Vroeger was het geen probleem

Veel partijen waren altijd voor registratie, om minder-heden aan een baan te helpen.

De PVV wil het middel nu gebruiken om de orde te handhaven. En dat mag niet.

Nederland moet veiliger en daarom is het nodig om de afkomst van mensen te registreren, zo schrijft de PVV in haar verkiezingsprogramma. Dat nooit, zei CDA-fractieleider Maxime Verhagen vorige maand. Hij noemde de etnische registratie als mogelijk obstakel voor samenwerking met de PVV.

Maar etnische registratie is op zich niets nieuws. Al zijn de opvattingen erover wel vaak veranderd. Zo pleitte de CDA-fractie er de laatste jaren juist vóór. En in de jaren negentig namen GroenLinks, D66 en VVD het initiatief om werkgevers te verplichten de afkomst van hun personeel bij te houden, om allochtonen beter aan werk te kunnen helpen. Vandaag de dag zijn GroenLinks en D66 felle tegenstanders van etnische registratie.

Zo hekelde GroenLinks de etnische registratie van probleemjongeren in Rotterdam-Charlois. Die kritiek leidde tot een onderzoek van de privacywaakhond CBP. In april zei het CBP dat Charlois de Wet bescherming persoonsgegevens overtreedt. Die verbiedt etnische registratie, behalve in uitzonderlijke gevallen.

Want het doel is doorslaggevend. Registratie mag alleen om mensen met een achterstand te helpen, onder strikte voorwaarden. Charlois doet het ook om de openbare orde te handhaven, en dat is nu juist níét toegestaan.

Handhaving van de openbare orde is het motief van de PVV, maar dat botst met de wet. Registratie mag niet tot doel hebben allochtonen ongunstiger te behandelen dan anderen.

Dit onderscheid leek het kabinet niet helder voor ogen te hebben toen het de Verwijsindex Antilliaanse Risicojongeren voorstelde. Later werd dit verbreed tot een landelijk systeem voor signalering van problemen met allerlei kinderen. De index was aanvankelijk bedoeld om jongeren te helpen. Maar gaandeweg, zegt emeritus hoogleraar rechtssociologie Kees Groenendijk, is daaraan toegevoegd dat politie en justitie het systeem konden gebruiken om jongeren op te pakken.

„Dat maakte het problematisch”, zegt Groenendijk, die de regering adviseerde niet op etniciteit te registreren. Ook de Raad van State en het CBP hadden ernstige bezwaren. De registratie kwam niet in de index.

Beoogd premier Mark Rutte (VVD) moet de wetsgrenzen goed kennen. Als staatssecretaris van Sociale Zaken werd hij als eerste bewindspersoon ooit door een rechter verantwoordelijk gehouden voor rassendiscriminatie. Hij had de Sociale Dienst aangespoord te letten op Somaliërs met een bijstandsuitkering. De gemeente Haarlem deed daarop onderzoek onder Somaliërs, terwijl dat niet mocht. Zoiets is alleen toegestaan bij een concrete verdenking tegen iemand, en juist die ontbrak. Dit onderzoek was louter gebaseerd op het gegeven dat een persoon tot een bepaalde groep behoort.

De houding ten aanzien van etnische registratie verschilt sterk met een paar decennia geleden. Etnische registratie wordt nu niet alleen voorgesteld om migranten te helpen, maar ook om hen op te sporen. Dat botst met wetten en regels: van de Grondwet en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens tot aan het VN-verdrag tegen rassendiscriminatie. Na 11 september 2001 werd voorkeursbeleid in Nederland taboe. Hoogleraar Groenendijk: „Met de invoering van het nieuwe integratiebeleid onder de kabinetten-Balkenende kwam er een duidelijke omslag.”

Vorig jaar brak Tweede Kamerlid Sterk (CDA) nog een lans voor etnische registratie. Want, zei ze, mensen staan „bloot aan risico’s die in bepaalde etnische groepen onevenredig vaak voorkomen”. Als hulpverleners en criminaliteitsbestrijders denken dat de etnische achtergrond gedrag kan verklaren moeten zij herkomst kunnen registreren, vond Sterk.

Waarom daar moeilijk over doen als bekend is dat bepaalde problemen in bepaalde bevolkingsgroepen meer voorkomen? „Zodra maatregelen etniciteit-gebonden zijn, vindt men het eng”, zei Tweede Kamerlid Bouchibti (PvdA) in 2008 toen minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) voor etnische registratie pleitte.

Bouchibti vond het niet eng. „De statistieken laten zien dat het met bijvoorbeeld Marokkanen echt slecht gaat. Veel criminaliteit, hoge schooluitval en opvoedingsproblemen. [...] Hun problemen zijn cultuurgebonden. Een Marokkaans probleem is geen Turks probleem. We steken miljarden in programma’s en die werken niet. Omdat ze zijn gericht op jongeren in het algemeen.”

Tegenstanders zeggen dat stigmatisering op de loer ligt. „Het CBS heeft gedetailleerde statistieken van criminaliteit onder bepaalde groepen”, zegt Peter Rodrigues, hoogleraar immigratierecht in Leiden. „Die laten goed zien hoe bevolkingsgroepen ervoor staan. Waarom zou er nog behoefte zijn aan een andere registratie? We moeten etniciteit niet op individueel niveau willen bijhouden, dat is te gevoelig en het risico van misbruik is groot.” Om niet te spreken van de praktische problemen: wat is de etniciteit van een in Amsterdam geboren kind met een Poolse vader en een Chinese moeder? Een paar kwajongens kunnen het bovendien voor welwillende groepsgenoten verpesten.

De etnische registratie in Charlois werd ook door CDA en PvdA omarmd. „Maar inmiddels is het een PVV-onderwerp geworden”, zegt Rodrigues. „Dat maakt het extra controversieel. Zo zie je hoe het in de politiek kan gaan.”