Olielek in Golf van Mexico is nu echt dicht, zegt BP

Na vijf maanden is het olielek in de Golf van Mexico ‘definitief’ gedicht. Maar wat is definitief? Vijf vragen over ‘één van de grootste olierampen’.

De Britse oliemaatschappij BP is er gisteren definitief in geslaagd het olielek in de Golf van Mexico te dichten. Tijd om de schade op te nemen en te kijken hoe het verder moet met BP en olieboringen in de Golf van Mexico.

1 Is het lek nu echt helemaal gedicht?

Ja. Eerder had BP al de onderzeese pijp in de Macondo-put volgestort met cement, vanaf de zeebodem. Maar daarmee was het werk nog niet klaar. Er bestond nog een kleine kans dat olie en gas via de zogeheten annulus, de ruimte tussen de pijp en de wand, omhoog zouden kunnen komen. BP heeft daarom ook nog een noodput geboord, vanaf de zeebodem bijna zes kilometer diep. Op die diepte is contact gemaakt met de Macondo-put. Vervolgens is via de noodput ook de annulus in de Macondo-put volgestort met cement. Olie en gas kunnen nu niet meer via de Macondo-put naar boven. Dat sluit niet uit dat BP ooit een keer in de toekomst een nieuwe put gaat boren om deze aantrekkelijke bron toch te ontginnen.

2 Hoe erg is de ramp nu precies geweest?

Dat ligt er maar aan hoe je er naar kijkt. Gemeten in de hoeveelheid olie die uit het lek is vrijgekomen, is het een van de grootste olierampen uit de geschiedenis. Het getal dat nu wordt aangehouden is 4,9 miljoen vaten olie, omgerekend is dat 779 miljoen liter olie. De verongelukte tanker Amoco Cadiz liet in 1978 bij Bretagne zo’n 1,6 miljoen vaten in zee lopen. In 1979 kwamen bij de Ixtoc-explosie in ondiep water 3,5 miljoen vaten vrij, ook in de Golf van Mexico. Tussen januari en maart 1991, tijdens de eerste Golfoorlog, zijn 12 miljoen vaten in de Perzische Golf gestroomd.

Maar het volume zegt niet alles. Wetenschappers van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) meldden begin vorige maand dat de „overgrote meerderheid” van de gelekte olie aan het zeeoppervlak is verdampt of „verbrand, van het wateroppervlak geschept, opgevangen bij de bron, of verdund”. Dus de schade aan het zeemilieu en aan de dieren en planten aan de Golfkust zou wel eens mee kunnen vallen. Onderzoek moet dat de komende jaren uitwijzen.

3 Hoe erg is de ramp voor oliemaatschappij BP?

Erg. BP leidt niet alleen directe financiële schade, maar ook reputatieschade. Tot nu toe is de schade van de ramp – met name de reddingsoperaties in de Golf van Mexico – opgelopen tot zo’n tien miljard dollar. Dat bedrag zal nog fors oplopen, met name door de vele claims die zijn ingediend, en de rechtszaken die zullen volgen. BP heeft een voorziening getroffen van 32 miljard dollar. Het verwacht daarmee alle schadeposten te kunnen betalen. Om dit bedrag bij elkaar te krijgen is het onder meer begonnen onderdelen te verkopen.

Door de ramp behoort het merk BP niet meer tot de honderd meest waardevolle merken ter wereld, zo werd vorige week bekend. Ook is het bedrijf dit jaar uit de Dow Jones Sustainability Index gezet, een lijst die bedrijven rangschikt op duurzaamheid. Zelf houdt BP vol tegen een stootje te kunnen. Vorig jaar haalde het een omzet van 246 miljard dollar, en boekte het een winst van 22 miljard dollar.

4 Is er iemand beter geworden van de ramp?

Alle bedrijven die werden ingeschakeld om te helpen bij de reddingsoperaties. Zo moest het bedrijf Koseq uit Capelle aan den IJssel de productie van zijn veegarmen – om olie van het zeeoppervlak te vegen – opvoeren van jaarlijks vijf naar nu dertig. Baggeraar Boskalis kreeg een opdracht om zandbarrières aan te leggen voor de kust van Louisiana. Ook de kas van veel Amerikaanse advocaten wordt gespekt door deze zaak.

5 Zijn er lessen getrokken uit de ramp?

De Amerikaanse toezichthouder, de Minerals Management Service (MMS), stelt nu strengere regels op voor boringen in Amerikaanse wateren. Mocht zich toch nog eens een olielekkage voordoen, dan is het zaak sneller te reageren. Geen enkele oliemaatschappij had ervaring met een lek op zo’n grote diepte, en had de middelen beschikbaar om snel in te grijpen. Inmiddels hebben vier van ’s werelds grootste olieconcerns bekend gemaakt dat ze in de Golf van Mexico een systeem gaan opzetten om een olielek binnen 24 uur te beheersen, en de gevolgen ervan te beperken. Tot een fundamentele discussie over de rol en afhankelijkheid van olie voor de wereldeconomie, en mogelijke alternatieven, heeft deze ramp niet geleid.