Amsterdam wil afstand tot moslims

Moet Amsterdam een geloofsgemeenschap steunen? Nee, vindt burgemeester Van der Laan, anders dan zijn voorganger.

Krijgen imams in Amsterdam straks nog een cursus om radicalisering te herkennen? Hoe groot is de kans dat de gemeente Amsterdam nog eens financieel bijdraagt aan een moskee voor gematigde moslims?

Het zijn vragen die opkomen nu burgemeester Eberhard van der Laan een striktere scheiding van kerk en staat bepleit dan zijn voorganger Job Cohen voorstond. Afgelopen zaterdag zei Van der Laan in een gesprek met kerkgenootschappen in Amsterdam het bij de integratie over 95 procent eens te zijn met Cohen. „Over vijf procent niet”, zei Van der Laan, die geen tekst had voorbereid.

Volgens Van der Laan is de gemeente in zijn contacten met de islamitische gemeenschap te verhullend over problemen. „Die moeten worden besproken. Met naam en toenaam.” Van der Laan, nam ook afstand van het door Cohen omarmde begrip ‘compenserende neutraliteit’, waarbij de overheid in uitzonderlijke gevallen een religieuze groepering (financieel) ondersteunt.

Voor Van der Laan mag de overheid geen kerkgenootschap voortrekken en zich niet inlaten met geloofskwesties. Dit standpunt bracht Van der Laan al meermalen naar voren, toen hij nog minister (Wonen, Wijken en Integratie) was in het laatste kabinet-Balkenende. Zo weigerde hij vorig jaar een taalcursus in Eindhoven te subsidiëren, omdat die werd gegeven in een moskee.

Voor Amsterdam is de stelling van Van der Laan niettemin een breuk. Na de aanslagen van 11 september 2001 investeerde de stad veel in de contacten met de islamitische gemeenschap. Door een gematigde islam te ondersteunen hoopte Amsterdam de radicalisering in moslimkring te bestrijden. Zo werden miljoenen geïnvesteerd in de bouw van de Westermoskee, voor gematigde moslims, en van Marhaba, dat een ‘huis’ van vele culturen moest worden.

Cohen en zijn bondgenoot Ahmed Marcouch, toenmalig voorzitter van stadsdeel Slotervaart, stuitten op forse tegenstand. Zo verloor Marcouch in 2009 de strijd om het leiderschap van Amsterdam Nieuw West van zijn partijgenoot Baâdoud, die een strikte scheiding van kerk en staat wil. Buiten de Pvda kwam de felste tegenstand van het CDA. CDA-fractievoorzitter Maurice Limmen vond het merkwaardig dat politici in de raadszaal debatteerden over orthodoxie in de islam: „Wij zouden toch ook heel vreemd opkijken als pakweg de Egyptische overheid een gematigd christendom zou willen bevorderen.”

De Cohen-aanpak kent successen en nederlagen. Zo bleef Amsterdam na de moord op Theo van Gogh in 2004 relatief rustig, mede dankzij de lijnen die het stadhuis had met de moslimgemeenschap. Maar noch de Westermoskee noch Marhaba kwam van de grond. En kwesties als de door de overheid betaalde cursussen voor imams zorgden steeds voor discussie.

In de notitie over de scheiding van kerk en staat, die in 2008 door de gemeenteraad werd goedgekeurd, nam Cohen al wat gas terug. Amsterdam streefde voortaan naar zogeheten ‘inclusieve neutraliteit’, waarbij godsdienst een plaats krijgt in de publieke ruimte – maar in beginsel ook niet meer dan dat. Alleen in uitzonderlijke gevallen zou de staat voor een groep extra’s kunnen doen.

Met Van der Laan zet Amsterdam waarschijnlijk nog een stap verder terug. Wat dit betekent in de praktijk, daarover is de burgemeester volgens zijn woordvoerder nog aan het nadenken. Gezien de financiële problemen bij de Westermoskee ligt het niet voor de hand dat Amsterdam snel weer een moskee zal faciliteren. Of Amsterdam dit uit principe helemaal nooit meer zal doen, is echter de vraag. Amsterdam heeft namelijk behalve principiële ook pragmatische redenen gehad voor de steun. Want zoals Marcouch zei: „Als de overheid geen geld geeft, dan doet Saoedi-Arabië dat misschien wel.” Dit soort dilemma’s zal Van der Laan moeten oplossen.