Met een holebi op het fluisterasfalt

Een van die boeken die momenteel op mijn nachtkastje ligt is De dood heeft mij een aanzoek gedaan van Kristien Hemmerechts. In de andere boeken die ik van haar las was het me niet opgevallen, maar in dit boek kwam ik verschillende typisch Vlaamse woorden en uitdrukkingen tegen. Enkele voorbeelden: „Een man die tot een kot in de nacht op café zit”; chirolokaal en wegdeemsteren.

Vooral politici hebben decennialang geroepen dat er tussen het Nederlands in België en Nederland nauwelijks verschillen bestaan, maar de laatste jaren zijn zij ingehaald door de praktijk: Vlaamse soaps worden in Nederland ondertiteld (en omgekeerd), Vlaamse schrijvers accepteren niet meer dat Nederlandse uitgevers hun werk vernederlandsen en in Nederlandse woordenboeken wordt sinds kort consequenter aangegeven als een woord of uitdrukking ‘Belgisch-Nederlands’ is.

Maar welke woorden en uitdrukkingen komen daar nu precies voor in aanmerking? Dat is nog niet zo eenvoudig vast te stellen. Daarom heeft Ruud Hendrickx, de Vlaamse hoofdredacteur van de Grote Van Dale, een oproep geplaatst op het Meldpunt Taal (www.meldpunttaal.nl). Hendrickx is niet zozeer op zoek naar dialectwoorden (die horen in gespecialiseerde woordenboeken thuis), maar naar algemene Belgische woorden die geregeld te lezen zijn in kranten, boeken en tijdschriften of die te horen op radio en tv.

Op het Meldpunt Taal staat vanaf vandaag een formulier met enkele vragen over dit onderwerp. Eentje luidt: „Kent u woorden die nu in de Grote Van Dale gemarkeerd zijn als Belgisch-Nederlands, maar die inmiddels ook in Nederland zijn ingeburgerd? Voorbeelden: holebi en fluisterasfalt.”

Holebi moest ik trouwens opzoeken. Het blijkt een in België algemeen bekende verzamelnaam te zijn voor homoseksuelen, lesbiennes en biseksuelen.

Overigens is er vanaf vandaag bij het Meldpunt ook een vraag van mij opgenomen, over straat-, spot- en gelegenheidsliedjes waar Joden in voorkomen. Bij het touwtjespringen zongen meisjes vroeger bijvoorbeeld een liedje dat begint met de woorden: „Eén, twee, drie, de Jood in de pot / deksel erop en de deur op slot.” Een oude vrouw heeft dit ooit, enigszins gegeneerd, aan mij voorgezongen. „Sinds de oorlog schaam ik me hier een beetje voor”, vertelde ze. „Maar ja, dit zongen wij vroeger op het schoolplein. Ik had geen idee wat Joden waren – ik had ze zelden of nooit van nabij gezien. Maar als meisjes zongen wij dit dus, in pure onschuld.”

Het is mij bekend dat sommige mensen dit soort liedjes nu aanstootgevend of discriminerend vinden, maar ze horen mijns inziens net zozeer tot ons culturele erfgoed als tien kleine nikkertjes, dus ik hoop dat veel lezers mijn vragen hierover willen beantwoorden.

Tot slot iets heel anders: al langer ben ik van mening dat meer publicisten boeken die niet meer te verkrijgen zijn in de boekhandel, gratis op internet zouden moeten aanbieden: als voer voor e-readers, studenten en onderzoekers.

Om de daad bij het woord te voegen zijn vanaf vandaag de meeste boeken die ik de afgelopen twintig jaar schreef, gratis als pdf binnen te halen op www.ewoudsanders.nl/boeken.html. Dit geldt ook voor Jemig de pemig! De invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands, dat met toestemming van Kees van Kooten en Wim de Bie op deze manier kosteloos ter beschikking wordt gesteld.

Reacties graag naar post@ewoudsanders.nl