Tussen hoop en vrees

Afghanen koesteren weinig illusies over de politiek, maar sommigen stemden toch.

De verkiezingen werden overschaduwd door berichten over fraude en door geweld.

Mohammed Reza Khir Abadz, ambtenaar op het Afghaanse ministerie van Justitie, gelooft al lang niet meer in sprookjes. Overal in de regering heerst corruptie, weet hij. Op elk ministerie, ook dat van Justitie, geven ministers en hoge ambtenaren baantjes aan familieleden en kennissen.

Toch is hij afgelopen zaterdag enthousiast gaan stemmen voor een nieuw parlement. „We hebben het recht om onze eigen toekomst te bepalen en van dat recht moeten we gebruik maken”, zegt hij als hij ’s ochtends zijn stem heeft uitgebracht in een school in de hoofdstad Kabul. „We moeten strijden tegen corruptie en alles op alles zetten om het geweld in Afghanistan te stoppen.”

Abadz noemt nog een reden waarom hij ging stemmen. „Hoeveel mensen zijn in de afgelopen decennia niet om het leven gekomen door het geweld in Afghanistan? We zijn het aan hen verplicht om te gaan stemmen”, zegt hij met een ernstige blik. „Het is onze plicht voor het vaderland.”

Ook professor M. A. Taniwal, hoogleraar Chemie aan de Universiteit van Kabul, koestert weinig illusies. Maar anders dan Abadz is hij niet gaan stemmen. „De Talibaan worden alleen maar sterker ondanks de grootschalige aanwezigheid van Amerikaanse en andere buitenlandse troepen. Kunt u mij uitleggen hoe dat kan?”, zegt hij met een glimlach.

Hoogleraar Taniwal (60) en ambtenaar Abadz (50) vormen de twee gezichten van het Afghaanse electoraat dat zaterdag de 249 volksvertegenwoordigers in het nieuwe parlement kon kiezen. Acht jaar na de verdrijving van de Talibaan uit Kabul balanceert het land opnieuw tussen hoop en vrees, met toenemende onveiligheid in het zuiden en nu ook in het noorden van het land.

Een aanzienlijk deel van de Afghanen heeft zich niet laten leiden door scepsis en is toch gaan stemmen. Volgens de eerste cijfers – de officiële uitslagen komen later – schommelde de opkomst gisteren rond de 24 procent. De lage opkomst werd toegeschreven aan de dreiging van de Talibaan, die aankondigden de verkiezingen met geweld te zullen ontregelen.

Ze voegden de daad bij het woord. Tenminste 21 burgers en negen agenten kwamen om het leven bij Talibaan-aanvallen op stembureaus. En zelfs op plekken waar geen geweld was, bleek de opkomst niet hoog. Waar wel gestemd werd, was sprake van veel berichten over fraude, van het kopen van stemmen tot het volstoppen van stembussen met valse stemmen. Afghaanse waarnemers zeiden gisteren grote vraagtekens te hebben bij de legitimiteit van de verkiezingen.

De Amerikaanse generaal Petraeus, commandant van de NAVO-troepen in Afghanistan, was positiever. Hij zei in een verklaring dat de Afghaanse bevolking een krachtige boodschap had afgegeven. „De stem van Afghanistans toekomst behoort niet toe aan de gewelddadige extremisten en terreurnetwerken. Het behoort toe aan het volk.”

Dat klinkt mooi, maar het is iets anders dan stellen dat de verkiezingen een doorslaggevend succes waren. Petraeus kon dat ook niet zeggen omdat een opkomst van 24 procent natuurlijk geen spectaculair resultaat is. Los daarvan: de cijfers hebben alleen maar betrekking op de stembureaus die zaterdag open waren. Naar schatting 20 procent van het totaal aantal stembureaus bleef dicht, vooral in het zuiden, omdat het te onveilig was om te gaan stemmen.

De mensen die zaterdag wel stemden zeiden zich niet te laten afschrikken door de Talibaan. Velen zeiden ook geen hoge pet op te hebben van president Karzai en zijn regering. En evenmin van de meeste zittende parlementariërs, onder wie veel voormalige krijgsheren. Zij zijn alleen geïnteresseerd in bestendiging van hun duistere machtspositie, niet in het belang van het land en het welzijn van het volk, zo kon je vaak horen. Maar even vaak werd daar aan toegevoegd dat men toch ging stemmen op „een goede kandidaat”, uit verlangen naar „een betere toekomst”.

In Afghanistan gaan mannen en vrouwen strikt gescheiden van elkaar naar aparte stembureaus. In het dorpje Sargana in de Panshir Vallei, verscholen achter boomgaarden van moerbeien en walnoten, gaan veel vrouwen gehuld in boerka. „We willen een betere school, betere gezondheidszorg en schoon drinkwater. Daarom stem ik op iemand die zal opkomen voor onze belangen”, zei onderwijzeres Zarmin Fajzi zaterdagmiddag in een kleine moskee die was ingericht als stembureau. De 18-jarige Marina, met een zwarte hoofddoek om, zegt dat ze op een van de twee vrouwelijke kandidaten in de Panshir Vallei heeft gestemd. Die zal haar beloftes wel nakomen, denkt ze.

Suraiq (48), die zaterdagochtend met haar twee dochters van 18 en 20 ging stemmen in een bijgebouw van de Hakim Nasir Khasrow School in Kabul, zei dat het niet belangrijk is of haar keuze op een man of een vrouw valt. „Het gaat erom dat we een parlement krijgen waarin gekwalificeerde mensen zitten.” Haar jongste dochter viel haar onmiddellijk bij: „Iedereen stelt zich maar kandidaat, ook al heeft men geen enkele ervaring of een fatsoenlijke scholing. Ik hoop dat er deskundige mensen in het nieuwe parlement komen, die niet denken aan hun eigen belang maar aan het belang van het land”.

Het kan nog weken duren voor formeel komt vast te staan of een nieuwe garde van volksvertegenwoordigers zijn intrede doet in het parlement. Zaterdag al kwamen de eerste meldingen binnen van onregelmatigheden in stembureaus. Maar de echte test komt als de komende dagen de stemmen worden geteld, zeggen waarnemers. Juist in die fase pakte Karzai vorig jaar op frauduleuze wijze zijn herverkiezing tot president.