Kledingcodes schermt mensen af van elkaar

Peer Sluiters haalt interessante concepten aan van Elias over buitenstaanders en van Freud over het koesteren van kleine verschillen (NRC Handelsblad, 14 september). Helaas gaat hij in zijn betoog voorbij aan het feit dat sommige moslims en moslima’s zich doelbewust als buitenstaanders opstellen en zelf de al dan niet kleine verschillen scheppen en in stand houden. Kledingcodes fungeren bijvoorbeeld als grenspalen tussen groepen. Dat de inburgering van islamitische mediterranen stagneert heeft, behalve met uitgesproken cultuurverschillen, te maken met het verlangen voeling te houden met het moederland. De taalovergang mag in de tweede of derde generatie voltooid zijn, van een culturele identificatie met Nederland is bij Turkse en Marokkaanse Nederlanders maar zeer ten dele sprake. Symptomatisch zijn daarentegen de toenemende verspreiding van kledingcodes en omgangsvormen die sociale integratie verhinderen, en de neiging daarover conflicten uit te lokken alsmede eigen voorzieningen op te eisen in de traditie van de verzuiling.

Die kledingcodes kunnen gezien worden als een strategie om de handelingsvrijheid en contactmogelijkheden van vrouwen te beperken.

Bij conflicten over omgangvormen wordt handig gebruik van de Nederlandse neiging tot gedogen van afwijkende mores met als consequentie dat wat aan burgers in het algemeen niet geoorloofd is, wel toegestaan wordt aan burgers die zich beroepen op de islam. Het is de vraag of gedogen in dit geval niet averechts werkt.

Dr. P. Stokvis

Historicus, Leiden