Ook Jacques Presser had niets met Meppel

De Rotterdamse fractieleider van GroenLinks, Arno Bonte, was niet de eerste die Meppel opvoerde als een „ingedut dorp waar niets te beleven valt” (in de woorden van citymarketeer Robert Scholten) (NRC Handelsblad, 17 september). De historicus Jacques Presser publiceerde in 1953 onder het pseudoniem Haggi Mani Reis de detective Moord in Meppel, waarin hij zich als volgt verontschuldigt voor het feit dat hij deze juist daar situeert: „Hoogst waarschijnlijk zal slechts een gering aantal van de inwoners van de stad Meppel dit boek lezen en van deze lezers weer een gering aantal aanstoot nemen aan het feit, dat ik juist hier en niet in een ander van de toch wel ontelbaar vele provinciale pestholen van ons land (zeg Venlo, Utrecht, Zevenaar) een zo gruwelijk misdrijf als het hierna volgende heb laten plaatsvinden. Ik wil dit in alle oprechtheid verklaren uit het simpele feit, dat ik toch ergens in Nederland mijn moord moest lokaliseren, en dat ik Meppel koos omdat ik daar niet lang geleden toevallig een dag heb door moeten brengen, zonder een bevredigende oplossing te vinden voor de vraag, hoe het mogelijk is voor normale mensen, gedoemd daar jaar in jaar uit te vertoeven, om bestendig weerstand te blijven bieden aan de neiging, hun medeburgers de strot af te snijden. Ik wil daar wel aan toevoegen, dat elke Drentse stad mij tot nu toe met hetzelfde probleem heeft geconfronteerd; Assen, Hoogeveen, Coevorden en Beilen zijn mij in dit opzicht even onbegrijpelijk en slechts het toeval van de alliteratie heeft mij ten slotte tot de keuze van Meppel gevoerd.”

E. A. van Caspel

Antiquaar, Amsterdam