Best eng, zo'n coalitie met de Conservatieven

De Britse Liberaal Democraten maakten het partijleider en vice-premier Nick Clegg niet moeilijk op hun partijcongres. Maar de partij blijft in de greep van een zeker onbehagen.

Britain's Deputy Prime Minister Nick Clegg (C), the leader of the Liberal Democrat Party, leaves the conference hall after delivering his speech at his party's conference in Liverpool, northern England, September 20, 2010. REUTERS/Phil Noble (BRITAIN - Tags: PROFILE POLITICS) REUTERS

Wie je ook spreekt, in welk zaaltje het debat ook plaatsvindt, wie het panel ook voorzit, en bij elk kopje koffie en elk biertje: het gesprek op het eerste partijcongres van de Britse Liberaal Democraten sinds ze toetraden tot de regering gaat over de coalitie met de Conservatieven.

Coalities zijn iets nieuws voor de Britten, en regeren is dat voor de Liberaal Democraten. Ze waren na 65 jaar in de oppositie gewend geraakt aan het afkraken van regeringsbeleid.

De sfeer is er een van afwachten en argwaan. Het voelt ongemakkelijk, zeggen partijleden. „Ik heb tientallen jaren de Tories bestreden”, zegt David Johnston (62), raadslid uit Warwickshire. „En nu moeten we samenwerken?”

Het is zaterdagmiddag, het congres in Liverpool moet nog beginnen en Johnston is strijdvaardig. Hij is hier om overtuigd te worden, en met hem zo’n 6.500 andere congresgangers, zakenlieden en journalisten, die in grotere getale zijn gekomen dan vroeger. Kan partijleider en vice-premier Nick Clegg garanderen dat de liberale waarden niet worden verkwanseld door zijn conservatieve collega’s?

Zelfs de nieuwe voorzitter van de liberale jongeren, Sarah Harding (18) uit Southport, voelt een zeker onbehagen. „Het is best eng,” zegt ze, „gaat dit wel werken, een coalitie? En kunnen we blijven doen waar we voor staan?”

De twee vertegenwoordigen de verschillende generaties: Johnston werd lid in de jaren zeventig, toen de partij slechts zes parlementariërs had en werd doodverklaard. Harding, een van de vele jongeren op het congres, heeft juist alleen een tijd van groei gekend.

Dat de liberalen zouden meeregeren had geen van beiden verwacht. Zelfs Clegg niet, zoals hij de laatste dagen toegaf. En ze zijn ook wel trots: het is immers voor het eerst dat op het partijcongres ministers en staatssecretarissen rondlopen. Dat de soepele tascontroles en de breiende garderobedame daarom zijn ingeruild voor metaaldetectoren en mannen met oortjes, vinden ze eigenlijk een grote grap.

Alleen die Conservatieven. „Ik kan me maar moeilijk voorstellen hoe ze zullen omgaan met onze liberale waarden”, zegt Johnston zorgelijk. „Wij strijden toch vooral tegen sociale ongelijkheid.”

Het liberale verlanglijstje lijkt inderdaad weinig op dat van de Tories. Morgen bijvoorbeeld debatteert het congres over kernwapens. De liberalen zijn daar van oudsher tegen en vrezen dat ze nu toch gedwongen worden in te stemmen met behoud van het systeem.

Ook de ‘kroonjuwelen’ van de LibDems, hervorming van het kiesstelsel, worden niet van harte gesteund door de Tories – ofschoon ze hebben ingestemd met een referendum volgend jaar. Tijdens een toespraak zweept Clegg de menigte op: „We wilden een eerlijker politiek. We hebben altijd geloofd in pluralisme. Dit is de eerste stap.” Johnston blaast een ballon op, al iets geruster.

In de wandelgangen proberen ook andere kabinetsleden de ongerustheid weg te nemen. „Ik heb ontdekt dat David Cameron en George Osborne echte liberalen zijn”, zegt minister van Handel Vince Cable over de conservatieve premier en minister van Financiën.

Maar het gaat niet alleen om goed samenwerken, beseft ook het kabinet. Eind oktober maakt Osborne bekend waar precies bezuinigd zal worden. Dat er hard gesneden moet worden om het begrotingstekort te verkleinen, is zeker. De maatregelen zullen impopulair zijn, en de Liberaal Democraten lopen het risico hun aanhang te verliezen. De partij staat in de peilingen nog op 12 procent van de stemmen, tegenover 30 procent vlak na de verkiezingen. Daar doen beloftes over de aanpak van uitkeringsfraudeurs en belastingontduikers weinig aan.

De grote rede van Clegg, gisteravond, moest de laatste twijfels wegnemen. „Niemand van ons is de politiek ingegaan om te bezuinigen, maar het is oneerlijk om de volgende generatie, om onze kinderen en kleinkinderen met een schuld op te zadelen”, zei hij. Hij geeft toe: dit is niet het partijprogramma van de Liberaal Democraten dat op tafel ligt, maar ook niet dat van de Tories. „Dit is de goede regering voor dit moment.”

Het is ook de kans liberale politiek door te voeren, áls de partij zich volledig inzet. Hij roept hen op niet op te geven: „Als we koelbloedig blijven, zullen we onze politiek veranderen. Als we koelbloedig blijven, zullen we Groot-Brittannië voor altijd veranderen.”

Ondanks de onrust onder de achterban van de laatste maanden blijft het verzet tegen de coalitie op het partijcongres beperkt. Ook raadslid Johnston is na afloop „optimistischer”. „Ik weet nu welke boodschap ik moet uitdragen. Het heeft geen zin om te verdoezelen dat we een moeilijke tijd tegemoet gaan, maar ik moet laten zien wat we al bereikt hebben.” Hij somt de successen van de eerste vijf maanden op, waar alle parlementariërs steeds naar verwijzen: de invoering van identiteitskaarten is geschrapt, burgerrechten staan weer hoger op de politieke agenda, en lokale overheden krijgen meer macht.

Johnston geeft Clegg en de zijnen het voordeel van de twijfel, in elk geval tot het congres van volgend najaar.

Ook Sarah Harding is tevreden. Ze heeft niet alleen Cleggs toespraken gehoord, maar hem ook ontmoet tijdens een bijeenkomst met jonge leden. „Hij is echt geweldig, echt betrokken. Ik zie nu dat het een reis is die we moéten maken.” „Misschien”, zegt ze hoopvol, „maken wij van de Conservatieven wel betere politici”.