Alsof je naast ze op een kruk zit

Sinds de oudheid staat de reukzin laag aangeschreven.

Nu is geurkunst in. In het Stedelijk in Amsterdam komen donderdag diverse geurkunstenaars bijeen.

Do it - Smell it heet de avond in het Stedelijk Museum. Toepasselijk, want er wordt niet alleen gepraat, maar ook geroken. Aromajockeys voorzien de lezingen van bijpassende luchtjes en geurkunstenaars laten hun werk ruiken.

Do it - Smell it is zoveelste avond over geurkunst dit jaar. Geurkunst is, zoals de naam al zegt, kunst met een luchtje. Soms is de geur meteen het hele kunstwerk, anderen maken een visueel kunstwerk dat ergens naar ruikt. En het ene kunstwerk wordt bijgevuld om de geur sterk te houden, terwijl andere het volhouden voor de duur van een tentoonstelling.

Arminius in Rotterdam organiseerde vrijdag 10 september een aromadebat in het kader van het kunstfestival De Wereld van Witte de With. En in maart van dit jaar wijdde Parsons The New School of Design in New York een symposium aan het onderwerp, onder leiding van Paola Antonelli, senior curator design van het MoMa. Er hingen zwarte ballonnen in het auditorium gevuld met ‘Sexy Time’: een geurenmix van chocola, condooms, kaarsen, postcoïtale beddenlakens, zweet en lippenstift.

De organisator van Do it - Smell it, kunsthistorica Caro Verbeek, heeft geen echte verklaring voor de plotselinge interesse in het fenomeen. Hun avond is zelfs al uitverkocht. „De mensen die ik heb uitgenodigd voor de avond zijn er net als ik al jaren mee bezig.” Een van hen is de Antwerpse geurkunstenaar Peter de Cupere. Hij denkt dat de toegenomen milieuverontreiniging een rol speelt. „Het stinkt meer in de wereld. De media besteden daar aandacht aan. Zo laait de interesse in geur op.”

Een andere spreker van de geurkunstavond is de Canadese professor Jim Drobnick, specialist op het gebied van reuk en kunst. Hij wijst op de toename van geurproducten in de samenleving, zowel in huis als in bijvoorbeeld wellness resorts en pretparken. Volgens hem vindt er een soort tegenbeweging plaats tegen het al te krampachtig steriel houden van de omgeving. „Zelfs de zorgen om het milieu en meeroken spelen een rol.”

Het fenomeen geurkunst is nog relatief nieuw. Op een enkele surrealist na doen kunstenaars pas sinds de opkomst van de installatie- en performancekunst in de jaren zestig een beroep op de neus van de bezoeker. In eerste instantie wordt geur vooral ingezet om een bestaand kunstwerk realistischer te maken. Een goed voorbeeld is The Beanery van Edward Kienholz uit 1965, dat zich in de collectie van het Stedelijk Museum bevindt. Kienholz maakte een kroeg uit Los Angeles minutieus na, inclusief de authentieke geur van bier, vet, as en zijn eigen urine. Voor de geur gebruikte hij een geurmengselpasta, waarmee hij een ventilator insmeerde. Dat het mengsel steeds moet worden bijgevuld om de geur te behouden is lastig, aangezien Kienholz niet meer leeft. Het Stedelijk verving zijn urine daarom door ammoniak.

Technologische ontwikkelingen, zoals de uitvinding van een elektronische neus die geurbestanddelen kan analyseren om ze synthetisch na te bootsen, zorgen voor een nieuwe hausse in de jaren negentig. Conservatoren hebben er hun handen vol aan. Verbeek: „Geur is moeilijk te controleren. Het is essentieel dat de ruimte met het geurkunstwerk goed wordt afgesloten. Ook moet je zorgen dat er geen poreuze gedeeltes zijn, want daar trekt de geur in.”

Dat merkte ook galerie The Fruitmarket in Edinburgh, waar Bill van Clara Ursitti uit 1998 werd tentoongesteld. Een buisje met synthetische zaadlucht (de titel verwees naar de toenmalige president van de Verenigde Staten) viel om op de trap naar de zaal. De geur bleef er een maand hangen.

Volgens geurkunstenaar De Cupere is de angst van conservatoren voor kunst met een luchtje de belangrijkste reden dat het fenomeen nog niet wijdverbreid is.

Hij verwacht dat de realistische geurkunst langzaamaan plaatsmaakt voor meer surrealistische ervaringen. Zijn droom is om een hele geurstad te maken. „De muren ruiken, uit de uitlaten van auto’s komt een geur die je niet verwacht. Dat lijkt me prachtig, en helemaal niet onmogelijk.”

De stad is sowieso nauw verbonden met de geschiedenis van geur in de samenleving, stelt professor Drobnick. „Vroeger was de stad een synoniem voor stank. In de negentiende en twintigste eeuw is de geur met succes uit de stad verbannen, zo zeer zelfs, dat je er soms alleen nog autogassen ruikt.”

Een slechte naam heeft geur echter al veel langer. Dat is volgens kunsthistorica Verbeek terug te voeren op Aristoteles. De filosoof bracht een hiërarchie in de zintuigen aan, waarbij de reuk onderaan kwam te staan. Kant en Hegel namen die rangorde over. Ook de Verlichting, met zijn nadruk op de waarheid, plaatste zicht en gehoor boven reuk. Experimenten werden de enige bron voor echte kennis: wat je zag was waar. Reuk was ‘dierlijk’ en dus laag.

Verbeek: „Vanaf eind negentiende eeuw ontstond het idee dat je geuren binnen het huis moet uitbannen. Huizen kregen een aparte badkamer, keuken en woonkamer. Pas toen werd de lichaamsgeur van een ander beschouwd als een overtreding van iemands persoonlijke ruimte. De commercie heeft dat natuurlijk opgepakt. Daardoor is lichaamsgeur nu een van de grootste taboes in onze tijd.”

Nu is de reukzin aan een herwaardering toe. Met dank aan de geurkunstenaars, die de neus inzetten om het geheugen te prikkelen. Geur heeft immers de unieke eigenschap dat het direct invloed uitoefent op het geheugen. „Toen Alexanderplatz werd hergebouwd tot de torens en multiplexen die samen Het Nieuwe Berlijn zouden vormen, raakte de bevolking van slag”, vertelt Drobnick. „Niet dat ze terugwilden naar de Sovjetcultuur, maar ze wilden ook niet helemaal het verleden kwijtraken. Dat gevoel heeft de Duitser Helgard Haug gevangen in U-deur uit 2000. Daarin is de geur van het voormalige metrostation Alexanderplatz verwerkt. Hoe dat ruikt? Naar bakgeuren, schoonmaakmiddel, machineolie en elektriciteit.”

Ondertussen is De Cupere bezig met een geuralfabet, dat van geurkunst een verhalend medium moet maken. „Zo kunnen ook blinden lezen zonder hun vingers te gebruiken.”

Do it - Smell it, over kunst en geur. Met diverse lezingen, een rondetafelgesprek en geurkunstwerken. Donderdag 23 september, 19.00 uur. Locatie: Auditiorium, The Temporary Stedelijk. De avond is uitverkocht. www.stedelijk.nl