Kom niet aan onze westerse martelpartners

Ondanks alle kritiek op de islam steunt het Westen een fundamentalistisch land als Saoedi-Arabië. En martelt evenzogoed gevangenen, stelt Geert Somsen.

Critici van de islam zijn opvallend stil gebleven na het nieuws dat de Verenigde Staten voor minstens 60 miljard dollar wapens aan Saoedi-Arabië willen leveren (NRC Handelsblad, 14 september). Een opvallende levering, niet vanwege de enorme omvang van de leverantie (bijna tienmaal de Iraanse defensiebegroting), maar wel omdat het hier gaat om steun aan een fundamentalistische moslimstaat. Saoedi-Arabië houdt immers al sinds jaar en dag vast aan de sharia. Vrouwen moeten er gesluierd, homo’s zijn hun leven niet zeker, zweepslagen staan in het wetboek van strafrecht, handen worden afgehakt, etc. Maar de Wildersen en Hirsi Ali’s zwijgen, en de website jihadwatch.com bericht over de huurachterstand van de makelaars van de Ground Zero-moskee.

Er is weinig nieuws aan deze selectieve verontwaardiging. Al jaren horen we veel meer over misstanden in Iran dan over het fundamentalisme van Saoedi-Arabië. Als een Rotterdamse hoogleraar programma’s wil maken voor een Iraanse tv-zender, wordt hij op staande voet ontslagen. Dat Nederlandse ondernemers voor miljarden met Saoedi-Arabië handeldrijven, blijft ongenoemd. Geweld bij de Iraanse verkiezingen wordt in onze media breed uitgemeten. Dat er in Saoedi-Arabië niet eens verkiezingen bestaan, blijft op de achtergrond.

Maar het is voor anti-islamisten ook een ongemakkelijk gegeven. Zijn het immers niet de westerse waarden van vrijheid en mensenrechten, die zij tegen het moslimfundamentalisme zeggen te verdedigen? Hoe kan het dan dat de belangrijkste westerse mogendheid, de VS, een fundamentalistisch regime zo in het zadel houdt? Dient Amerika niet juist druk uit te oefenen op het Saoedische bewind? Moet met zo’n staat niet de strijd worden aangebonden?

Er zijn voor de steun allerlei excuses te bedenken (‘het is nodig tegen Iran’, ‘achter de schermen spreekt men heus wel over de mensenrechten’), maar geen daarvan kan verhullen dat er al jaren warme banden tussen de VS en Saoedi-Arabië zijn. Kennelijk bestaat er helemaal geen tegenstelling tussen het Westen en het moslimfundamentalisme – juist op het niveau van de internationale betrekkingen, waar het er werkelijk toe doet. De anti-these van Geert Wilders en Hans Jansen blijkt op het politieke toneel opeens verdampt.

En dit is waar voor islamcritici het werkelijke pijnpunt zit. Op het wereldtoneel bevordert het Westen lang niet altijd vrijheid, democratie en mensenrechten – en omarmt het soms zelfs tegenstanders van deze ‘westerse waarden’. Hoe is anders te verklaren dat een corrupte dictatuur als Egypte ook miljarden dollars per jaar van de VS ontvangt? En dat Amerika even nauwe banden heeft met repressieve regimes als die van Marokko en Jordanië? Hoe moeten wij het anders duiden dat president Mubarak met westerse steun de democratisering van zijn land al jarenlang tegenhoudt? En dat zowel de VS als de EU Algerijnse en Palestijnse verkiezingsuitslagen negeren als die hun niet bevallen?

Op het ware wereldtoneel heersen staatsbelangen. En wie kan helpen die te bevorderen, is onze vriend – fundamentalist of niet. Dat is de ijzeren wet van de internationale betrekkingen, maar islam-watchers zien het liever niet. Zij citeren liever de Verlichtingsidealen van Voltaire en Spinoza dan te kijken hoe het Westen zich daadwerkelijk in de wereld gedraagt. En dat laatste is toch echt niet moeilijk te te achterhalen.

Neem een bericht uit de The New York Times van 9 september. Een federal appeals court beslist dat martelslachtoffers van de CIA geen rechtzaken mogen beginnen. Gevalletje nationale veiligheid. Hier is hoe het een van deze mensen vergaan is: in 2002 in Pakistan gevangengenomen, door een speciale branche van Boeing naar bevriende staat Marokko gevlogen, daar gemarteld (onder andere in zijn penis gesneden, die vervolgens met hete vloeistof werd overgoten), toen door de CIA zelf gefolterd in een Afghaanse geheime gevangenis, en ten slotte nog vijf jaar lang procesloos vastgehouden in Guantánamo Bay. De meest basale juridische principes zijn hier overtreden, maar er kan niemand op worden aangesproken, want, zo verklaarde de federale rechter, de mensenrechten moeten soms wijken voor het staatsbelang.

Dit is óók het Westen, en het is niet het enige geval. Het is al een paar jaar bekend dat Amerika sinds 9/11 regelmatig gevangenen naar Arabische landen transporteert om ze daar te laten martelen. En dan komen die repressieve vrienden mooi van pas. En als het geen vrienden zijn – ook goed, want zelfs Syrië staat op de lijst van Amerikaanse martelpartners. Natuurlijk, Egypte, Saoedi-Arabië etc. schenden de mensenrechten op nog veel grotere schaal dan de VS. Maar dat gebeurt daar niet ondanks, maar dankzij het Westen – in het laatste geval zelfs door een fundamentalistisch regime dat door Amerika zelf wordt bewapend en overeind gehouden. Maar daar horen we de islamcritici niet over.

Geert Somsen is verbonden aan de Capaciteitsgroep Geschiedenis van de Universiteit Maastricht.