Misbruikschandalen maken de kerk niet leger

Koorgezang van de componist Elgar vulde de donkere gewelven van de duizend jaar oude Onze Lieve Vrouwe Sterre der Zee in Maastricht. Een hoogmisspektakel voor het jaarlijkse Maastrichtse muziekfestival Musica Sacra. Een stoet in mantels en kazuifels voorafgegaan door de traditionele Suisse, een Zwitserse wacht met pluimhoed, sabel en versierde hellebaard.

Hoe zou deze romaanse kerk het doen als driesterrenrestaurant of desnoods als nieuwe afdeling van de Praxis, vroeg ik mij af. Alle gouden, zilveren en gipsen katholieke kitsch weg. Een nieuw type grasmaaimachine waar nu een Mariabeeld staat. Een McDonald’s op de plek van het orgel met mooi uitzicht over de hele verkoopvloer. Voorlopig hebben middeleeuwse monumenten niets te vrezen maar op de lange termijn is niets onmogelijk. In de tijd van Napoleon fungeerde de Onze Lieve Vrouwekerk als paardenstal. Sinds de Nederlandse katholieke zuil in de jaren zeventig als een askegel is verwaaid, zijn de kerken leeggelopen. Alleen al in bisdom Limburg is nog maar 8 procent van de oorspronkelijke gelovigen religieus actief.

Dan maken een paar aanklachten wegens vermeend seksueel misbruik in de jaren vijftig van de vorige eeuw door de Limburgse ex-bisschop Gijsen weinig verschil. De meeste Limburgers zijn al vertrokken. Met zijn starheid heeft Gijsen daar in het verleden als bisschop aan bijgedragen. Negatief nieuws bevestigt slechts bestaande oordelen over de kerk.

In de actieve katholieke filialen in de VS en in Ierland, hebben misbruikschandalen veel meer impact. Daar wordt heftige strijd gevoerd over seksueel misbruik in het verleden en over het verbod op vrouwen in het priesterambt. Hier is de kerk verwikkeld in een strijd om te overleven. „We zijn een speelballetje geworden’’, merkt pastoor Kurris van de Onze Lieve Vrouwekerk op. „En wij kunnen ons niet verweren”.

Toch zou het aantal mensen dat een Onze Lieve Praxis in het centrum van Maastricht zou betreuren een veelvoud zijn van het aantal praktiserende katholieken. Want hoe hard er ook wordt gescholden op de paus of op gevallen van seksueel misbruik, veel ex-katholieken leunen wel nog tegen de kerk aan. Dat gold ook voor aanwezigen bij de hoogmis en andere muziekspektakels. Vier dagen lang uitstekende muziekuitvoeringen, verspreid over de hele stad, vooral in kerken. Zonder die kolossale middeleeuwse gebouwen met hun beierende klokken zou het een schraal evenement blijven.

Wij kerktoeristen luisteren graag naar heilige muziek of bezichtigen de kathedraal of basiliek van een stad, zonder er deel van uit te maken. Maar is het Marienleben van Rilke, gezongen op muziek van Hindemith, soms geen religieuze ervaring?

Typerend was de man die tijdens de hoogmis met een rolkoffer naar binnen kwam om op een kerkbank te gaan luisteren. Toen het koor zweeg en pastoor Kurris in zijn groene kazuifel de armen spreidde om de dienst te hervatten, stond de man op en rolde hij, verkwikt door Elgar en de Belgische componist Arthur Meulemans, zijn koffer weer naar buiten om zijn trein of vliegtuig te halen. Wat zou hij zich druk maken over een seksschandaal?

De Onze Lieve Vrouwekerk moet het vaker hebben van passanten, legt docent kerkgeschiedenis en diaken (priesterassistent) Régis de la Haye uit. Voorbijgangers die een kaarsje opsteken en mensen die van elders komen. Er is een wekelijkse dienst in het Engels voor expats die voor de universiteit of Europese instituten werken. Maar daar kan het gebouw niet van worden onderhouden. Monumentenzorg draagt lang niet altijd zijn steentje bij. Voor de restauratie van de twee slanke vestingtorentjes aan de voorgevel moest het kerkbestuur interen op het eigen vermogen. De rest werd bij elkaar gebedeld.

Alleen voor hoogte- en dieptepunten komen de vertrokken katholieken nog wel eens terug. Een doop en een enkele keer nog wel een huwelijk. Vooral begrafenissen zijn nog gewild. Maar van doden kan de kerk niet bestaan. Kurris is als musicoloog gehecht aan het festival maar dat kan volgens hem niet het enige zijn. Hij vertelt over een gedeprimeerde pastoor die hij in een naburig dorp bezocht. Drie begrafenissen voor de boeg, het koor had afgezegd en bij een eredienst waren slechts vijf mensen komen opdagen.

Voor de heiligheid had Musica Sacra een pelgrimstocht georganiseerd langs Maastrichtse wijngaarden naar de Sint Servaasbron, een vuile put aan de rand van de stad. In kerken onderweg was gregoriaanse muziek te horen. Een acteur vertelde de legende van Sint Servaas, patroonheilige van Maastricht. Hoe hij Atilla de Hun bekeerde. Hoe God hem een bron gaf toen hij dorst had. En hoe hij in Rome uit handen van de reeds lang overleden Petrus de sleutels tot de hemelpoort ontving. Deze legenden werden voorgelezen door een acteur en voorzien van vrolijke noten: „En de laatste woorden van Sint Servaas tot de barbaren waren: als u eens naar mij had geluisterd.” Hilariteit.

De gemiddelde leeftijd van deze kerktoeristen lag boven de vijftig. Ik sprak mensen die religieus waren opgevoed en gesteld waren op de muziek en de sfeer. De meeste jongeren hebben die herinneringen niet meer. Wat gebeurt er dan met Musica Sacra ?