk. Er waren klappen gevallen met de wapenstok. De boodschap: de politie van Nederland heeft het zó druk, ze kan de bezuinigingen niet meer aan.

„Schokkend”, zei iemand in de zaal.

„Schokkend”, vond ook Rosenthal.

Het leek alsof heel Nederland één grote uitgaansstraat was geworden waarin voortdurend de wapenstok tot bloedens toe moest worden gehanteerd. „Ik was laatst bij een incident in Zwitserland”, zei een man gretig, „en daar sloeg de politie er nog écht met de knuppel flink op los.” Hij miste die voortvarendheid een beetje in Nederland.

Gek, ik word altijd geschokt door een ander soort berichten over de politie, zoals het bericht dit jaar dat ze er maar niet in slagen een efficiënt landelijk computersysteem op te zetten. Het is op dat gebied een zooitje bij de politie, de administratie wordt erdoor vertraagd, aangiftes en processen-verbaal moeten soms met de hand worden opgenomen. Een korpscommandant noemde het een ‘catastrofe’: „Het niet functioneren van onze systemen raakt de slagader van mijn organisatie.”

Het avondje VVD zat erop. Ik moest weer onveilig Amsterdam in. Zou ik het halen?