Meisjesachtige terriër op een dun koord

De directeur van het Nederlands Filmfestival representeert de bonte Nederlandse filmwereld. De diplomatieke Willemien Van Aalst is volgens kenners perfect voor die baan.

Ze is de „perfecte algemeen directeur”. Dat zeggen collega’s uit de filmwereld over de nieuwe directeur van het Nederlands Film Festival, dat woensdag begint. Willemien van Aalst, die twaalf jaar werkte bij documentairefestival IDFA en creatief producent was bij IDTV Docs, wordt geroemd om haar inhoudelijke kennis en haar people skills. „Werken in de filmwereld is balanceren op een dun koord”, zegt oud-collega Fabie Hulsebos, „met grote ego’s die ruimte vragen maar ook sturing en correctie nodig hebben.” De directeur van het NFF moet de hele, bonte Nederlandse filmwereld representeren. En de diplomatieke Van Aalst (47) is volgens kenners perfect voor die baan.

Het NFF toont de oogst van de Nederlandse film van het afgelopen jaar, maar dankzij nieuwe technieken neemt het aantal filmmakers, en dus inzendingen, snel toe. Van Aalst kreeg dit jaar ruim 400 films aangeboden. Ze toont er 232 in het jaaroverzicht, waarvan er 27 meedingen in de competitie om de Gouden Kalveren. Programmeur Herman de Wit: „We moeten vaker filmmakers teleurstellen. Maar Willemien kan een slechte boodschap uitstekend brengen.”

De nieuwe directeur wil van wat van oudsher een ‘industry meeting’ is, nog meer een publieksfestival maken. Dat doet ze door het programma te structureren en transparanter te maken. Ze koos voor één overkoepelend thema, ‘Spiegel van Holland’, dat de Nederlandse blik op de wereld moet tonen. Dat maatschappelijke thema volgt volgens Van Aalst niet per se uit haar documentaire-achtergrond. „Het zou volgend jaar weer een artistiek-inhoudelijk thema kunnen zijn. Maar ik vond dat deze tijd vroeg om engagement. De kunstwereld staat onder druk, en ik wilde heel bewust de maatschappelijke relevantie van de Nederlandse film tonen.”

Van Aalst werkt al 22 jaar in de filmwereld. Ze studeerde Theater-, Film- en Televisiewetenschap in Utrecht, en begon haar loopbaan als stagiaire van directeur Ally Derks toen die in 1987 het IDFA startte. Door haar zakelijk inzicht, haar consciëntieuze, systematische manier van werken en haar vasthoudendheid op het gebied van sponsorwerving, werd ze algauw zakelijk leider, en uiteindelijk adjunct-directeur. Ze vertrok in 2000 omdat ze niet verder kon groeien en de inhoudelijke kant van het vak miste.

Die inhoud vond ze weer als creatief producent bij IDTV Docs. Daar was ze nauw betrokken bij de totstandkoming van de documentaire De huizen van Hristina van Suzanne Raes. Bij het zien van het eindresultaat was Van Aalst zo ontroerd dat de tranen over haar wangen biggelden. Raes: „Dat had ik nog nooit gezien bij een producent. Willemien is heel goed in het zakelijke, maar ze is ook echt persoonlijk betrokken.” Toen Raes voor een andere film, The Rainbow Warriors of Waiheke Island, met de crew naar Nieuw-Zeeland vertrok om te filmen, kwam Van Aalst ze uitzwaaien op Schiphol.

De start bij IDTV was moeizaam, zegt Fabie Hulsebos, daar een tijdlang haar rechterhand. Van Aalst moest oprichter Ireen van Ditshuyzen opvolgen, die als regisseur nauw aan het bedrijf verbonden bleef. „Niet de beste match”, zegt ze daar zelf over. Met Suzanne van Voorst leidde Van Aalst daarna de fusie tussen IDTV Dits en Arts & Documentaries. „Het is indrukwekkend hoe ze zich door die eerste periode heeft geslagen”, zegt Van Voorst. „Het was echt een opgave, maar Willemien is een enorme doorzetter.”

Die karaktereigenschap komt van pas bij financiering en sponsorwerving, werkzaamheden die in een kunstsector onder druk steeds belangrijker worden. Van Voorst: „Willemien deed bij IDTV de financiering voor de documentaireserie Verleden van Nederland. Dat was waanzinnig moeilijk, maar het is haar wel gelukt, dankzij een combinatie van inventiviteit en vastberadenheid. Ze kan echt een terriër zijn.”

De nieuwe directeur van het NFF wordt vaak omschreven als „scherp, kordaat en to the point”. Maar ze komt ook bescheiden over, zeggen kennissen. Filmmaker Suzanne Raes: „Ze heeft een heel meisjesachtige uitstraling. Je zou daardoor kunnen denken dat ze een lichtgewicht is – maar het tegengestelde is waar.”

Van Aalst is geen diva, „ze zet zichzelf niet graag in de etalage.” En ze heeft niks met glitter en glamour, volgens Ally Derks. „In een jurk op de rode loper, met VIP’s en camera’s – aan dat aspect van haar nieuwe baan zal Willemien behoorlijk moeten wennen.” Fabie Hulsebos: „Als Willemien de kamer binnenkomt, denk je niet direct: ‘Daar heb je de directeur’. Maar ze overtuigt meteen op inhoud.” Het gaat niet om haar, maar om de film, zeggen collega’s. „Haar wens is echt de kunst te faciliteren – zij wil het mogelijk maken dat mooie dingen kunnen worden gemaakt.”

Van Aalst vindt het NFF al een ‘ijzersterk’ festival, maar wil ook „meer gaan avonturieren, en agenderen. „Ik wil ervoor zorgen dat de Nederlandse film gedurende het jaar zichtbaarder is. En het festival zou, net als de Boekenweek, een landelijk programma kunnen worden, een Nederlandse Filmweek.” Een zorg van Van Aalst is de bezoekcijfers van de Nederlandse art house film. „Daarom zijn er dit jaar een paar casestudies, waarin we kijken hoe die films beter in de markt kunnen worden gezet.”

Heeft de nieuwe directeur nog niet heel duidelijk haar stempel kunnen drukken, één persoonlijk detail bleek al uit de uitnodiging voor de opening woensdag, aldus Derks. „Bij het IDFA was het plaatsen van de gasten altijd een hel. Willemien was daar verantwoordelijk voor, en omdat we steeds groter werden, was dat een enorm stressgedoe: wie zet je naast wie? Op een gegeven moment deden we het uit pure wanhoop maar alfabetisch. Dus ik moest erg lachen toen ik de uitnodiging kreeg: de openingsavond is ongeplaceerd.”