Ban Ki-moon ziet vooral succesverhalen

Op de wereldtop over de millenniumdoelen spreken regeringsleiders elkaar moed in. Over de doelen is iedereen het eens. Maar niet over hoe die bereikt moeten worden.

Alsof het de wereld niet al genoeg moeite kost om de in 2000 afgesproken doelstellingen voor bestrijding van honger, armoede en onderontwikkeling te halen, deed de premier van Bhutan er gisteren nog een schepje bovenop. De meer dan honderd staatshoofden en regeringsleiders die deze week in New York drie dagen spreken over de acht officiële zogeheten Millennium Doelstellingen, drukte hij op het hart om zich daarnaast meer te bekommeren om het geluk van de mens.

Het streven naar geluk zou, naast zaken als halvering van het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, als negende doelstelling toegevoegd moeten worden aan het lijstje van acht ontwikkelingsdoelen die de lidstaten van de Verenigde Naties in 2015 bereikt willen hebben.

Geluk, aldus premier Jigme Thinley, is immers waar uiteindelijk iedere burger naar verlangt. Dus het doel van ontwikkeling moet zijn om daarvoor de voorwaarden te scheppen.

Het was een schaarse lichte noot in een lange reeks ernstige toespraken. De ene na de andere wereldleider sprak opnieuw zijn toewijding uit aan de Millenniumdoelen. „Ondanks alle obstakels, ondanks alle scepsis en ondanks de snel naderende deadline van 2015, kunnen de doelen gehaald worden”, bezwoer VN-chef Ban Ki-moon bij de opening van de top. Dat de wereld zich in 2000 acht concrete ontwikkelingsdoelen stelde, „heeft geleid tot meer succesverhalen dan ooit tevoren”, aldus Ban.

Behalve halvering van extreme armoede gaat het om: zorgen dat kinderen overal de basisschool kunnen afmaken; ongelijkheid tussen jongens en meisjes in het onderwijs ongedaan maken; kindersterfte voor 2015 met tweederde terug te brengen ten opzichte van 1990; de sterfte van vrouwen in het kraambed met driekwart te reduceren; de verspreiding van hiv/aids tot staan brengen; beginselen van duurzaamheid integreren in het beleid van alle landen; en een systeem van eerlijke handel bevorderen.

Maar hoewel de doelstellingen gisteren nog eens breed onderschreven werden, bleek tegelijk hoezeer de meningen uiteenlopen over de manier waarop ze bereikt moeten worden – als dat inderdaad nog mogelijk is in de komende vijf jaar.

Dat de economische crisis het allemaal een stuk moeilijker maakt, is voor iedereen duidelijk. De Franse president Sarkozy pleitte daarom voor ‘innovatieve financiering’, zoals belasting op financiële transacties en mogelijk ook op vliegtickets, toerisme, internet, om het streven naar de Millenniumdoelen te kunnen blijven betalen. Ook de Spaanse premier Zapatero ziet daarin een uitkomst. Maar een groot deel van de landen van de G20, waaronder de Verenigde Staten, heeft zich al tegen dit soort nieuwe belastingen uitgesproken.

De ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs, een van de geestelijke vaders van de Millenniumdoelen en adviseur van Ban Ki-moon, betoogt met kracht dat de rijke landen gewoon meer geld op tafel moeten leggen, zoals veel ontwikkelingslanden zeggen. Het Westen besteedt honderden miljarden aan oorlogen en het redden van banken, zegt hij, maar als het economisch tegenzit, wordt er gesneden in de begrotingen voor ontwikkelingssamenwerking.

President Obama zal woensdag pas spreken, maar zijn regering koppelt de doelstellingen aan de strijd tegen corruptie en verbetering van controle op de besteding van hulpgelden. Dat doen ook landen als Duitsland en Nederland (dat vertegenwoordigd wordt door premier Balkenende, die vandaag naar New York zou vliegen voor de top en de aansluitende opening van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties).

Bij de besteding van het geld is de vraag naar welke groepen het eerst geholpen worden belangrijk. Lang is bijvoorbeeld gedacht dat het het meest effectief is, en de meeste levens gered kunnen worden, als hulp gericht wordt op de mensen die het makkelijkst bereikt kunnen worden. Dat zijn veelal mensen in steden. Maar een recent rapport van Unicef, het kinderfonds van de Verenigde Naties, laat zien dat het vaak juist effectiever is om hulpgeld te besteden aan kinderen in de meest afgelegen gebieden van arme landen.

De Noorse premier Stoltenberg nam het duidelijkst afstand van het optimisme van Ban Ki-moon. „Als we zo doorgaan, halen we niet één van de doelstellingen. We hebben extra geld nodig én betere strategieën.”