Liever enthousiast en vitaal

Vanuit psychologisch oogpunt heeft het mij altijd bijzonder onverstandig geleken iemand eerst heel hard tegen de schenen te schoppen, en hem vervolgens op te roepen tot harmonie, menslievendheid en wereldvrede.

Toch is dat precies wat er gebeurt op dit moment. Als teerhartig burger heb je een keuze tussen hardhandig populisme en hardhandig anti-populisme. De populisten zijn, zoals bekend, overal tegen en de anti-populisten zijn, vanzelfsprekend, daar weer tegen, en voorlopig is er geen vooruitzicht op een vrolijker project en verlossing van het chagrijn dat door Europa waart.

Vanmorgen boekte ik een kamer in een hotel dat me bij de reservering royaal een ‘moodpad’ beloofde. Kennelijk is dat een soort digitaal kussentje dat volgens het hotel speciaal is ontworpen voor zo’n hypermoderne smart individual als ik. Wat het kussentje doet? Het stemt straks mijn kamer automatisch op mijn innerlijk af, nog voordat ik überhaupt binnen ben. De stemming kleurt dan romantisch, ontspannen of zakelijk, al naar gelang de hotelplannen die ik heb. Natuurlijk voelde ik me hierdoor al bij voorbaat gekend en begrepen – totdat ik de bevestigingsmail verder las.

Als ik de moodpad mee naar huis neem, stond er streng, wordt onmiddellijk 600 euro afgeschreven van mijn creditcard. Het hotel gaat vooraf ‘electronically and physically’ na of de pad wel in de kamer is, en als die er onverhoopt toch niet is, moet ik dat na aankomst ogenblikkelijk melden. Mijn stemming, aanvankelijk nog zo romantisch, daalde na het lezen van deze waarschuwing tot ver onder het nulpunt. Ik was nog niet binnen, of ik was al ontmaskerd als potentiële crimineel.

Het hotel van de politiek grossiert in zulke moodpads: de Nederlandse Grondwet, de Europese Grondwet, de mensenrechten, de beschaving en de Verlichting, het zijn allemaal moodpads, die als een vriendelijke geste op onze kamer worden neergelegd, onder bedreiging van de verschrikkelijkste sancties als we ermee aan de haal gaan. Zo had de Europese Grondwet ons een paar jaar geleden allemaal in een heel ontspannen en romantische stemming kunnen brengen, als niet vooraf door de hotelleiding grimmig was gewaarschuwd hoeveel van onze creditcard zou worden afgeschreven wanneer we het ding zoek maakten.

Hier wreekt zich het onvermogen van de politieke elite om een positief verhaal te vertellen, een wenkend perspectief te bieden, je ergens enthousiast voor te maken in plaats van ergens op tegen. Het chagrijn zit diep in het politieke denken verankerd, en het verdiept zich dagelijks. Daarom zou je willen dat er naast alle scherpzinnige politieke analyses ook eens een sociaal-psychologisch advies opduikt, dat politici leert hoe je mensen verleidt iets constructiefs te gaan doen.

Alain Badiou is een Franse filosoof die altijd kwaad, razend en over zijn toeren is; de stoppen op zijn hotelkamer slaan waarschijnlijk onophoudelijk door. Als ik hem hier citeer is het dan ook niet vanwege zijn rabiate weerzin tegen het kapitalisme of zijn doorgeslagen kritiek op het Westen, maar omdat hij tussen de woedeaanvallen door iets verstandigs zegt over ethiek.

Van oudsher overlappen de begrippen politiek en ethiek elkaar grotendeels, in beide gevallen gaat het om een goede vorm van praktisch handelen. Maar Badiou, in zijn essay L’éthique, wijst erop dat het begrip ethiek in onze eigen tijd aan inflatie onderhevig is. Aanvankelijk verwees het begrip nog naar besluitvaardigheid, maar sinds de recente ‘terugkeer van de ethiek’ in het maatschappelijk debat draait het helaas alleen nog om oordeelsvorming. ‘Feitelijk duidt ethiek tegenwoordig op een beginsel dat bepaalt hoe we ons verhouden tot „wat er gebeurt”, een vage regulering van ons commentaar’.

Niet het handelen, maar het oordelen achteraf staat centraal: daardoor is niet langer het Goede, maar het Kwaad het middelpunt van het ethisch denken. We leggen mensen langs de superieure meetlat van de beschaving om aan te tonen hoezeer ze te kort schieten. Terwijl je zou willen nadenken over handelen, over principes van handelen, over vastbeslotenheid en over iets vitaals dat Badiou ‘doorgaan!’ noemt.

Mij valt het op bij het lezen van de kranten hoe weinig vitaliteit onze beschaving op het moment uitstraalt. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gebruikt om een staatshoofd met Hitler te vergelijken, de rechtsstaat wordt aangegrepen om een mogelijke coalitie te bestempelen tot ‘Bruin I’, en iedereen die het waagt een vraag te stellen over wetenschap, bestuur of economie staat onmiddellijk onder de verdenking een PVV’er te zijn. En PVV’ers zijn, zoals we allemaal weten, de onbeschaafdste mensen die er zijn.

Dit is ethiek als oordeelsvorming in plaats van besluitvaardigheid. De mensenrechten worden steeds aangevoerd om ergens tegen te zijn, nooit om ergens vóór te zijn, een probleem netjes op te lossen of een fatsoenlijk besluit te nemen. Zowel politici als moralisten gaan uit van het chagrijn der mensheid, en ze reageren daarop met chagrijn, opdat alles in evenwicht is. Zoals de directie er vanuit gaat dat je de boel komt belazeren zodra je een hotelkamer boekt.

Dit seizoen werd een groep jonge mensen door een televisieprogramma naar het Griekse Chersonissos gestuurd om zich daar te misdragen. Bij thuiskomst in Nederland werden ze door de media als kermisattractie opgevoerd, hun gedrag werd beoordeeld, en ze schoten duidelijk op z’n PVV’s tekort. Zo werden ze door de beschaving tegen de schenen geschopt, en niemand die bedacht dat je ze die beschaving ook zou kunnen aanbieden als een geschenk, een ideaal, een wenkend handelingsperspectief.

Liberalen, christen-democraten, sociaal-democraten: doorgaan! Biedt ons perspectieven, principes, wees vitaal. En zoals de mijnwerkers dan optimistisch plegen te zeggen: Glück auf!