Routinier Harmes concurreert met jonkies

Turnster Suzanne Harmes (24) wil hoe dan ook deelnemen aan de WK in Rotterdam. Trainer Orlov: „Ze is bij uitstek geschikt voor de rol van captain.”

Terwijl Boris Orlov een stevige trek van zijn sigaret neemt en de rook om zijn hoofd laat krullen, spreekt hij in gebroken Nederlands duidelijke taal: „Suzanne Harmes moet worden geselecteerd voor de wereldkampioenschappen turnen, komende maand in Rotterdam.”

Complicerende factor is evenwel dat de van oorsprong Russische trainer niet de bondscoach is en de 24-jarige Harmes zaterdag tijdens de laatste selectiewedstrijd niet bepaald overtuigde. Bij de interland tussen Nederland, Rusland, Spanje en Zweden in Waalwijk was zij in de persoonlijke rangschikking de zevende Nederlandse. En de WK-ploeg biedt plaats aan zes turnsters.

Orlov had makkelijk praten, daar in de rookzone buiten de Waalwijkse sporthal De Slagen, waar de Russische turnsters kort daarvoor hun superioriteit hadden gedemonstreerd. Als persoonlijke coach verdedigde hij tenslotte het belang van Harmes ook al deed hij nog zo zijn best zijn standpunt te objectiveren. Orlov stellig: „Suzanne heeft het niveau voor de WK, is geroutineerd, heeft power en is een supervoorbeeld voor de andere, minder ervaren turnsters. Zij is bij uitstek geschikt voor de rol van captain.”

Het oordeel over deelname van Harmes aan de WK wordt uiteindelijk geveld door bondscoach Gerben Wiersma, die voor morgen moet kiezen uit tien redelijk gelijkwaardige turnsters. Het lijkt in het voordeel van Harmes dat hij heeft verklaard ook naar andere dan turnkwaliteiten te kijken. Wiersma zei in Waalwijk de kille cijfers niet alleen als selectienorm te hanteren, maar ook houding en gedrag te laten meewegen.

Als het op die aanvullende eisen aankomt, heeft Harmes een voorsprong op haar concurrenten. Onder andere omdat ze zich tegenover de veelal jongere turnsters in de nationale selectie allerminst profileert als de vrouw die het allemaal wel gezien heeft. Bovendien dwingt ze respect af door als alleenstaande moeder van een driejarig zoontje aan te haken bij het topniveau dat voor de WK wordt geëist. Als geen ander weten haar collega-turnsters welke opofferingen daarvoor verlangd worden.

Harmes is voor Nederlandse begrippen een bijzondere turnster, die tweemaal deelnam aan de Olympische Spelen en in 2005 met haar vloeroefening derde werd bij de WK in Melbourne. Maar Harmes is vooral een sportvrouw die niet opgeeft en steeds opnieuw de motivatie voor het harde leven van een topturnster kan opbrengen. Zelfs zegt ze: „Ik verdien weinig en soms is het moeilijk om opvang voor mijn zoontje te regelen, maar turnen vind ik nog steeds te mooi om er mee te stoppen. Het is een zwaar leven, maar ik krijg er veel voor terug.”

In nog een ander opzicht is Harmes een buitenbeentje. Ze heeft met de trainers Orlov en Esther Heijnen en choreograaf Pieter Eggenhuizen een privéteam gecreëerd, waarmee de turnbond (KNGU) niet goed raad weet. Nadat ze een half jaar samen met de geschorste ringenspecialist Yuri van Gelder in Rosmalen heeft getraind, kan ze sedert half juli, maar tot de WK, terecht bij Flik-Flak in Den Bosch. Daar huurt Harmes zaalruimte zonder dat duidelijk is wie voor de kosten moet opdraaien; daarover is nog overleg gaande met de bond en Lotto, haar persoonlijke sponsor.

Die zaken hebben nu even niet Harmes’ eerste aandacht. Ze kan trainen, dat is momenteel het belangrijkste. Want er is haar veel aan gelegen aan de WK in eigen land deel te nemen. Met het oog op de Olympische Spelen van 2012 in Londen belangrijk, omdat in Rotterdam een voorselectie plaatsvindt. In de landenwedstrijd is een klassering bij de beste 24 vereist om met een team te worden toegelaten tot de WK van 2011 in Tokio, waar de olympische plaatsen definitief verdeeld worden. Harmes denkt nog van waarde voor het Nederlandse team te zijn. Mogelijk op balk, maar toch zeker op vloer, haar sterkste onderdeel.

Of Harmes na ‘Rotterdam’ een poging doet voor een derde deelname aan de Spelen, laat ze vooralsnog in het midden. „Ik werk stapje voor stapje”, is haar vaste antwoord. „Eerst de WK en dan zie ik wel verder. Aan de Spelen denk ik nog niet. Stel dat ik doorga, dan zijn er nog veel problemen op te lossen. Is er opvang voor mijn zoontje? Kan ik in Den Bosch blijven trainen? Dat zal moeten, want ik ben niet van plan uit mijn woonplaats Elst ter verhuizen.”